VCP 2012-2016

Gegevens over de voedselconsumptie en inname van energie en voedingsstoffen van de algemene Nederlandse bevolking van 1 tot en met 79 jaar. De gegevensverzameling liep van eind 2012 tot en met 2016. Er is onder andere gekeken naar de consumptie van groente, fruit, vlees en suikerhoudende dranken. De voedselconsumptie is vergeleken met de Richtlijnen goede voeding. En er is gekeken of de inname van voedingsstoffen voldeed aan de aanbevelingen. 

 

Voedingsmiddelen

Wat eet en drinkt Nederland (2012-2016)?

  • Nederlanders consumeren gemiddeld per dag 3,1 kg kilogram (kilogram) aan eten en drinken. Tweederde van de consumptie bestaat uit dranken.
  • Jongens en mannen eten meer dan meisjes en vrouwen. De samenstelling van het voedingsmiddelenpakket verschilt nauwelijks per leeftijd. Wel consumeren kinderen relatief meer zuivel dan volwassenen en drinken ze minder.
  • Bijna 80% van al het eten en drinken wordt door Nederlanders thuis geconsumeerd. Voedingsmiddelen die vaker buitenshuis worden gegeten of gedronken zijn koek en gebak, fruit en niet-alcoholische dranken.
  • De laatste jaren zijn Nederlanders meer fruit gaan eten. De consumptie van alcoholische dranken, aardappelen, vetten, zuivel, zoetwaren en vlees nam af.

Opvolgen van de Richtlijnen goede voeding

  • De mate waarin de Richtlijnen goede voeding voor productgroepen worden opgevolgd varieert.

  • De richtlijnen die het beste worden gevolgd zijn die van vis, alcohol en volkorenproducten. De richtlijnen die het minst worden gevolgd zijn die van groente, fruit, ongezouten noten, peulvruchten, suikerhoudende dranken en zout. Wel zijn er in de afgelopen jaren mogelijk gunstige veranderingen te zien in de consumptie van suikerhoudende dranken, vlees, groente, fruit en noten.

  • De consumptie van met name groente en fruit hangt samen met opleidingsniveau.

Energie en macronutriënten

  • De inname van koolhydraten, eiwitten, onverzadigde vetzuren en transvetzuren in Nederland voldoet aan de aanbevelingen.

  • De  hoeveelheid verzadigde vetten, de totale hoeveelheid vet en alcohol is voor een deel van de bevolking hoog.  Voor alcohol is dat de afgelopen jaren lager geworden.

  • De inname van voedingsvezel en alfa-linoleenzuur is laag.

  • Voor de nutriënten waarvoor er lage en hoge innames worden gezien (vezel, alfa-linoleenzuur, vetten, verzadigde vetten) zijn er nauwelijks veranderingen te zien. Wel lijkt de inname van n-3 visvetzuren te zijn toegenomen.  

  • Daarnaast is de inname van transvetzuren  (echter nauwelijks meetbaar) en onverzadigde vetzuren gedaald.

  • Een toename in de vezelconsumptie en een gunstig vetpatroon kan van belang zijn om chronische ziekten te voorkomen.

Vitamines en mineralen

  • De inname van koper, magnesium, zink, vitamine B1, B3, B12 en K1 is bij volwassenen voldoende. Voor kinderen is dit voor koper, vitamine B3 en vitamine B12. Voor mannen is ook de inname van kalium en vitamine B6 voldoende.

  • Senioren volgen niet allemaal het suppletieadvies voor vitamine D. Meer opvolgen hiervan samen met voldoende calcium kan de kans op botbreuken verminderen.

  • Voor een aantal vitamines en mineralen worden bij een deel van de bevolking lage innames gezien (calcium, ijzer, vitamine A, B2, B6, C en  folaat).  Er zijn geen concrete aanwijzingen dat deze lage innames vanuit volksgezondheidsoogpunt zorgelijk zijn. Vervolgonderzoek naar voedingsstatus (bijvoorbeeld bepaalde bloedwaarden) of de prevalentie van klinische verschijnselen is wenselijk.

  • Voor veel vitamines en mineralen kan bij verschillende leeftijd/geslachtsgroepen niet met zekerheid worden vastgesteld of er sprake is van lage innames, omdat er onvoldoende kennis is over de behoefte van deze voedingsstoffen. Dit is vaker het geval bij kinderen.

  • De natriuminname is bevolkingsbreed hoog. Een hoge natriuminname hangt samen met een hoge bloeddruk.

Onderzoekspopulatie, methode en data analyse

Onderzoekspopulatie

De studiepopulatie betreft in Nederland wonende personen in de leeftijd van 1 tot en met 79 jaar (n=4313), met uitzondering van zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven. Ook mensen die in een instelling wonen waren uitgesloten van deelname. De deelnemers zijn getrokken uit een consumentenpanel van TNS-Nipo (huidige Kantar Public) en vormen een representatieve vertegenwoordiging op basis van leeftijd, geslacht, opleiding (voor kinderen geldt de opleiding van de ouders), regio en urbanisatiegraad in Nederland. De netto respons van deelnemers van wie een volledige dataset beschikbaar is (volledig ingevulde schriftelijke vragenlijst en twee 24-uursvoedingsnavragen)  was 65%.

Methodiek

De voedselconsumptiemethode bestaat uit twee 24-uursvoedingsnavragen op niet-aaneengesloten, onafhankelijke dagen (dietary recall). Voor de jongste en oudste leeftijdsgroepen wordt deze methodiek gecombineerd met dagboekjes. Algemene informatie vullen de deelnemers in in een algemene vragenlijst. De vragenlijsten verschillen naar leeftijd van de deelnemer. De 24-uursvoedingsnavragen zijn uitgevoerd met een speciaal daartoe ontwikkeld computergestuurd interviewprogramma. Dit programma GloboDiet wordt in verschillende Europese landen gebruikt. Het programma was eerder bekend onder de naam EPIC-Soft en werd ook bij eerdere voedselconsumptiepeilingen gebruikt. Voor kinderen van 1 tot 3 jaar zijn dagboekjes ingevuld en zijn de ouders/verzorgers geïnterviewd. Kinderen tot 15 jaar zijn thuis geïnterviewd samen met een ouder/verzorger. Volwassenen zijn telefonisch geïnterviewd. Ouderen vanaf 70 jaar zijn eveneens thuis geïnterviewd.

Alle dagen van de week en alle seizoenen zijn evenredig vertegenwoordigd. De antwoorden op de algemene vragenlijst geven onder andere informatie over lengte en gewicht, gebruik van dieet- of voedingsrichtlijn, activiteitenpatroon, opleiding, gezinssamenstelling, geboorteland, roken, alcoholgebruik, ontbijtgebruik en de frequentie van consumptie van vis en voedingssupplementen.

Data analyse

De voedselconsumptiegegevens van 2012-2016 zijn gekoppeld aan de gegevens aan het Nederlands voedingsstoffenbestand  (NEVO-online versie 2016/5.0 met aanvullingen voor VCP Voedselconsumptiepeiling (Voedselconsumptiepeiling))  en het Nederlands supplementenbestand (NES 2018). Om te weten welke NEVO-code binnen welke GloboDiet-subgroep gebruikt wordt is het volgende overzicht beschikbaar.

Op basis van de twee meetdagen per persoon is de consumptie geschat. Voor de evaluatie  van de inname van voedingsstoffen en de consumptie van voedingsmiddelengroepen volgens de Richtlijnen goede voeding is de gebruikelijke consumptie berekend. Hierbij is gebruik gemaakt van het  statistisch modelleringsprogramma SPADE Statistical Program to Assess Dietary Exposure (Statistical Program to Assess Dietary Exposure). De bijdrages van een eetmoment  of plaats van consumptie van een voedingsmiddelengroep of een voedingsstof zijn gebaseerd op de gemiddelde bijdrages van de bijdrages  per deelnemer.

Voor de precieze resultaten zie de rapportage of de tabellen op RIVM StatLine