RIVM_Logo

Radiologisch onderzoek bij kinderen : Inventarisatie van de Nederlandse praktijk met de focus op dosis-reducerende maatregelen

Publiekssamenvatting

In opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft het RIVM onderzoek gedaan naar stralingsbescherming in de kinderradiologie. Volgens recente wetenschappelijke inzichten zijn de risico's van ioniserende straling voor kinderen namelijk groter dan eerder werd gedacht. Ten eerste valt op hoe verschillend ziekenhuizen te werk gaan. Zo worden in kinderziekenhuizen speciale kinderprotocollen voor radiologische verrichtingen gebruikt, in algemene ziekenhuizen gebeurt dat niet altijd. Ook zijn er grote verschillen in het gebruik van tegen straling beschermende maatregelen. Daarnaast is het aantal verrichtingen waarbij relatief hoge doses straling worden gebruikt de afgelopen jaren sterk gestegen. Voorbeelden zijn CT-scans en zogenoemde doorlichtonderzoeken, waarbij de patiënt real time wordt bekeken tijdens een ingreep. Vooral de toename met grofweg 80% van het aantal CTscans ten opzichte van 2005 is opmerkelijk. Overigens doet deze stijging zich ook onder volwassenen voor. Ten slotte worden in ongeveer de helft van de ziekenhuizen de gebruikte doses niet vergeleken met de zogeheten Diagnostische Referentieniveaus (DRN's) voor kinderen. Dit komt waarschijnlijk door het geringe aantal kinderen dat wordt onderzocht; voor deze toets is een minimaal aantal van twintig kinderen nodig. In de ziekenhuizen waar die vergelijking wel wordt gemaakt, worden deze waarden in gemiddeld een op de vijf gevallen overschreden. DRN's zijn bedoeld als indicatie voor een aanvaardbare dosis waarmee een goed radiologisch beeld kan worden verkregen bij radiologische handelingen. Bij zware patiënten en complexe procedures kunnen DRN's overschreden worden. Afdelingen radiologie zijn niet verplicht zich aan de waarden te houden. De redenen van het toegenomen aantal verrichtingen bij kinderen zijn niet bekend. Het is van belang dit nader uit te zoeken. Ook het geringe aantal vergelijkingen met de DRN's en de regelmatige overschrijding ervan verdienen aandacht. Verder wordt aanbevolen om de kennis bij de kinderziekenhuizen breder uit te dragen naar de algemene ziekenhuizen, opdat alle ziekenhuizen bij kinderen gebruik maken van state-of-the-art-kinderradiologie. Voor deze studie is literatuuronderzoek gedaan naar de state of the art in kinderradiologie. Daarnaast is een digitale enquête gehouden onder alle zeven kinderziekenhuizen in Nederland en bij 22 algemene ziekenhuizen.

Synopsis

By order of the Health Inspectorate, the National Institute for Public Health and the Environment has investigated radiation protection in paediatric radiology. This research was motivated by recent scientific findings that indicate that the radiation hazards for children are higher than previously thought. A striking observation from this research are the large differences in practices between hospitals. Paediatric hospitals use special child protocols for radiological examinations, whereas general hospitals not always have these. Apart from that, radiation protection measures differ between hospitals. Furthermore, the number of high dose examinations has risen sharply over the past years. Examples are CT scans and fluoroscopic procedures, in which the patient is imaged in real time during an operation. Especially the rise in the number of CT scans by 80% with respect to 2005, is remarkable. This rise has also been observed for examinations of adults. Finally, in approximately half of the hospitals the applied doses are not compared to the so-called Diagnostic Reference Levels (DRLs) for children. This is probably due to the small number of children that is being examined: for this comparison a minimum of 20 children is needed. In hospitals that do compare to the DRLs, these are exceeded in one in five cases. DRLs are meant to give an indication of an acceptable dose, with which an appropriate radiological image can be obtained. For heavy patients and complex procedures DRLs can be exceeded. Radiology departments are not obliged to adhere to the DRLs. The reasons for the rise in paediatric examinations are unknown. It is important to clarify these. Apart from that, the small number of comparisons to the DRLs and their regular exceedance, deserve further attention. In addition, it is recommended to spread the knowledge of paediatric hospitals to the general hospitals in order to bring all hospitals up to date with the state of the art.

 

Home / Documenten en publicaties / Radiologisch onderzoek bij kinderen : Inventarisatie van de Nederlandse praktijk met de focus op dosis-reducerende maatregelen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu