Het bevolkingsonderzoek borstkanker is voor vrouwen van 50 tot en met 75 jaar. Elke twee jaar worden zij uitgenodigd om mee te doen aan dit bevolkingsonderzoek. Zo kan borstkanker in een vroeger stadium worden ontdekt en kan het eerder worden behandeld. Hierdoor overlijden minder vrouwen aan borstkanker.

 

Uitleg hoe het bevolkingsonderzoek gaat.

Hoe verloopt de screening?

Primair proces

Het bevolkingsonderzoek start bij het selecteren van vrouwen die vanwege hun leeftijd in aanmerking komen voor de screening. Het bevolkingsonderzoek eindigt bij het informeren van de deelnemers over de uitslag. Wanneer een mogelijk kwaadaardige afwijking te zien is op het mammogram, wordt de deelnemer doorgestuurd naar de zorg. Dit gebeurt ook als het mammogram niet voldoende informatie geeft. De uitvoering van het bevolkingsonderzoek en van de aansluitende zorg in het ziekenhuis vormen samen het primaire proces. Dat primaire proces staat hieronder schematisch weergegeven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Selecteren en uitnodigen

De screeningorganisaties selecteren vrouwen die op basis van hun leeftijd in aanmerking komen voor een uitnodiging. Zij gebruiken gegevens uit de Basis Registratie Personen (BRPBasisregistratie personen). Vrouwen ontvangen bij hun uitnodigingsbrief de voorlichtingsfolder. (links naar brief en folder)

Screenen

Om te beoordelen of een vrouw borstkanker heeft, worden röntgenfoto’s van de borsten (een mammogram) gemaakt. Het mammogram wordt gemaakt in een mobiele unit (‘de bus’) of een vaste unit. Twee screeningsradiologen beoordelen onafhankelijk van elkaar de mammogrammen. Als hun beoordeling niet overeenkomt, kijkt een derde screeningsradioloog ernaar. Op basis van de beoordeling van de röntgenfoto’s wordt beslist of een vrouw al dan niet verwezen moet worden voor aanvullend onderzoek of diagnostiek.

Informeren

De beoordeling van de mammogrammen gebeurt volgens het Breast Imaging Reporting and Data System (BI-RADSBreast Imaging Reporting and Data System). Dit kan de volgende resultaten opleveren:

  • BI-RADS 0: onvoldoende informatie om tot een BI-RADS-classificatie te komen. Nader onderzoek is nodig om te bepalen of een vrouw al dan niet verwezen moet worden. 
  • BI-RADS 1: normale bevinding. Geen verwijzing nodig.
  • BI-RADS 2: benigne afwijking. Geen verwijzing nodig.
  • BI-RADS 4: verdacht voor maligniteit maar niet typisch. Verwijzing nodig.
  • BI-RADS 5: zeer verdacht voor maligniteit. Verwijzing nodig. 

De screeningsorganisatie stuurt de vrouw een brief met de uitslag van de screening.

Verwijzen

Als vervolgonderzoek in het ziekenhuis nodig is wordt de huisarts van de desbetreffende vrouw hierover geïnformeerd door de screeningsorganisatie. De huisarts neemt vervolgens contact op met de vrouw om haar over de uitslag te informeren te zorgen voor de verwijzing. De vrouw krijgt hierna zelf ook een uitslagbrief van de screeningsorganisatie met informatie over het vervolgonderzoek. Zie voor meer informatie www.bevolkingsonderzoeknederland.nl.

Aanvullend onderzoek/diagnostiek

Bij een deel van de gescreende vrouwen levert het mammogram niet genoeg informatie op om te kunnen beslissen of verwijzing nodig is (BI-RADS 0). In dat geval wordt de vrouw in eerste instantie via de huisarts verwezen naar de röntgenafdeling van een ziekenhuis voor aanvullend beeldvormend onderzoek. Op basis hiervan wordt beslist of een vrouw verwezen wordt naar de mammapoli. 
In geval van een BI-RADS 4 of 5 uitslag wordt een vrouw – via de huisarts - rechtstreeks verwezen naar de mammapoli voor diagnostiek en zo nodig behandeling. 


Diagnostiek en behandeling 

Informatie over het ziektebeeld, de diagnostiek en de behandeling is te vinden op www.thuisarts.nl en www.borstkanker.nl