De ziekte van Pfeiffer is een besmettelijke ziekte. Mensen krijgen het door een virus. Door dit virus krijgen mensen een ontsteking van de keel en de klieren.

Heel veel mensen in Nederland hebben de ziekte van Pfeiffer gehad.

Veel kinderen krijgen de ziekte voor ze 6 jaar oud zijn. Ze hebben dan meestal geen of weinig klachten.

Tieners en volwassenen hebben vaak meer en langer klachten. De klachten kunnen zijn:

  • koorts en rillerig,
  • keelpijn,
  • hoofdpijn,
  • klieren in de hals, oksels, en liezen worden dikker en doen pijn,
  • soms geel zien van de huid en het oogwit,
  • moeheid, soms wel 6 maanden lang.

De tijd tussen het besmet raken en ziek worden is:

  • voor kinderen tot 12 jaar: meestal 4 tot 10 dagen,
  • bij oudere kinderen en volwassenen: meestal 4 tot 7 weken.

Het virus zit in het speeksel van iemand die besmet is. Iemand die ziekte van Pfeiffer heeft, kan anderen besmetten door knuffelen en zoenen. Ook door het samen gebruiken van bekers, glazen en bestek kan iemand besmet raken.

Iemand kan het virus aan anderen doorgeven vanaf 1 week nadat hij besmet is tot wel 18 maanden daarna.

Iedereen kan de ziekte van Pfeiffer krijgen. Jonge kinderen en jongeren hebben meer kans om ziek te worden.

Soms kan iemand die de ziekte van Pfeiffer heeft gehad, later weer opnieuw klachten krijgen.

Het is moeilijk om te voorkomen dat iemand besmet raakt. Veel kinderen hebben geen of weinig klachten. Ze weten niet dat ze de ziekte van Pfeiffer hebben en besmettelijk zijn. Het virus kan nog lange tijd in het speeksel zitten.

Heeft iemand in jouw gezin de ziekte van Pfeiffer? Dan is het goed om op het volgende te letten:

  • Gebruik bekers, glazen en bestek alleen voor uzelf.
  • Was bekers, glazen en bestek af met heet water en afwasmiddel.
  • Maak speelgoed dat kinderen in de mond nemen elke dag schoon. Dit kan met gewone schoonmaakmiddelen.
  • Was regelmatig je handen met water en zeep. Zeker na hoesten, niezen of neus snuiten.

Handen wassen doe je zo:

  • Maak de handen goed nat onder stromend water.
  • Neem wat vloeibaar zeep uit een pompje.
  • Wrijf de handen over elkaar. Zorg dat er zeep op de binnenkant en buitenkant van de handen zit. Wrijf goed alle vingertoppen in. Vergeet de duimen niet. Wrijf ook tussen de vingers.
  • Spoel de zeep goed af, onder stromend water.
  • Droog de handen goed af aan een schone handdoek of aan een papieren handdoek (keukenrol).

Zie ook de film 'Handen wassen - Doe het goed en vaak' van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Bij hoesten of niezen:

  • Gebruik een papieren zakdoek. Heb je geen papieren zakdoek bij de hand? Hoest dan in de plooi van je elleboog.
  • Gebruik een zakdoek maar één keer.
  • Gooi de zakdoek na gebruik weg.
  • Was hierna je handen.
  • Het is niet nodig om bij iedereen die hoest of niest uit de buurt te blijven. Houd pasgeboren baby’s wel uit de buurt van hoestende en niezende mensen.

En verder:

  • Zorg dat er de hele dag verse lucht binnen komt. Laat bijvoorbeeld een raam op een kier staan of zet het rooster in het raam open.

Voelt een kind zich goed? Dan kan het gewoon naar een kindercentrum of school. De ziekte van Pfeiffer is ook besmettelijk zonder dat een kind klachten heeft. Thuisblijven helpt niet om te voorkomen dat anderen ziek worden.

Heeft je kind de ziekte van Pfeiffer? Vertel het dan aan de pedagogisch medewerker of de leerkracht. Zij kunnen in overleg met de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst andere ouders informeren. Ouders kunnen dan letten op de klachten van de ziekte van Pfeiffer bij hun kind.

Een volwassene met ziekte van Pfeiffer die zich goed voelt, kan gewoon werken. Soms moet je overleggen met je werkgever, bijvoorbeeld als je zwaar werk doet.

Heb je meer vragen over de ziekte van Pfeiffer?

Vraag het de GGD-afdeling Infectieziekten of de huisarts.