Infectieziekten Bulletin

jaargang 10 nummer 6 1999 (gonorroe en syfilis)

De aangifte van gonorroe en syfilis in Nederland in de periode 1976-1998

LM Wijgergangs, J Rijlaarsdam, MJW van de Laar, Centrum voor Infectieziekten Epidemiologie (CIE), RIVM, Bilthoven. 

Inleiding

Gonorroe en syfilis werden in 1976 opgenomen als categorie C in het landelijk aangiftesysteem. Bewezen gevallen van gonorroe en primaire en secundaire syfilis (en congenitale syfilis) werden anoniem aangegeven. De gegevens zijn beschikbaar naar datum, plaats van aangifte, geslacht en leeftijd. Het gebruik van de aangiftecijfers is beperkt door een onbekend percentage en aard van onderdiagnostiek en onderraportage. Per 1 april 1999 is de aangifteplicht voor deze infectieziekten komen te vervallen. Omdat er geen aanwijzingen zijn dat het percentage onderrapportage met de tijd is veranderd, kunnen de aangiftecijfers wel gebruikt worden om trends in incidentie van ziekte te bestuderen. Hieronder worden de aangiftegegevens over de periode 1976-1998 gepresenteerd.

Aangifte gonorroe 1976-1998, naar geslacht, per 100.000 (Bron: IGZ)

Figuur 1. Aangifte gonorroe 1976-1998, naar geslacht, per 100.000 (Bron: IGZ)

Aangifte gonorroe

De aangifte van gevallen van gonorroe neemt in de periode 1976-1983 licht toe om daarna vanaf 1984 sterk te dalen (figuur 1). Deze sterke daling wordt hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door veranderingen in seksueel gedrag als reactie op de HIV-epidemie.1 De incidentie lijkt zich de laatste jaren te hebben gestabiliseerd op een laag endemisch niveau. De man-vrouwverhouding steeg geleidelijk vanaf 1985 tot 3,2 in 1997. Deze geslachtsverhouding ligt in Amsterdam hoger dan in de rest van Nederland. Dit verschil kan verklaard worden door een hoge blootstelling aan een relatief kleine groep infectieuze vrouwen, zoals prostituees, door een hoog percentage gevallen bij homoseksuele mannen en door een relatief hoog percentage symptomatische infecties bij mannen. De hoge getalsverhouding in Amsterdam lijkt een afspiegeling te zijn van het relatief grote aandeel van homoseksuele mannen.1
De leeftijdsverdeling in de aangegeven gevallen vertoont een piek bij vrouwen tussen de 20 en 24 jaar en bij mannen tussen de 30 en 34 jaar en is al vele jaren ongeveer hetzelfde (figuur 2).
De daling in de incidentie van gonorroe gedurende de afgelopen 10 tot 15 jaar wordt ook in veel andere landen waargenomen en wordt overal in verband gebracht met verandering in seksueel gedrag als gevolg van de HIV-epidemie.

Figuur 2. Percentuele leeftijdsverdeling van aangegeven gevallen van gonorroe, 1998 (Bron: IGZ)

Figuur 2. Percentuele leeftijdsverdeling van aangegeven gevallen van gonorroe, 1998 (Bron: IGZ)

Aangifte syfilis

In Nederland neemt de incidentie van syfilis sinds begin jaren tachtig af met een scherpe daling vanaf 1984. De daling vindt vooral bij mannen plaats. In 1978-1980 was er een toename van het aantal aangegeven gevallen van syfilis in Amsterdam en in 1996-1997 was er een lichte toename in Rotterdam te zien (figuur 3). Dit betrof vooral syfilis bij drugsverslaafde prostituées en hun klanten. De dalende trend kan worden toegeschreven aan een combinatie van gedragsverandering, bestrijdings- en screeningsprogramma’s bij bezoekers van SOA-poliklinieken en zwangere vrouwen.
De man-vrouwverhouding neemt sinds het begin van de aangifte af tot ongeveer 2 in de jaren negentig. Traditionele risicogroepen voor syfilis zijn homoseksuele mannen, prostitué(e)s en hun klanten en intraveneuze druggebruikers. Meer dan de helft van de patiënten met primaire of secundaire syfilis heeft een niet-Nederlandse nationaliteit. In het buitenland is het voorkomen van syfilis vaak gerelateerd aan etniciteit en druggebruik. In Nederland is speelt dit minder, maar is waakzaamheid geboden voor eventuele epidemische verheffingen zoals we die in het verleden gezien hebben bij drugsprostituées in Rotterdam in 1996-1997 en bij homoseksuele mannen in Amsterdam (figuur 4). In andere Europese landen wordt eenzelfde dalende trend waargenomen. Dit in tegenstelling tot de Verenigde staten waar tot 1990 een toename te zien was.

Figuur 3. Aangifte van syfilis 1976-1998, naar geslacht, absolute aantallen (Bron: IGZ)

Figuur 3. Aangifte van syfilis 1976-1998, naar geslacht, absolute aantallen (Bron: IGZ))

Nieuwe SOA-registratie

Momenteel wordt er gewerkt aan de opzet van een ‘nieuwe’ SOA-registratie door de werkgroep Herziening SOA-surveillance Nederland waarin alle belangrijke actoren in het veld zitten hebben (Stichting SOA, LOI, GGD, RIVM, VWS, IGZ, etc.). Streven is om deze registratie per 1 januari 2000 in werking te hebben.

Figuur 4. aangifte van syfilis in Rotterdam en Amsterdam, 19976-1998, per 100.000 (Bron: IGZ)

Figuur 4. aangifte van syfilis in Rotterdam en Amsterdam, 19976-1998, per 100.000 (Bron: IGZ)
Literatuur
  1. Dalende trend van gonorroe in Nederland; betekenis voor de AIDS-epidemie? MJW van de Laar, JAR van den Hoek, J Pickering, GJP van Griensven, RA Coutinho, HPA van de Water. Ned Tijdschr Geneeskd 1990; 134: 647-52


ib home rivm home
Voor vragen of suggesties over deze pagina kunt u contact opnemen met de redactie van het IB

Copyright © 1999 RIVM/CIE
Update: 6/23/99 2:59:57 PM