Lozingen en externe straling

Om de bijdrage van straling door bijvoorbeeld industrie aan het milieu te controleren, maakt het RIVM regelmatig een inschatting van de stralingsbelasting van het milieu.

Reguleerbare stralingsbronnen zijn plekken waar straling vrij komt en die onder wet- en regelgeving vallen. Denk bijvoorbeeld aan een röntgenapparaat, een kerncentrale of het gebruik van radioactieve stoffen in het ziekenhuis. Het zijn altijd plekken waar straling in een werksituatie gebruikt wordt en waarvoor het bedrijf een vergunning heeft gekregen. Er zijn ook niet-reguleerbare bronnen: straling die van nature vrij komt uit bijvoorbeeld de bodem of de kosmos. Het is niet mogelijk om deze bronnen te reguleren met wet- of regelgeving.

Bedrijven die met radioactieve stoffen of straling werken, hebben een vergunning nodig omdat de werkzaamheden effect kunnen hebben op het milieu. Er is daarom een limiet aan de hoeveelheid radioactieve stoffen of straling die vrij mogen komen van bedrijven. De vergunningen worden verleend en de limieten worden gesteld door de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Door de limieten te stellen, zorgt de ANVS ervoor dat de bedrijfsactiviteiten een zo laag mogelijk effect hebben op het milieu. Als het milieu of de gezondheid effect ondervindt van straling, dan wordt dat stralingsbelasting genoemd. De stralingsbelasting van het milieu kan bestaan uit lozingen van radioactieve stoffen in lucht en water, of door straling aan de rand van de bedrijfsterreinen.

Omdat radioactieve stoffen van elkaar verschillen, worden de lozingen omgerekend naar een risicogetal genaamd Re (radiotoxiciteitsequivalent). Zo zijn de risico's van het effect van de verschillende stoffen op het milieu met elkaar te vergelijken. Hiermee ondersteunt het RIVM de ANVS bij het stellen en controleren van de limieten.

Home / Onderwerpen / S / Stralingsbronnen (reguleerbaar) / Lozingen en externe straling

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu