IARC classificatie koolstofnanobuisjes (CNTs) verder ondersteund

De kankerverwekkendheid van koolstofnanobuisjes (CNTs) bij inademing is eind 2014 ingeschat door een expertgroep van het IARC (International Agency for Research on Cancer). Hun aanbeveling was om op basis van de huidige beschikbare data uit in vivo studies het specifieke type MWCNT-7 te classificeren in klasse 2B (“zou kankerverwekkend voor de mens kunnen zijn”) en de overige vezelachtige CNTs als klasse 3 (“kankerverwekkendheid onbekend” ) (zie ook KIR-nano Signaleringsbrief 2015 nummer 1).

Tijdens deze evaluatie is ook gekeken naar ondersteunend bewijs voor deze classificatie vanuit mechanistische studies (1) uitgevoerd in vitro (2) De classificatie is op basis van het bewijs in deze studies niet gewijzigd. De conclusie van het mechanistische onderzoek is onlangs gepubliceerd in Critical Reviews of Toxicology.

Deze publicatie zet de nieuwe informatie over kankerverwekkendheid van koolstofnanobuisjes (CNTs) én koolstofnanovezels (3) (CNFs) op een rij. Hierbij wordt ook een ander type koolstofnanobuisje (MWCNT-N) besproken. CNTs en CNFs hebben een aantal eigenschappen gemeen met slecht oplosbare deeltjes, waarvan is aangetoond dat deze bij knaagdieren na inademing aanleiding geven tot aanhoudende longontstekingen en longkanker. Enkele typen CNTs en CNFs hebben ook vezelachtige karakteristieken vergelijkbaar met asbest. Van asbest is bekend dat blootstelling kan leiden tot een verhoogde kans op longkanker en longvlieskanker in mens en dier.

De expertgroep heeft vastgesteld dat de meer recente studies geen aanleiding geven om de IARC- classificatie aan te passen, namelijk dat er voldoende bewijs is om op dit moment vast te stellen dat één type CNTs (MWCNT-7) mogelijk kankerverwekkend bij de mens is en dat van alle andere CNTs dat niet gesteld kan worden. Het mechanistische bewijs voor kankerverwekkendheid van overige typen koolstofnanobuisjes (zoals MWCNT-N) en koolstofnanovezels is ontoereikend. De experts doen ook aanbevelingen welke wetenschappelijke studies uitgevoerd zouden moeten worden om tot een betere ondersteuning van de bewijslast te komen. Deze omvatten: onderzoek naar de voorspellende waarde van in-vitro- en kortdurend in-vivo-onderzoek (4) voor long(vlies)kanker, systematische analysis van welke dosis in het lichaam leidt tot welk effect voor elk van bovengenoemde materialen. Evaluatie van de invloed van fysisch-chemische eigenschappen van het nanomateriaal en de omstandigheden tijdens het uitvoeren van een test op de uitkomst of een stof kankerverwekkend kan zijn of niet.

RIVM/KIR-overweging:

De toegevoegde waarde van bovenstaande publicatie is dat een zeer omvangrijke hoeveelheid data uit in-vitrostudies naast in-vivodata is gelegd. Deze laatste zijn de basis geweest voor de IARC-classificatie van koolstofnanobuisjes. In bovenstaande studie zijn ook data over het mechanisme waarmee CNFs kanker zouden kunnen veroorzaken toegevoegd. Er is nog geen kankeronderzoek met CNFs in mens of (knaag)dier gedaan. IARC gebruikt met name dit type onderzoek als bewijslast voor classificatie. De CNFs zijn tot nu toe buiten beschouwing gebleven.

De ontwikkelingen op gebied van onderzoek naar mogelijke kankerverwekkendheid van CNTs gaan snel. In bovenstaande publicatie zijn ook resultaten van dierstudies meegenomen die ten tijde van IARC-evaluatie nog niet bekend waren. Zo is een studie uitgevoerd die de kankerverwekkendheid van een ander type MWCNTs (MWCNT-N) aantoont in een rat. Mogelijk kan deze studie als bewijslast gebruikt worden bij classificatie. Het is niet bekend of het IARC opnieuw een procedure voor dit specifieke type gaat starten. In deze KIR-nano Signaleringsbrief (zie Gezondheid) is een nieuwe 2-jaar durende inhalatiestudie beschreven met MWCNT-7 die niet in bovenstaand review is meegenomen. Hieruit bleek dat deze koolstofnanobuisjes weliswaar na inademen kan leiden tot longtumoren maar niet tot longvlieskanker zoals dat voor asbest wordt beschreven. Het ligt niet voor de hand dat de IARC-classificatie hierdoor zal veranderen.

 
  1. Een chemische stof kan kanker veroorzaken na een aantal opeenvolgende veranderingen in een cel. Als alle stappen van dit mechanisme zijn aangetoond, sterkt dat de bewijslast voor kankerverwekkenheid van een stof. Een mechanisme wordt veelal onderzocht in in-vitroceltesten.
  2. In-vitrostudies zijn studies uitgevoerd in cellen afkomstig uit mens of dier.
  3. Koolstofnanobuisjes (CNTs) zijn holle buisjes gemaakt van perfect opgerolde grafeenplaatjes. Koolstofnanovezels (CNFs) zijn cilindrische nanostructuren gemaakt van op elkaar gestapeld grafeen in de vorm van platte plaatjes, kegels of bekertjes. Een CNF is onregelmatiger van structuur en heeft meestal geen holle ruimte.
  4. In-vivostudies zijn studies uitgevoerd in een volledig organisme (meestal (knaag)dieren).

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Signaleringsbrief KIR nano / Signaleringsbrief KIR-nano 2017- 1 / IARC classificatie koolstofnanobuisjes (CNTs) verder ondersteund

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu