Feit 4: Er worden vrouwen behandeld voor borstkanker, terwijl ze geen last zouden hebben gehad van de tumor.

Borstkanker wordt bijna altijd behandeld. Ook tumoren die zo langzaam groeien dat vrouwen in hun leven daar geen last van zouden hebben gehad. Het is (nog) niet mogelijk om vooraf onderscheid te maken tussen gevaarlijke (dodelijke) tumoren en minder gevaarlijke tumoren, die tijdens een mensenleven ook ongevaarlijk blijven. Mede hierdoor is het ook moeilijk om het risico op overbehandeling als gevolg van het bevolkingsonderzoek te onderzoeken.

Naar schatting zou in de totale populatie vrouwen van 0-100 jaar ongeveer 3% van alle gediagnosticeerde borsttumoren in een situatie met bevolkingsonderzoek nooit problemen hebben gegeven. Bij de totale populatie vrouwen in de screeningsleeftijd (50-74 jaar) is dat percentage ongeveer 5% (4,6%). Als gekeken wordt naar de populatie vrouwen die meedoet en waarbij ook daadwerkelijk borsttumoren zijn gedetecteerd door middel van het bevolkingsonderzoek, dan zou ongeveer 9-10% geen problemen hebben gegeven (12). Deze laatste cijfers betekenen dat bij ongeveer 1 op de 10 vrouwen, bij wie door middel van het bevolkingsonderzoek een tumor wordt ontdekt, een tumor wordt gediagnosticeerd die zonder bevolkingsonderzoek nooit symptomen had veroorzaakt (12).

Het fenomeen van overdiagnose en overbehandeling is een nadelig effect van het bevolkingsonderzoek. Hier staat tegenover dat jaarlijks veel sterfgevallen aan borstkanker worden voorkomen dankzij het bevolkingsonderzoek (2, 4, 13, 14). Voor de Nederlandse situatie is berekend dat voor ieder geval van overdiagnose 2 sterfgevallen worden voorkomen (verhouding 1:2; per jaar 375 gevallen van overdiagnose en 775 voorkomen sterfgevallen) (15). Voor het Britse screeningsprogramma werd een verhouding van 3:1 berekend en deze verhouding werd ook als acceptabel gezien (16).

Terug naar Feiten en Fabels


Literatuurlijst:

2. Otto SJ, Fracheboud J, Verbeek AL, Boer R, Reijerink-Verheij JC, Otten JD, et al. Mammography screening and risk of breast cancer death: a population-based case-control study. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2012;21(1):66-73.
4. van Schoor G, Moss SM, Otten JD, Donders R, Paap E, den Heeten GJ, et al. Increasingly strong reduction in breast cancer mortality due to screening. Br J Cancer. 2011;104(6):910-4.
12.de Gelder R, Heijnsdijk EA, van Ravesteyn NT, Fracheboud J, Draisma G, de Koning HJ. Interpreting overdiagnosis estimates in population-based mammography screening. Epidemiol Rev. 2011;33(1):111-21.
13. Paap E, Verbeek ALM, Puliti D, Paci E, Broeders MJM. Breast cancer screening case–control study design: impact on breast cancer mortality. Annals of Oncology. 2011;22(4):863-9.
14. Vervoort MM, Draisma G, Fracheboud J, van de Poll-Franse LV, de Koning HJ. Trends in the usage of adjuvant systemic therapy for breast cancer in the Netherlands and its effect on mortality. Br J Cancer. 2004;91(2):242-7.
15. de Gelder R. General discussion - the predicted effects of screening: Erasmus University Rotterdam; 2012.
16. Independent UK Panel on Breast Cancer Screening. The benefits and harms of breast cancer screening: an independent review. Lancet. 2012;380(9855):1778-86.

Home / Onderwerpen / B / Bevolkingsonderzoek borstkanker / Feiten en Fabels over bevolkingsonderzoek borstkanker / Feit 4: Er worden vrouwen behandeld voor borstkanker, terwijl ze geen last zouden hebben gehad van de tumor.

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu