Vanaf vrijdag 17 juli 2026 is het Nationaal Hitteplan niet meer actief in het hele land. Het KNMI en het RIVM blijven uiteraard alert op nieuwe periodes van hitte.
Ook in de week ná de hitteperiode van eind juni zijn er meer sterfgevallen geregistreerd dan verwacht. In de week 29 juni tot 5 juli van overleden naar schatting 325 meer mensen dan verwacht. In de week van 22-28 juni waren dat 586 mensen. Daarmee is de oversterfte in deze periode ongeveer 911. Naar verwachting zijn nu bijna alle sterfgevallen tijdens de hitteperiode gerapporteerd.
Na overleg met het KNMI heeft het RIVM besloten het Nationaal Hitteplan te activeren in delen van het land. Dit geldt vanaf zaterdag 11 juli voor de provincies Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Brabant, Limburg, Utrecht, Gelderland en Overijssel. Het is de tweede keer dit jaar dat het Nationaal Hitteplan geactiveerd wordt.
Uit onderzoek van het RIVM en WUR blijkt dat het in theorie mogelijk is om een rekenmethode te maken die wetenschappelijk onderbouwde informatie geeft over de gezondheidsrisico’s van gewasbeschermingsmiddelen voor lokale situaties. Of deze methode gemeenten ook in de praktijk kan helpen bij het inrichten van de woonomgeving moet nog verder worden onderzocht.
Uit de eerste schatting van de sterftecijfers in de week van 22-28 juni komt naar voren dat er ongeveer 480 sterfgevallen meer zijn dan verwacht. De geschatte verhoogde sterfte betrof vooral personen van 80 jaar en ouder. Regionaal was de verhoogde sterfte het meest zichtbaar in de regio's Oost en Zuid Nederland. Daar was het in deze periode ook het warmst.
Er is in Nederland nog geen goed beeld van welke chemische stoffen in het lichaam van mensen terechtkomen en in welke hoeveelheid. De Gezondheidsraad adviseerde de overheid daarom in 2024 om 100 stoffen in bloed en urine te meten (humane biomonitoring) en om dit elke vijf jaar te doen bij een groep van 1.500 mensen die een afspiegeling is van de Nederlandse bevolking. Het RIVM heeft nu in kaart gebracht hoe zo’n meetprogramma eruit kan komen te zien.
Het gebruik van de elektrische fiets in Nederland neemt sterk toe, vooral onder jongeren en jongvolwassenen. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM. Het percentage jongeren (12 t/m 17 jaar) onder fietsende jongeren dat elektrisch fietst, steeg tussen 2021 en 2025 van 11 naar 29 procent.
De helft van de Nederlandse bevolking heeft moeite met het vinden, begrijpen, beoordelen en/of gebruiken van informatie bij het maken van keuzes over gezondheid. Vooral het beoordelen van informatie is voor veel mensen moeilijk.
Uit een landelijk onderzoek blijkt dat in alle onderzochte moedermelk PFAS zit. In 82 procent is de hoeveelheid lager dan de risicogrens. Onder deze grens worden geen schadelijke effecten verwacht.
De neonatale gehoorscreening (NGS) door de jeugdgezondheidszorg bestaat twintig jaar. Deze gehoortest ontdekt ieder jaar binnen enkele weken na de geboorte, gehoorverlies bij zo’n tweehonderd baby’s. Dat betekent dat in twintig jaar tijd, zo’n vierduizend kinderen snel de juiste zorg en begeleiding konden krijgen, wat belangrijk is voor hun taal- en sociale ontwikkeling.