

| Jaar
|
1997 | 1998 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | 2003 | 2004 |
|
Difterie |
||||||||
|
Wettelijke meldingen |
1 |
0 |
1 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Sterftecijfers |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Kinkhoest |
||||||||
|
Wettelijke meldingenA |
2671 |
2508 |
6980 |
4229 |
8030 |
4487 |
2847 |
9616 |
|
ZiekenhuisopnamenB |
436 |
282 |
509 |
247 |
397 |
261 |
138 |
300 |
|
Sterftecijfers |
2 |
1 |
3 |
0 |
0 |
0 |
0 |
1 |
|
Tetanus |
||||||||
|
Registratie patiënten |
- |
- |
1 |
2 |
1 |
2 |
5 |
2 |
|
Sterftecijfers |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Polio |
||||||||
|
Wettelijke meldingen |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
|
Hib |
||||||||
|
Ingestuurde isolaten |
19 |
19 |
12 |
15 |
17 |
31 |
33 |
49 |
|
Bof |
||||||||
|
Ziekenhuisopnamen |
3 |
5 |
2 |
2 |
2 |
5 |
3 |
7 |
|
Virologische Weekstaten |
19 |
9 |
6 |
8 |
2 |
8 |
6 |
7 |
|
Mazelen |
||||||||
|
Wettelijke meldingen |
21 |
9 |
2368 |
1019 |
17 |
3 |
4 |
11 |
|
ZiekenhuisopnamenC |
11 |
4 |
101 |
16 |
4 |
2 |
2 |
1 |
|
Sterftecijfers |
0 |
1 |
2 |
0 |
0 |
0 |
1 |
0 |
|
Virologische Weekstaten |
34 |
17 |
110 |
30 |
8 |
4 |
1 |
5 |
|
Rodehond |
||||||||
|
Wettelijke meldingen |
19 |
18 |
3 |
12 |
4 |
3 |
1 |
41 |
|
Ziekenhuisopnamen |
9 |
2 |
4 |
2 |
3 |
2 |
2 |
|
|
Virologische Weekstaten |
11 |
13 |
6 |
4 |
11 |
13 |
9 |
20 |
|
Meningokokken |
||||||||
|
Wettelijke meldingen |
491 |
505 |
531 |
516 |
770 |
656 |
382 |
297 |
|
Ziekenhuisopnamen |
782 |
821 |
797 |
752 |
1023 |
827 |
474 |
367 |
|
Sterftecijfers |
18 |
26 |
21 |
21 |
31 |
18 |
10 |
7 |
|
Ingestuurde isolaten |
550 |
613 |
570 |
539 |
716 |
611 |
361 |
268 |
| A Verdeling over de jaren op grond van eerste ziektedag. B De gegevens zijn gecorrigeerd voor dubbele meldingen, de ruwe gegevens zijn achtereenvolgens 1997: 438, 1998: 283, 1999: 517, 2000: 250, 2001: 411, 2002: 338, 2003:158. C De jaren 1999 en 2000 zijn gecorrigeerd voor dubbele meldingen wat resulteert in 99 gevallen in 1999 en 12 gevallen in 2000 (overige jaren geen gegevens over dubbele meldingen). |
Voor de meeste ziekten is het aantal meldingen gebaseerd op de wettelijke meldingen zoals geregistreerd bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), ziekenhuisopnamen geregistreerd in de Landelijke Medische Registratie (LMR) door PRISMANT en sterftecijfers zoals die worden verzameld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor tetanus zijn gegevens gebruikt uit de registratie van de uitgifte van tetanus immuunglobulinen bij verdenking op tetanus, gedocumenteerd door het Laboratorium voor Toetsing van het RVP (LTR) van het RIVM. Voor meningokokkenziekte en invasieve Haemophilus influenzae-type-b-infecties is gebruik gemaakt van isolaten die op vrijwillige basis door de medisch microbiologische laboratoria worden doorgestuurd naar het Nederlands Referentie Laboratorium voor Bacteriële Meningitis (NRBM). Voor bof, mazelen en rodehond werd gebruik gemaakt van data die afkomstig waren van de virologische laboratoria en door het RIVM verzameld worden voor de Virologische Weekstaten.
Kinkhoest
Net als in 1996, 1999 en 2001 waren er in 2004 opnieuw veel meldingen van kinkhoest. Deze toename past binnen het patroon van verheffingen elke 2 à 3 jaar zoals dat de laatste 10 jaar plaatsvindt. Vanaf januari 2005 wordt voor de kinkhoestvaccinatie van zuigelingen gebruik gemaakt van een a-cellulair vaccin. Het is nog te vroeg om het effect hiervan te bepalen. Wel heeft deze verandering in de kinkhoestvaccinatie tot veel media-aandacht geleid. Hierdoor is er waarschijnlijk vaker aan de diagnose kinkhoest gedacht. Dit heeft mogelijk bijgedragen aan het grote aantal meldingen in 2004. De gegevens over het eerste kwartaal van 2005 laten een daling in de incidentie zien.2 De boostervaccinatie met het a-cellulaire kinkhoestvaccin voor 4-jarigen, die eind 2001 werd ingevoerd, heeft geleid tot een sterke daling van het aantal ziektegevallen in de gevaccineerde leeftijdscohorten (4- tot 7-jarigen).3 Bovendien lijkt door de afgenomen circulatie bij de 4- tot 7-jarigen het aantal ongevaccineerde zuigelingen, dat wegens kinkhoest opgenomen is in het ziekenhuis, ook afgenomen te zijn.
Haemophilus influenzae type b
Er is geen duidelijke verklaring voor de toename in de laatste jaren van het aantal isolaten van patiënten met invasieve Haemophilus influenzae-type-b-infecties die zijn ingezonden naar het NRBM. Het aantal infecties bij kinderen die door vaccinatie beschermd zouden moeten zijn (vaccinfalen) is in 2004 niet verder toegenomen.
Bof
Het aantal gevallen van bof in 2004 is waarschijnlijk vele malen hoger dan in de tabel (volgens de Virologische Weekstaten) is vermeld. In 2004 deed zich een epidemie van bof voor onder studenten van een internationale school in Den Haag (totaal 320 gevallen).4 Het merendeel van deze gevallen is niet vermeld in de Virologische Weekstaten omdat ze niet met laboratoriumonderzoek zijn bevestigd of omdat laboratoriumonderzoek plaatsvond in een laboratorium dat niet is aangesloten bij de Virologische Weekstatenrapportage. Betrouwbare surveillancegegevens voor bof ontbreken vooralsnog.
Mazelen
In 2004 werden 11 patiënten met mazelen gemeld, waarvan 5 woonachtig in Nederland. De overige 6 waren op vakantie in Nederland en woonden in het buitenland.
Rubella
Vanaf september 2004 is er een rubella-epidemie gaande onder ongevaccineerden.5 De epidemie begon in regio Twente en heeft zich sindsdien verspreid naar andere gebieden met een lage vaccinatiegraad in Midden-Nederland en Zeeland. Er heeft nauwelijks verspreiding plaatsgevonden buiten de niet-gevaccineerde clusters, wat duidt op een goede groepsimmuniteit. Vooral in 2005 is het aantal ziektegevallen sterk toegenomen (zie ook www.rivm.nl/isis/ onder actualiteiten). Tot op heden werden 29 infecties bij zwangeren gemeld; in Osiris is tot nu toe 1 kindje met Congenitaal Rubella Syndroom (CRS) gemeld.
Meningokokkenziekte
De in 2002 geïntroduceerde vaccinatie tegen meningokokken-C-ziekte is nog steeds zeer effectief. Meningokokken-C-ziekte komt nauwelijks meer voor en tot op heden is er geen vaccinfalen gemeld. Het aantal gevallen van meningokokken-B-ziekte lijkt eveneens te zijn afgenomen.6
Difterie, polio en tetanus
Vaccinatie tegen difterie en polio heeft ertoe geleid dat ook in 2004 deze ziekten niet meer vóórkwamen in Nederland.
De epidemie van rodehond toont aan dat ondanks een hoge vaccinatiegraad (hoger dan 95%) voor BMR, clustering van ongevaccineerde individuen een daadwerkelijk risico vormt zolang de ziekteverwekker circuleert.Ook op het vóórkomen van bof - dat niet meer meldingsplichtig is - moeten we alert blijven. Het handhaven van een hoge vaccinatiegraad en de continue monitoring van het vóórkomen van de doelziekten uit het RVP blijven dan ook van essentieel belang.
Literatuur
![]() |
![]() |