Van luchtverontreiniging tot elektromagnetische velden en niet-specifieke lichamelijke klachten; oplossingsrichtingen voor complexe milieu-gezondheidsproblemen.

Erik Lebret, tot voor kort Chief Science Officer (CSOChief Science Officer) van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, nam op woensdag 4 december afscheid vanwege zijn pensioen. Tijdens een symposium gaf hij een inkijk in de heel gevarieerde onderwerpen waaraan hij gewerkt heeft. Met recht een CSO ‘Integrated Risk Assessment’: hij bracht verschillende perspectieven bij elkaar en durfde stelling te nemen. Hij was centrumhoofd van het toenmalige MGO (MilieuGezondheidsOnderzoek) van 1997 tot 2007 en bijzonder hoogleraar Integrated Risk Assessment bij  Universiteit Utrecht. 

Tijdens het symposium mocht hij de Jennerpenning in ontvangst nemen vanwege zijn verdiensten voor het RIVM. Lebret ontving deze bijzondere erkenning uit handen van de directeur-generaal, Hans Brug. Hij roemde Erik om zijn vernieuwende benadering op het gebied van integrale risico-analyse en risicomanagement. Dit heeft nieuwe wegen geopend om robuuste wetenschap te combineren met maatschappelijke relevantie. Daarbij gebruik makend van verschillende wetenschapsdisciplines, van de bèta-wetenschappen tot aan de sociale wetenschappen, en de inbreng van de direct betrokkenen bij maatschappelijke problematiek. Erik zelf refereerde op het symposium aan de uitspraak Quisque Cibi Proximus (‘Ik ken uw kringen niet’), die integraal werken in de weg staat. Erik had de moed ook buiten eigen kringen een bijdrage te leveren aan maatschappelijke problemen. Hij was een boegbeeld van het RIVM, zo vermeldt de Jennerpenning.

Els van Schie, directeur Milieu&Veiligheid opende het symposium. Natuurlijk werkten alle CSO’s RIVM-breed, maar ‘Erik voelde een beetje als ‘mijn’ CSO’, zo zei Els. Erik had zelf het programma samengesteld en Loek Stokx, met wie hij altijd prettig had samengewerkt, aangewezen als voorzitter. Erik merkte op dat hij wel een week had kunnen vullen met interessante sprekers die een inkijk konden geven in zijn werk. Maar hij hield het beknopt; er waren drie sprekers die elk een verschillend perspectief gaven op milieu-gezondheidsproblemen en hoe daar mee om te gaan. Daarna reflecteerde Erik zelf op patronen en waarden bij milieu-gezondheidsonderzoek. Uit vliegschaamte had Erik ervoor gekozen geen buitenlandse sprekers uit te nodigen. Zijn directe collega’s hadden meer dan genoeg interessants te melden! De Chinese verwensing ‘ik wens u interessante tijden toe’ vond Erik dan ook tekenend voor zijn loopbaan.

De eerste spreker was drDoctor . Ir. Gerard Hoek van het Institute for Risk Assessment van Universiteit Utrecht. Hij deed verslag van het onderzoek naar de effecten van luchtverontreiniging van de 80-er jaren tot nu. Het onderzoek begon met de analyse van smogepisoden, en daarna kwamen lange termijn effecten in beeld. Zowel Gerard als Erik volgden hun opleiding bij de afdeling Gezondheidsleer van Wageningen University, onder leiding van Klaas Biersteker en later Bert Brunekreef. Erik's promotie-onderzoek ging over binnenlucht in Nederlandse woningen. Gerard memoreerde aan de Small Area Variations in Air Quality and Health (SAVIAH) study waarin het RIVM en de WURWageningen University & Research nauw samenwerkten. De daarin ontwikkelde methode om de blootstelling te schatten was van belang voor latere studies zoals ESCAPE en ELAPSE. ‘Je moest vooral goed zijn in het bedenken van acroniemen om onderzoek subsidies te bemachtigen’, aldus Gerard. De ontwikkelde onderzoeksmethoden werd ook ingezet in een recent onderzoek naar ultrafijnstof rond Schiphol. De Europese studies van -onder andere- Gerard en Erik waren aanleiding om normen op te stellen voor luchtverontreiniging in Europa. Mede daardoor is de luchtkwaliteit intussen enorm verbeterd, al leidt luchtverontreiniging nog steeds tot gezondheidsverlies. 

De tweede spreker was ir. Ronald van der Graaf, afdelingshoofd bij het Centrum voor Duurzaamheid, Milieu en Gezondheid. Ronald was jarenlang secretaris van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden (EMVElektromagnetische velden). Erik was voorzitter van het wetenschapsforum van dit platform. Ronald werd bij het opzetten van dit platform in 2007 gewaarschuwd; ‘niet aan beginnen, daar ga je je hoofd mee stoten!’ Toch ging Ronald door, ‘wie anders zou alle beschikbare kennis bij elkaar brengen en duiden?’ Een kennisplatform is nu een beproefde vorm voor het beheersen van (onzekere) risico’s in samenspraak met partijen uit het veld. Inmiddels is er ook een kennisplatform veehouderij, houtrook en gezondheid en eikenprocessierups. In plaats van uitvechten welke maatschappelijke partij ‘gelijk’ heeft, erkennen partijen dat er verschillende visies zijn, en zoeken ze gezamenlijk naar oplossingen. Voorzitter van het platform EMV is voormalig burgemeester Ton Rombouts. Ronald leerde dit stappenplan van hem; 1) benoem emoties 2) zoek uit welke vraag daarachter zit 3) zoek uit welke inhoudelijke informatie kan bijdragen aan de oplossing 4) formuleer een conclusie en 5) maak een vervolgafspraak.  Om stap 1 nu, op dit symposium, te zetten benoemde Ronald hoe jammer hij het vindt dat Erik stopt met werken, hij voelde zich vereerd om met hem samen te werken. Hij refereerde nog aan een uitspraak van Erik toen hem gevraagd werd ‘wat zijn mening was’? ‘Ik ben wetenschapper. Als ik een mening zou hebben, had ik politicus moeten worden’.

De derde spreker was dr. Irene van Kamp, senior onderzoeker bij het Centrum voor Duurzaamheid, Milieu en Gezondheid. Irene was één van de eerste gamma-onderzoekers bij het RIVM, ze werd aangenomen door Erik. Gelukkig was Irene behalve psycholoog ook epidemioloog en onder die vlag kon Erik haar binnenloodsen. Een vooruitziende blik van Erik; er is nu veel vraag naar gamma-onderzoekers bij RIVM. Irene nam de zaal mee in het onderzoek naar niet-specifieke lichamelijke klachten en de omgeving. Dat is een complex onderzoeksveld, niet in de laatste plaats door verschillende definities van deze klachten, denk aan elektrogevoeligheid, IEI, MUS, SOLK, milieu-sensitiviteit of ‘modern health worries’. Mensen met deze klachten lopen vaak vast in de reguliere gezondheidszorg en komen terecht in een ‘jacht naar validatie’ op zoek naar erkenning van hun klachten. Want ‘God bestaat niet en het noodlot is afgeschaft’. Irene onderzocht niet-specifieke klachten en hun relatie met milieufactoren in een breed scala aan onderzoeken. Met collega’s, onder andere van het NIVELNederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg, ontwikkelde ze een vragenlijst die bijvoorbeeld werd ingezet bij het onderzoek naar EMV. Ze werd vaak benaderd door mensen die hun verhaal kwijt wilden. Zo bedacht ze met collega-onderzoekers voor SPRStrategisch Programma RIVM project chi2 de online e-stories. Erik  ondersteunde deze onderzoeken en  zorgde, met Irene, voor erkenning van dit soort klachten.

Erik sloot het symposium af met een terugblik op zijn loopbaan. Erik’s loopbaan is een schoolvoorbeeld van ‘midden in de maatschappij staan’. Hij was in veel onderwerpen geïnteresseerd en zei niet gauw ‘dat is niet mijn pakkie-an’ oftewel ‘Quisque Cibi Proximus’ (‘Ik ken uw kringen niet’). Ook onderzoekers zelf ontkwamen niet aan zijn scherpe blik. Ben je misschien een ‘cautious environmentalist’ of toch een ‘technological optimist’? Dit zal je beleidsadvisering beïnvloeden, aldus Erik. Er valt nog veel te winnen als wetenschappers uit verschillende disciplines meer met elkaar gaan samenwerken. Daarom is het belangrijk kennis begrijpelijk te maken voor elkaar.  Om complexe milieu-gezondheidsproblemen op te lossen is zo’n integrale aanpak nodig. Niet voor niets heeft Erik zichzelf daarvoor hard gemaakt, zonder de mens achter de onderzoeker, of achter het gezondheidsprobleem uit het oog te verliezen.