RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Stand van zaken LD50/LC50 testen : Verfijning, vermindering en vervanging van dierproeven en mogelijkheden tot interventies

Publiekssamenvatting

Het RIVM heeft geïnventariseerd hoeveel proefdieren worden gebruikt voor testen die uitzoeken bij welke dosering of concentratie van een stof 50 procent van de dieren sterft (zogeheten LD50/LC50-testen). Deze testen zijn in principe verboden en worden alleen met ontheffing toegepast als er geen alternatieve methoden mogelijk zijn. De inventarisatie is op verzoek van de staatssecretaris van Economische Zaken gemaakt.

Hieruit blijkt dat in Nederland jaarlijks voor dit type testen tussen de 570 en 1000 vissen gebruikt worden; in Nederland worden hiervoor geen andere diersoorten ingezet. Om in algemene zin het aantal dierproeven te verminderen is in de jaren zeventig van de vorige eeuw het zogeheten 3V-principe (Verminderen, Verfijnen of Vervangen) in de Wet op de dierproeven verankerd. Uit de RIVM-inventarisatie blijkt dat dit principe ook wordt ingezet bij de LD50/LC50-testen, maar het toepassen ervan is maatwerk en is nog niet voor alle chemische stoffen mogelijk.

De test kan bijvoorbeeld zodanig worden ingericht dat minder vissen nodig zijn, of dat zieke dieren eerder uit de test worden gehaald. Daarnaast kan bestaande kennis over stoffen met een chemisch verwante structuur gebruikt worden om de schadelijkheid van een stof te bepalen, waardoor het niet nodig is om een dierproef uit te voeren. Een ander alternatief is een zogenoemde visembryo-test, waarbij de toxiciteit van een stof wordt bepaald met testen bij pas bevruchte viseieren. Embryo's vallen de eerste dagen niet onder de Wet op dierproeven.

Dit laatste alternatief wordt nog niet praktijk gebracht omdat de visembryo-test nog niet in de Europese regelgeving voor chemische stoffen is opgenomen. Om de LD50/LC50-testen verder te verminderen is het belangrijk dat dit wel gebeurt. Het RIVM adviseert daarom om in overleg met de Nederlandse vertegenwoordigers in relevante Europese wettelijke kaders vast te stellen hoe en onder welke voorwaarden dit kan worden gerealiseerd. Bovendien is het belangrijk om te investeren in de ontwikkeling van een strategie waarin verschillende testen worden geïntegreerd, omdat dit de meest kansrijke manier is om de LD50/LC50-testen op termijn overbodig te maken.
 

Home / Documenten en publicaties / Stand van zaken LD50/LC50 testen : Verfijning, vermindering en vervanging van dierproeven en mogelijkheden tot interventies

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu