Terrorisme

Een belangrijk onderdeel van de respons bij terreuraanslagen waarbij Chemische, Biologische, Radiologische en Nucleaire agentia betrokken zijn, is het uitvoeren van metingen en analyses. Het doel hiervan is het vaststellen van de aard van het gebruikte agens, de mate van verspreiding en het bepalen van de ernst van de mogelijke gevolgen van een terreuraanslag.

In de CBRN-responsunit van het RIVM en het ministierie van Infrastructuur en Milieu zijn diverse mobiele laboratoria samengebracht. Het is opgebouwd uit drie voertuigen:

  • Eén mobiel chemisch-biologisch laboratorium (MCBL) voor de analyse van objecten die ervan verdacht worden chemische en/of biologische stoffen te bevatten die gevaarlijk kunnen zijn voor de volksgezondheid. De unit is volledig zelfvoorzienend en door de integratie van verschillende disciplines kan men veilig werken en een aanzienlijke tijdswinst boeken bij de analyse van het materiaal. Op die manier kan het incident sneller, efficiënter en effectiever worden bestreden.
  • Twee mobiele radiologische-nucleaire meetvoertuigen (RN) die worden ingezet bij kernongevallen en radiologische incidenten. Met behulp van de voertuigen kan snel, al rijdend, de aard en omvang van een ongeval of incident worden vastgesteld. De voertuigen kunnen ook gebruikt worden als mobiel laboratorium en bevatten de nieuwste apparatuur voor het doen van uitgebreide metingen aan straling en allerlei radioactieve stoffen.

Landelijk Laboratorium Netwerk terreur aanslagen

In Nederland is een aantal laboratoria beschikbaar dat faciliteiten heeft voor het uitvoeren van metingen en analyses. Deze laboratoria hebben zich georganiseerd in het Landelijk laboratorium netwerk terreur aanslagen (LLN-ta). Het ministerie van Infrastructuur en milieu (I&M)  treedt hierbij als systeemverantwoordelijke op. NFI, TNO, RIKILT, CVI, KWR, nVWA, Douanelaboratorium en het RIVM zijn aangesloten bij het LLN-ta. Samen verzorgen zij de totale analysecapaciteit voor vraagstukken die zich voordoen bij een terreurdreiging of aanslag, waarbij CBRN-agentia een rol bij spelen. Wanneer het LLN-ta geactiveerd wordt, treedt I&M op als opdrachtgever. Het RIVM bemant het loket van het LLN-ta.

Verdachte objecten worden door het veld aangeboden aan het loket LLN-ta conform het Protocol Verdachte Objecten. Hier wordt in het verdeelstation een eerste screening uitgevoerd op de aanwezigheid van C, B of RN componenten. Indien noodzakelijk wordt het monster doorgestuurd aan één van de aangesloten expertise laboratoria.

Bij de bestrijding van CBRN incidenten verzorgt het LLN-ta de relevante technische en wetenschappelijke informatie. Onderdeel van het loket van het LLN-ta is het mobiele chemisch-biologische laboratorium (MCBL) dat kan worden ingezet voor de bepaling van chemische en biologische stoffen. Deze extra geïsoleerde onderzoeksruimte (BSL3 niveau) biedt de mogelijkheid om op een veilige manier te werken met risicovolle stoffen en biedt maximale veiligheid voor mens en omgeving. De unit is volledig selfsupporting en door de integratie van verschillende disciplines kan men een aanzienlijke tijdswinst boeken bij de analyse van het probleem. Hiermee kan het incident sneller en efficiënter worden bestreden.

Contact

Hulpverleningsinstanties kunnen een beroep doen op ondersteuning door het RIVM via het LLN-ta loket (030 - 274 2742). 

Home / Onderwerpen / O / Ongevallen en rampen / Terrorisme

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu