Uitkomstindicatoren

De voortgang van het Programma Langer Thuis wordt gevolgd aan de hand van de indicatoren die bij de verschillende actielijnen staan opgenomen. Deze indicatoren zeggen iets over de einddoelen van de verschillende actielijnen. Deze indicatoren worden opgehaald vanuit landelijk beschikbare databronnen (zoals SCPSociaal en Cultureel Planbureau en Mijnkwaliteitvanleven.nl). Er is één overall uitkomstindicator opgenomen, die als graadmeter voor het hele programma geldt, en dat is het percentage 75-plussers met een als goed ervaren kwaliteit van leven.

Procesindicatoren

In het plan van aanpak van het Programma Langer Thuis zijn afspraken gemaakt over welke acties ingezet gaan worden; er wordt voortgebouwd op een bestaande beweging waarbij professionals al bezig zijn om integrale ouderenzorg thuis te organiseren en te zorgen dat wensen en behoeften van ouderen en hun naasten voorop komen te staan. Verondersteld wordt dat deze acties bijdragen aan de gewenste maatschappelijke uitkomsten (zoals gemonitord met uitkomstindicatoren), maar de effecten die de afzonderlijke acties hebben, wordt ook gemonitord, als waren het tussenproducten. Bij deze procesindicatoren gaat het dus om informatie die gebruikt kan worden om deze voortgang te monitoren en om in een later stadium te kunnen concluderen of de uitgevoerde handelingen invloed hebben gehad op het doel.

Narratieve indicatoren

Om iets te kunnen zeggen over de impact van het Programma Langer Thuis, vormen verhalen van ouderen en mantelzorgers uit de dagelijkse praktijk een belangrijk onderdeel van de monitoring. Dit noemen we narratieve of verhalende indicatoren. Deze worden opgehaald uit interviews met ouderen of mantelzorgers of uit blogs van henzelf.