Stralingsbelasting

De mens wordt blootgesteld aan ioniserende straling afkomstig van natuurlijke en kunstmatige bronnen.

Het RIVM onderzoekt hoe groot de blootstelling van de Nederlandse bevolking is en welke bronnen daarvoor verantwoordelijk zijn. Dit onderwerp beperkt zich tot de blootstelling door reguleerbare stralingsbronnen.

Berekeningsmethode

Uitgangspunt voor het bepalen van de blootstelling vormen gegevens over emissies en externe straling. Deze gegevens worden met modellen omgerekend naar stralingsdoses. De modellen verrekenen de verspreiding van de radioactieve stoffen in de atmosfeer en de manier waarop blootstelling plaatsvindt: uitwendig, door inhalatie of door ingestie. Het gebruikte model is beschreven in het RIVM rapport 'Emissies en doses door procesindustrie', bijlage B.

Belangrijke factoren voor de stralingsbelasting

De mate waarin een lozing van radionucliden naar lucht of water bijdraagt aan de stralingsbelasting van de bevolking hangt af van:

  • totale activiteit en duur van de lozing;
  • lozingswijze van de nuclide;
    • naar lucht;
      bij lozing naar lucht zijn vooral deeltjesgrootte en lozingshoogte belangrijk;
    • naar water;
      bij lozing naar water maakt het uit of die plaats vindt in een rivier, rivierdelta of op zee;
  • radiotoxiciteit van de nuclide;
  • voor lozing in lucht: het weer tijdens en na de lozing;
  • levensduur van de nuclide;
  • vervalwijze en vervalreeks van de nuclide;
  • opname- en afbraaksnelheid van de nuclide in het milieu;
  • overdracht van de nuclide van het milieu naar de mens;
  • verblijfstijd van het nuclide in het menselijk lichaam.

Stralingsbelasting, dosis en dosislimieten

Door het modelleren van deze factoren kan de stralingsbelasting van de bevolking in kaart worden gebracht. Op basis daarvan kan de berekende dosis worden vergeleken met de vergunde dosislimieten.

Home / Onderwerpen / S / Stralingsbronnen (reguleerbaar) / Stralingsbelasting

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu