Medische instellingen

De toepassing van radioactieve isotopen en ioniserende straling in medische instellingen draagt bij aan de stralingsbelasting van de bevolking.

Lozing naar lucht

Metingen van lozingen naar lucht vanuit medische instellingen ontbreken. Een ruwe schatting kan worden gemaakt aan de hand van inkoopgegevens van radionucliden. Voor lozing van I-131 naar lucht komt de schatting uit het RIVM rapport 'Emissies en doses door bronnen van ioniserende straling in Nederland' neer op een individuele dosis van 0,1 microSv per jaar.

Lozing naar water

Over de periode 1988-1999 bedroeg de gemiddelde individuele dosis door lozingen naar water van medische instellingen 3x10-6 microSv per jaar, volgens het RIVM rapport 'Emissies en doses door bronnen van ioniserende straling in Nederland'. Omdat de vergunde lozingslimieten gelijk gebleven zijn of gedaald, zijn de feitelijke lozingen waarschijnlijk niet ingrijpend veranderd. Hetzelfde geldt voor de gemiddelde individuele dosis voor een lid van de bevolking.

Externe straling

Medische instellingen berekenen bij de vergunningaanvraag de externe straling op bepaalde plaatsen op het terrein, zoals de buitenzijde van de bestralingsruimte en de terreingrens. De externe straling aan de terreingrens is voornamelijk afkomstig van lineaire versnellers, brachytherapie of I-131 therapie. De collectieve dosis door externe straling als gevolg van het gebruik van lineaire versnellers wordt in het RIVM rapport 'Emissies en doses door bronnen van ioniserende straling in Nederland' geschat op ongeveer 0,04 mensSv/jaar.

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu