RIVM logo
Voedselconsumptiepeiling
Engels/English
Home Contact Print
Zoek
    > Deelonderzoeken > Voedingsstatus
3 glazen melk  
Voedingsstatus
Doelstelling
Er zijn weinig nauwkeurige gegevens over de inneming van natrium en jodium door de Nederlandse bevolking. Deze inneming kan niet accuraat bepaald worden aan de hand van gegevens zoals die met de voedselconsumptiepeilingen worden verkregen. Dit komt onder andere doordat de hoeveelheid zout die wordt toegevoegd bij het koken en tijdens het eten niet goed kan worden bepaald. Bovendien is er variatie in het zoutgehalte van bedrijfsmatig geproduceerde voedingsmiddelen. Ook is het onduidelijk hoeveel brood, broodvervangers en vleeswaren verrijkt worden met jodium (en in welke mate). De inneming van natrium en jodium kan wel accuraat bepaald worden door het meten van de excretie ervan in urine.

Doel van het onderzoek is dan ook om inzicht te krijgen in de inneming van natrium (zout) en jodium door volwassen Nederlanders.
Opdrachtgever
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Uitvoering
Instanties: RIVM met medewerking van GGD Gelre IJssel, en het Academisch Medisch Centrum (AMC).

Periode: Najaar 2006.
Methode

Onderzoekspopulatie. 333 personen van 19-70 jaar. De deelnemers waren afkomstig uit Doetinchem of nabije omgeving. Voor de steekproeftrekking is gedeeltelijk gebruik gemaakt van de onderzoekspopulatie van de Doetinchem Studie. Deze deelnemers zijn op dit moment 35-75 jaar oud.  Om ook inzicht te krijgen in de zoutinneming van jongvolwassenen is door de GGD een aanvullende steekproef getrokken onder jongvolwassenen (19-39 jaar) uit het bevolkingsregister van Doetinchem.

Urineverzameling. Voor deze studie is gekozen voor een 24-uurs urineverzameling. Dit wordt op dit moment gezien als de gouden standaard voor het bepalen van de zoutinneming. De deelnemers kregen instructie om alle urine te verzamelen na de ochtendurine op dag 1 tot en met de ochtendurine van dag 2. Ook kregen de deelnemers twee korte vragenlijsten, één met betrekking tot de urineverzameling en één met betrekking tot voeding, roken en medicijngebruik.

Urineverwerking. De urineflessen zijn per respondent gewogen en de inhoud gehomogeniseerd. Drie 15 ml buisjes zijn opgeslagen bij -20 °C. Aan het eind van de monsterverzameling zijn de buisjes op droogijs getransporteerd naar het AMC en het RIVM voor opslag en analyse.

Laboratoriumanalyse Natrium. De analyses van natrium in 24-uurs urine bij het RIVM zijn uitgevoerd in april 2007. De natriumconcentratie is bepaald met behulp van een indirecte potentiometry methode, gebruikmakend van twee glazen natrium-electrodes. De excretie van natrium werd omgerekend naar natriuminname en vervolgens omgerekend naar zoutinname.

Laboratoriumanalyse Jodium. De analyses van jodium in 24-uurs urine zijn uitgevoerd door het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam (AMC) in juli/augustus 2007.  De jodiumexcretie is bepaald met behulp van een ammoniumpersulfaat digestie en de Sandell-Kolthoff methode in een microtiterplaat format. Door middel van het volume van de 24-uurs urine werd de jodiumconcentratie omgerekend naar jodiumexcretie per dag.

Resultaten

Respons. Van de benaderde personen van de Doetinchem studie waren 271 personen (68%) geïnteresseerd in deelname. Bij de jongvolwassenen was de respons beduidend lager: 103 (23%) personen waren geïnteresseerd in deelname. In totaal verzamelden 333 personen urine. Hiervan werden nog enkele personen geëxcludeerd voor verdere analyse vanwege verschillende redenen (onder andere vanwege missende gegevens of gebruik van diuretica), hierdoor verschilt het uiteindelijke aantal deelnemers per bepaling. Meer vrouwen dan mannen hebben deelgenomen aan het onderzoek (58,6 vs. 41,4%). De gemiddelde leeftijd van de studiepopulatie was 48 jaar (spreiding 19-70 jaar).

Representativiteit. Op basis van rookgedrag en consumptie van groenten en fruit, kan iets gezegd worden over de representativiteit van de onderzoeksgroep. Het percentage rokers is lager en de consumptie van groenten en fruit is hoger dan het landelijk gemiddelde. Dit zou erop kunnen wijzen dat deze onderzoeksgroep gezonder zou zijn dan de gemiddelde bevolking.

Zout. De inneming van zout zat in alle groepen gemiddeld boven de aanbeveling van 6 gram per dag. De grootste gemiddelde hoeveelheid werd ingenomen door mannen van 19-49 jaar, namelijk 10 gram zout per dag. Mannen van 50-70 jaar zaten iets lager, zij hadden een gemiddelde inneming van 9,7 gram. Ook de vrouwen hebben een gemiddelde inneming boven de aanbevelingen, variërend van 7,5 gram in de oudere leeftijdsgroep tot 8,6 gram zout per dag in de jongere groep.

Tabel 1. Resultaten met betrekking tot zoutinname (g/dag)
NGemiddelde
Totaal2958,81
Mannen1229,91
Mannen, 19-49 jaar 5510,14
Mannen, 50-70 jaar679,73
Vrouwen1738,10
Vrouwen, 19-49 jaar938,62
Vrouwen, 50-70 jaar807,51

Jodium. De mediane jodiumconcentratie van de totale studiepopulatie lag met 109 µg/l in het gebied van optimale jodiuminneming (100-199 µg/l) volgens de classificatie van de WHO (tabel 2). De P20 van de jodiumconcentratie was 71 µg/l. Dit is hoger dan 50 µg/l, het tweede criterium van de WHO voor een optimale jodiuminneming.
De mediane jodiumexcretie per dag bedraagt 241 µg; 270 µg/dag voor mannen en 218 µg/dag voor vrouwen. Mannen van 50-70 jaar hadden de hoogste mediane jodiumexcretie (272 µg/dag), terwijl vrouwen van 50-70 jaar de laagste mediane excretie hadden (207 µg/dag).

Tabel 2. Resultaten met betrekking tot jodiumconcentratie (µg/l)
NGemiddelde
Totaal309109
Mannen130142
Mannen, 19-49 jaar 54142
Mannen, 50-70 jaar76130
Vrouwen17997
Vrouwen, 19-49 jaar93105
Vrouwen, 50-70 jaar8683
Conclusie

Uit dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat de zoutinneming in Nederland gemiddeld ruim boven de aanbevelingen ligt. Gezien het bloeddrukverhogende effect van zout is het zeer aan te bevelen om acties te ondernemen om de zoutinneming in de Nederlandse populatie te verlagen. Hiermee kan op populatieniveau een aanzienlijke gezondheidswinst behaald worden.

De jodiuminneming van volwassenen in Nederland is adequaat. De resultaten van dit onderzoek kunnen gebruikt worden als indicatie voor de gemiddelde jodiumexcretie in de Nederlandse populatie. Tevens kunnen ze gebruikt worden als nulmeting om de effecten van beleidswijzigingen met betrekking tot jodium vast te kunnen stellen.

 
Laatste wijziging: 16 juli 2008