Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu voert, naast voedselconsumptieonderzoek, ook voedingsstatusonderzoek uit. Het doel van voedingsstatusonderzoek is om de hoeveelheid voedingsstoffen in het menselijk lichaam te beoordelen. Indien mogelijk worden voor deze beoordeling bloed- en/of urinemonsters geanalyseerd. Redenen voor dit onderzoek zijn:
1. Bevindingen uit de Voedselconsumptiepeilingen bevestigen. Bijvoorbeeld als er een mogelijk tekort of overschot van een voedingsstof wordt gevonden.
2. Het is de beste methode om bepaalde innames te schatten. Dit is bijvoorbeeld het geval voor natrium (zout) en jodium.

Sinds 2006 voert het RIVM onderzoek uit naar voedingsstatus van natrium en jodium in de Nederlandse bevolking. Voor dit onderzoek wordt samengewerkt met andere bestaande onderzoeken. Daarnaast doet het RIVM onderzoek naar de gezondheidseffecten van de lage vitamine A innames in Nederland.

Onderzoek naar natrium en jodium

De inname van natrium (bestanddeel van zout) en jodium kan niet nauwkeurig bepaald worden met voedselconsumptiegegevens. Dit komt onder andere doordat de hoeveelheid zout die tijdens en na de bereiding aan het eten wordt toegevoegd moeilijk te schatten is. Diverse soorten tafelzout bevatten ook toegevoegd jodium, waardoor ook de hoeveelheid jodium lastig in te schatten is. De meest nauwkeurige manier om de inname van deze voedingsstoffen te bepalen is door de uitscheiding ervan te meten in 24-uurs urine.

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  heeft in 2006, 2010 en 2015, in samenwerking met de Doetinchem Cohort studie, bij volwassenen uit Doetinchem gemeten hoeveel zout (natrium) en  jodium zij dagelijks binnenkrijgen. Dit is gedaan door het bepalen van deze voedingsstoffen in urine die gedurende 24 uur werd verzameld.

Wat zijn de uitkomsten?

Een te hoge zoutinname is niet goed voor de bloeddruk, waardoor het risico op hart- en vaatziekten toeneemt. Uit dit onderzoek bleek dat de gemiddelde zoutinname van volwassenen in Doetinchem in 2006, 2010 en 2015 ruim boven de aanbeveling van maximaal 6 gram per dag ligt. De gemiddelde inname van zout is nauwelijks gewijzigd in de loop van de jaren, namelijk: 8,7 gram/dag, 8,5 gram/dag en 8,2 gram/dag in respectievelijk 2006, 2010 en 2015.

Te weinig jodium is niet goed voor de gezondheid. Een veel te lage jodiuminname kan invloed hebben op de werking van de schildklier. Jodium is een belangrijk onderdeel van de hormonen die in de schildklier worden gemaakt. Deze hormonen zijn belangrijk voor een goede groei en voor de stofwisseling. De gemiddelde jodiuminname bij volwassenen uit Doetinchem lag in 2006, 2010 en 2015 boven de aanbeveling van 150 microgram per dag, maar is tussen 2006 en 2015 wel gedaald. Van 288 microgram/dag bij mannen en 229 microgram/dag bij vrouwen in 2006 tot 179 microgram/dag (mannen) en 153 microgram/dag (vrouwen) in 2015.

Nieuw onderzoek: JOZO studie

In de loop van 2020 wordt de JOZO studie gestart: een onderzoek naar de jodiumstatus van zwangere vrouwen in Nederland. Dit onderzoek is in samenwerking met 2 lopende onderzoeken naar zwangere vrouwen in Nederland (PRIDE Study van RadboudUMC Nijmegen en TOP-mama van Maastricht UMCUniversitair Medisch Centrum) en maakt gebruik van metingen in het bloed en urine. De eerste resultaten van dit onderzoek worden in 2021 verwacht. 

Onderzoek naar vitamine A

Op basis van gegevens van de Voedselconsumptiepeiling van het RIVM lijkt een groot deel van de Nederlandse bevolking te weinig vitamine A binnen te krijgen. Een tekort aan vitamine A kan huidproblemen, dof haar, nachtblindheid of in het ergste geval blindheid veroorzaken. Of de lage vitamine A inname in Nederland ook gezondheidsklachten veroorzaakt, was nog niet bekend en heeft het RIVM uitgezocht.
Het is niet mogelijk om vitamine A bij een grote groep mensen in het bloed te bepalen, omdat deze waarde alleen verlaagd is als iemand een extreem vitamine A tekort heeft. Dit tekort wordt op basis van de gegevens uit de Voedselconsumptiepeiling niet verwacht.

Het RIVM heeft in 2019 bij zorgprofessionals, zoals huisartsen, opticiens, oogartsen, diëtisten en dermatologen interviews afgenomen om te achterhalen of zij mensen in hun praktijk zien met vitamine A gerelateerde klachten.

Wat zijn de uitkomsten?

Volgens zorgprofessionals is het niet met zekerheid te zeggen of gezondheidsklachten, zoals huidproblemen of nachtblindheid, daadwerkelijk ontstaan door een tekort aan vitamine A. Op dit moment wijzen zij dit zelden aan als oorzaak van de klachten.
Het lijkt erop dat de lage vitamine A inname, gemeten via voedselconsumptieonderzoek, in Nederland geen oorzaak van gezondheidsklachten is. De wetenschappelijke onderbouwing voor deze bevinding is echter beperkt. Vervolgonderzoek is gewenst om uit te sluiten of de klachten inderdaad zelden voorkomen, of dat de zorgprofessionals deze over het hoofd zien.

Meer informatie

Meer informatie over de methodiek en resultaten van dit onderzoek kunt u vinden bij publicaties.