Het programma ‘Langer Thuis’ is in 2018 van start gegaan als één van de onderdelen van het Pact voor de Ouderenzorg. In het programma zijn naast het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 20 partijen nauw betrokken: VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten (Vereniging Nederlandse Gemeenten)/NDSD, ZN, ActiZ, Aedes, LHV landelijke huisartsenvereniging (landelijke huisartsenvereniging), InEen, KNGF, KNMP Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie), PPN, V&VN Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland), Sociaal Werk Nederland, Verenso Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde en Sociaal Geriaters (Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde en Sociaal Geriaters), Mezzo, NOV Nederlandse Orthopaedische Vereniging (Nederlandse Orthopaedische Vereniging), KBO-PCOB, ZorgthuisNL, Patiëntenfederatie, VNO-NCW Confederation of Netherlands Industry and Employers (Confederation of Netherlands Industry and Employers) en MKB midden- en kleinbedrijf (midden- en kleinbedrijf)-Nederland en BZK Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties). Samen werken zij aan één verbindend doel: dat ouderen in hun eigen vertrouwde omgeving zelfstandig oud kunnen worden met een goede kwaliteit van leven. Het programma brengt nieuwe verbinding aan tussen de verschillende domeinen die de kwaliteit van leven van ouderen stimuleren. Nieuwe maatregelen om de beweging naar een lokale, integrale en persoonsgerichte aanpak voor (kwetsbare) ouderen een stevige impuls te geven zijn ondergebracht in drie actielijnen. Naast de acties van deze actielijnen zijn er veel andere initiatieven in het land die raken aan het doel om ouderen te helpen zelfstandig te wonen.

Alle bovengenoemde partijen hebben bij de verschillende actielijnen uit het programma een bijbehorende set indicatoren vastgesteld. De mogelijkheid om deze indicatoren te monitoren over de tijd geeft inzicht in hoeverre de doelstellingen van het programma bereikt worden. Het kan echter meerdere jaren duren voordat de acties een effect hebben dat zichtbaar wordt in de vastgestelde uitkomstindicatoren. Bovendien zijn de maatschappelijke uitkomsten ook van veel andere, externe factoren afhankelijk. Daarom is gekeken welke processtappen kunnen worden gevolgd om te zien hoe de voortgang van acties uit het programma verloopt. Dit maakt tussentijds evalueren mogelijk. Naast uitkomst- en procesindicatoren worden ook verhalen gebruikt die laten zien wat voor effect wordt beoogd met de acties uit de drie actielijnen voor ouderen, mantelzorgers en zorgprofessionals.