RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Evaluatie van de toepassing van het bodeminstrumentarium voor het beoordelen van arbeidsrisico's van het werken met verontreinigde bodem

Publiekssamenvatting

Evaluatie gebruik van bodemnormen in de CROW 132 - het instrumentarium dat arbeidsrisico's van werken met verontreinigde bodem beoordeelt Mensen die beroepsmatig met verontreinigde grond werken, moeten beschermd worden tegen gezondheidsrisico's. Afhankelijk van de mate van vervuiling wordt met behulp van de CROW 132-methode bepaald wanneer zij welke veiligheidsmaatregelen moeten nemen. Een classificatie wordt gemaakt op basis van bestaande bodemnormen voor het gehalte aan chemische stoffen in de verontreinigde grond. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat deze bodemnormen niet geschikt zijn om op deze wijze gezondheidsrisico's voor werkers te bepalen. De normen kunnen in bepaalde situaties mogelijk leiden tot strenge, onnodig zware maatregelen. Omdat meetgegevens van de blootstelling van werkers ontbreken is echter onduidelijk wanneer en in hoeverre dit het geval is. Het kan echter ook zijn dat maatregelen onvoldoende bescherming bieden, bijvoorbeeld als zich lokaal hoge concentraties van een vluchtige stof voordoen en de weersomstandigheden ongunstig zijn (weinig wind, warm weer). De classificatie van CROW 132 is gebaseerd op zogeheten interventiewaarden voor bodem. Deze waarden zijn erop gericht het ecosysteem of de mens bij 'wonen met tuingebruik' te beschermen tegen negatieve effecten van een chemische stof. De strengste van deze twee waarden bepaalt de interventiewaarde van een stof in de bodem. Deze 'beschermingsdoelen' verschillen echter te veel van de situatie van de werker en zijn daarom niet geschikt om de gezondheidsrisico's voor hen te kunnen beoordelen. Er is behoefte aan een aanpak die rekening houdt met de mate waarin de werker in de praktijk aan stoffen blootstaat (risicogestuurde aanpak). Ook is het van belang om bij de classificatie onderscheid te maken tussen vluchtige en niet-vluchtige stoffen. Voor niet-vluchtige stoffen is de mate van blootstelling onbekend. Momenteel wordt geen onderscheid gemaakt tussen risico's van het inademen van stofdeeltjes, de aanwezigheid van chemische stoffen en hoe die twee zich tot elkaar verhouden (chemische stoffen kunnen 'meeliften' op stofdeeltjes). Het is wenselijk dat in de beoordeling van de risico's van niet-vluchtige stoffen te betrekken. Voor vluchtige stoffen is het systeem al redelijk risicogestuurd, omdat de veiligheidsmaatregelen worden gebaseerd op meetgegevens van de luchtkwaliteit tijdens de werkzaamheden. Hierdoor is de blootstelling bekend.
 

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Evaluatie van de toepassing van het bodeminstrumentarium voor het beoordelen van arbeidsrisico's van het werken met verontreinigde bodem

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu