RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Ontgassen van MTBE-vervoerende schepen

Degassing of ships transporting MTBE

Publiekssamenvatting

Bij het ontgassen van binnenvaartschepen die de stof MTBE (methyltert- butylether) vervoeren, kunnen restanten MTBE vrijkomen. Het ontgassen gebeurt als de schepen varen, in principe buiten woonwijken. Van MTBE is bekend dat het een hinderlijke geur verspreidt die klachten als hoofdpijn kan veroorzaken. Mensen aan wal kunnen last hebben van de geur, die al bij lage concentraties optreedt. Vanwege de korte blootstellingsduur wordt de kans klein geacht dat bij hen andere directe gezondheidseffecten optreden.

Dit blijkt uit een kleinschalig onderzoek van het RIVM dat in samenwerking met TNO is uitgevoerd. Hiervoor is de berekende blootstelling vergeleken met de grenswaarden voor MTBE. Bij de berekeningen die voor dit onderzoek zijn uitgevoerd, is telkens uitgegaan van worst case-scenario's. Daarbinnen zijn de grenswaarden zelden overschreden. Het onderzoek is gestart naar aanleiding van Kamervragen die in 2013 zijn gesteld over de (geur)overlast bij mensen die in de regio Rijnmond aan de wal wonen.

De Tweede Kamer wilde ook weten of het ontgassen van MTBEvervoerende schepen de oorzaak is van de verhoogde MTBEconcentraties die in Nederlands oppervlaktewater zijn aangetroffen. Dat blijkt niet het geval te zijn.

MTBE is een stof die wordt toegevoegd aan benzine om de kwaliteit ervan te verbeteren ('antiklopmiddel'). In Nederland vervoeren binnenvaartschepen ongeveer 600 scheepsladingen MTBE per jaar. Wanneer een schip overgaat op een andere scheepslading, wordt het schip gereinigd en ontgast.
 

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Ontgassen van MTBE-vervoerende schepen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu