Actuele ontwikkelingen

Het bevolkingsonderzoek borstkanker wordt voortdurend verbeterd. Dat gebeurt bijvoorbeeld naar aanleiding van evaluaties of nieuwe wetenschappelijke inzichten. Aan welke ontwikkelingen wordt op dit moment gewerkt? Op deze pagina meer informatie over risicostratificatie, PRISMA-studie, DENSE studie, MASS-onderzoek, onderzoeken naar pijnreductie en de ontwikkeling van een datawarehouse en vernieuwing iBOB.

Ontwikkelingen:


Risicostratificatie

De inzet van risicostratificatie voor het bevolkingsonderzoek borstkanker, is een screening waarbij rekening wordt gehouden met de kans die een individuele vrouw heeft om borstkanker te krijgen. Ook wel ‘screening op maat’ (personalized screening). Het doel hiervan is het verhogen van de gezondheidswinst en het verder verminderen van de nadelen van screening. Er zijn verschillende initiatieven om de mogelijkheden van risicostratificatie binnen het bevolkingsonderzoek borstkanker te onderzoeken.

Meer informatie:

Naar boven

PRISMA-studie: "Personalized RISk-based MAmmascreening”

Met de PRISMA-studie wordt de meerwaarde van ‘borstkankerscreening op maat’ onderzocht.

De studie richt zich op:

  1. het verzamelen van informatie over risicofactoren en biomarkers onder vrouwen die aan de huidige screening deelnemen,
  2. het ontwikkelen van een risicopredictiemodel voor het schatten van de kans op borstkanker,
  3. het onderzoeken wat de impact is van screeningsstrategieën op basis van het risico op borstkanker,
  4. het in kaart brengen hoe acceptabel ‘screening op maat’ is voor vrouwen en medisch specialisten en welke rol ethische, psychologische, juridische, logistieke en financiële aspecten daarbij spelen.

De studie wordt uitgevoerd door het Radboudumc Nijmegen in samenwerking met het LRCB, UMCU/Julius Centrum, NKI/AvL, Erasmus MC, RIVM, de screeningsorganisaties en het Wolfson Institute.

Meer informatie:

Naar boven

DENSE studie: mogelijkheden onderzoek bij hoge borstdensiteit

Binnen het bevolkingsonderzoek borstkanker wordt de DENSE studie uitgevoerd. Het doel van deze landelijke studie is onderzoeken of een MRI-onderzoek bij vrouwen met zeer dicht borstweefsel een meerwaarde heeft in de vroege opsporing van borstkanker. Daarnaast worden de kosten-batenverhouding van het MRI-onderzoek en eventuele overbehandeling als gevolg van het extra onderzoek onderzocht. De uitkomsten worden vergeleken met resultaten van het reguliere bevolkingsonderzoek borstkanker.

Onderzoekers van het Julius Centrum en de afdeling Radiologie van het UMC Utrecht coördineren de studie. De screeningsorganisaties zijn intensief betrokken bij het project. De eerste MRI-onderzoeken zijn eind 2011 uitgevoerd. De eerste resultaten van de studie worden na ongeveer 3 jaar verwacht.

Bij dicht borstweefsel is er veel klier- en bindweefsel in de borst aanwezig. Het hebben van heel dicht (dense) borstweefsel verhoogt de kans op het krijgen van borstkanker. Ook is het zo dat bij vrouwen met dicht borstweefsel het ontdekken van een tumor op een röntgenfoto van de borst (mammografie) moeilijker is omdat de tumor minder goed te zien is op de foto.

Meer informatie:

Naar boven

MASS-onderzoek: aangepaste verwijsstrategie voor vrouwen

Het LRCB voert een studie uit naar de effecten en kosten van een aangepaste verwijsstrategie voor vrouwen die via het bevolkingsonderzoek borstkanker verwezen worden naar het ziekenhuis. In de aangepaste verwijsstrategie worden vrouwen bij wie de radioloog niet met zekerheid kan zeggen of verwijzing naar het ziekenhuis nodig is, niet (direct) doorverwezen naar het ziekenhuis. Zij krijgen een extra mammogram en/of echografie binnen het bevolkingsonderzoek, in plaats van in het ziekenhuis. Hierdoor krijgen vrouwen sneller duidelijkheid over de noodzaak van uitgebreid onderzoek in het ziekenhuis.

In de studie wordt nagegaan of door de aangepaste verwijsstrategie onnodige spanning en onzekerheid bij vrouwen en wachttijden voor onderzoek kunnen worden verminderd. Tevens worden de kosten en effectiviteit onderzocht. De dataverzameling is afgerond. Op dit moment worden de data geanalyseerd.

Meer informatie:

Naar boven

Onderzoeken naar pijnreductie

Onderzoek vindt plaats naar methoden en technieken om pijn veroorzaakt door het samendrukken van de borst te reduceren. Voorbeelden hiervan zijn het onderzoek naar het effect van speciale folie op de platen van de mammograaf, het onderzoek naar het verschil in pijnbeleving wanneer in plaats van kracht gekeken wordt naar druk op de borst, de ademtest en Pammografie.

Het onderzoek naar het verschil in pijnbeleving bij druk in plaats van kracht op de borst betreft een onderzoek waarin de pijnbeleving, de toegepaste stralingsdosis en de kwaliteit van de borstfoto bij druk-geleide compressie vergeleken wordt met de resultaten bij kracht-geleide compressie. De standaardmethode voor het maken van een mammogram is dat bij elke vrouw evenveel kracht wordt gebruikt om de borst samen te drukken, ongeacht de grootte van de borst (kracht-geleide compressie). In dit onderzoek is gekeken of een andere manier van aandrukken de pijn bij het maken van de borstfoto kan verminderen door de kracht die gebruikt wordt aan te passen aan de grootte en de stevigheid van de borst (druk-geleide compressie).

De nieuwe methode is getest onder cliënten van het bevolkingsonderzoek, door het LRCB en het AMC in samenwerking met Bevolkingsonderzoek Oost. Er is belangstelling om deze methode toe te gaan passen in het bevolkingsonderzoek. Momenteel wordt de haalbaarheid hiervan onderzocht. De nieuwe methode is in ieder geval nu nog niet beschikbaar voor het bevolkingsonderzoek. De drukgestuurde paddles moeten naast de vereiste keuringen ook passen op de mammografen die we gebruiken in het bevolkingsonderzoek. In 2017 worden nieuwe mammografen aangekocht voor het bevolkingsonderzoek. We zijn aan het kijken naar welke pijnverminderende oplossingen er zijn voor deze nieuwe mammografen. Het gaat om vervanging van  de apparatuur in alle 65 onderzoekscentra in Nederland. Dit moet zorgvuldig gebeuren, kost tijd en geld en zal in elk geval een paar jaar duren.

Andere nieuwe ontwikkelingen zijn de ademtest en Pammografie. Onderzoekers van Maastricht Universitair Medisch Centrum en Maastro Clinic testen of borstkanker aan de hand van uitgeademde lucht kan worden opgespoord. De ademtest is tot nu toe getest bij 244 hoog-risico vrouwen. Uitgebreid onderzoek bij een grote groep gezonde vrouwen is noodzakelijk om de sensitiviteit en specificiteit van de test te bepalen voor de screeningssetting. Aan de Universiteit van Twente wordt onderzoek gedaan naar Pammografie. Bij deze techniek ligt de vrouw op haar buik op een high-tech bed. In het bed zit een gat waar de borst door heen kan. Met behulp van laserlicht wordt een korte, sterke lichtpuls op de borst gericht. Licht dat een bloedvat bereikt, wordt opgenomen en omgezet in warmte. Deze warmte zorgt voor een verhoging van de druk, waarna een geluidsgolf ontstaat. Deze geluidsgolf kan weer worden gemeten. Tumorweefsel bevat veel bloedvaten. Het tumorweefsel geeft daarom een sterker signaal dan gezond weefsel. Pammografie is tot nu toe alleen getest bij een kleine groep (60) borstkankerpatiënten. Over de sensitiviteit en specificiteit van de test in een screeningssetting, dus het resultaat van deze test bij alle vrouwen in de doelgroep, kan nog geen uitspraak worden gedaan. Ook deze techniek kan daarom nog niet in het bevolkingsonderzoek worden geïntroduceerd. De Gezondheidsraad heeft aangegeven dat de bruikbaarheid van veel nieuwe technieken nog onvoldoende onderzocht is voor de screeningssetting. Beide ontwikkelingen worden nauwlettend in de gaten gehouden samen met het LRCB.

Naar boven

Ontwikkeling datawarehouse en vernieuwing iBOB

Eerder is op deze site melding gemaakt van de ontwikkeling van een datawarehouse (DWH) ten behoeve van (1) de kwaliteitsborging van het primair proces en (2) de monitoring en evaluatie van de bevolkingsonderzoeken naar kanker. Voor de monitoring en evaluatie van de bevolkingsonderzoeken wordt aangesloten op het DWH dat het Integraal Kankercentrum Nederland momenteel ontwikkelt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van ICT oplossingen om gegevens aan elkaar te koppelen. Om dit te realiseren wordt aandacht besteed aan de techniek, maar ook aan de verschillende wet- en regelgevingen waaraan voldaan moet worden bij gegevenskoppeling. Dit krijgt onder andere vorm in convenanten en duidelijke samenwerkingsafspraken. Uitgangspunt voor de monitoring en evaluatie zijn de vastgestelde sets van indicatoren per bevolkingsonderzoek. De indicatoren zijn herkenbaar in de jaarlijkse monitor van het LETB. In de loop van 2014 worden de eerste berekeningen via het DWH van IKNL verwacht.

Een grote andere ontwikkeling is de vernieuwing van iBOB, het ICT-systeem waarmee het bevolkingsonderzoek Borstkanker wordt ondersteund. De vernieuwing wordt komende maanden in gang gezet en zal 1 tot 2 jaar in beslag nemen. Bij de vernieuwing van iBOB wordt gebruikt gemaakt van het systeem ColonIS, dat ontwikkeld is voor het Bevolkingsonderzoek Darmkanker. ColonIS is zo ontwikkeld dat het uitgebreid kan worden, zodat het ook ondersteunend is aan de bevolkingsonderzoeken naar borstkanker en baarmoederhalskanker. Hierbij wordt rekening gehouden met de specifieke eisen vanuit de deze bevolkingsonderzoeken en relevante wet- en regelgeving.

Het nieuwe systeem voorziet in een rapportagesysteem, om belangrijke parameters voor het bevolkingsonderzoek regionaal en landelijk op een efficiënte manier in de gaten te kunnen houden t.b.v. de kwaliteitsborging.

Naar boven

ASSURE-project: optimalisering en personalisering borstkankerscreening

Het ASSURE-project (Adapting Breast Cancer Screening Strategy Using Personalised Risk Estimation) onderzoekt hoe borstkankerscreening gepersonaliseerd en geoptimaliseerd kan worden. Het bevolkingsonderzoek maakt gebruik van mammografie. Met een mammografie is het bij vrouwen met dicht borstweefsel moeilijker om een tumor te ontdekken. Bij dicht borstweefsel zijn normaal weefsel en afwijkend weefsel moeilijker van elkaar te onderscheiden en hierdoor worden in de screening tumoren mogelijk sneller gemist. Een MRI- of echo-onderzoek bij deze vrouwen zou een meerwaarde kunnen hebben in de vroege opsporing van borstkanker.

Het onderzoeksproject richt zich op twee aspecten. Enerzijds wordt gekeken bij welke vrouwen een aanvullende echo of MRI-scan toegevoegde waarde heeft. Dit wordt bepaald op basis van persoonlijke risicofactoren (borstweefseldichtheid, leeftijd, genetische mutaties, familie - en persoonlijke geschiedenis). Anderzijds richt het onderzoek zich op het optimaler kunnen benutten van MRI- en echotechnieken bij borstkankerscreening in de toekomst. Denk hierbij aan het sneller kunnen scannen met MRI, bijvoorbeeld door andere scanprotocollen te benutten. Of het nog beter en sneller kunnen beoordelen en lezen van echobeelden, door het optimaliseren van software technieken. Ook wordt onderzocht hoe gepersonaliseerde screening kosteneffectief kan worden ingevoerd.

Het ASSURE-project is in december 2012 gestart en duurt drie jaar. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een team van internationale onderzoekers onder leiding van de afdeling Radiologie van het Radboudumc.

Meer informatie

Naar boven

Borstfoto- bevolkingsonderzoek borstkanker
RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu