Het is belangrijk om bij het bereiden, het eten én het bewaren van voedsel voldoende hygiënemaatregelen te nemen. Dit kan een voedselinfectie voorkomen. Een voedselinfectie is een ontsteking van de maag en/of darmen. Zo’n infectie kan ontstaan als je iets eet of drinkt dat besmet is met een bacterie, virus of parasiet. Een voedselinfectie uit zich meestal met heftige buikkrampen en diarree, soms in combinatie met overgeven. Meestal gaat een voedselinfectie vanzelf weer over. Voor jonge kinderen, ouderen en mensen met een verzwakte afweer kan het ernstig zijn, soms zelfs levensbedreigend.

Hoe krijg ik een voedselinfectie?

Ziekteverwekkers die zorgen voor een voedselinfectie zitten vaak in braaksel en poep van mensen of dieren. Deze ziekteverwekkers kunnen in het voedsel komen als bijvoorbeeld iemand zijn of haar handen heeft gewassen na WC-bezoek en eten gaat klaarmaken. Vanaf de handen komt een bacterie of virus in het voedsel, bijvoorbeeld in de sla, waardoor mensen die deze sla eten ziek kunnen worden.

Besmetting met ziekteverwekkers gebeurt ook via spullen. Als iemand overgeeft, verspreiden de bacteriën of virussen zich door de lucht. Ze kunnen op allerlei voorwerpen komen, zoals de deurknop bij de WC of op speelgoed. Je kunt besmet raken als je met de handen de deurknop vastpakt en daarna een koekje pakt en opeet.

Voorkom een voedselinfectie!

Bij het voedingscentrum lees je welke maatregelen je kunt nemen om voedselinfecties te voorkomen.