Mensen die binnen 250 meter van landbouwpercelen wonen waar bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, hebben gemiddeld niet méér gezondheidsproblemen dan mensen met geen of weinig landbouwpercelen in de buurt. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, de Universiteit Utrecht en het Nivel, onder alle inwoners van Nederland buiten de steden. De conclusie van deze tweede verkenning sluit aan bij de resultaten van een eerste verkenning in 2018.

Uit het onderzoek blijkt dat veel aandoeningen juist minder vaak voorkomen bij inwoners rond landbouwpercelen. Hoewel de omwonenden van landbouwpercelen gemiddeld niet meer (aantal) gezondheidsproblemen hebben, valt wel op dat sommige aandoeningen significant vaker voorkomen dan gemiddeld in niet-stedelijke gebieden in Nederland.  Zo blijkt uit de data dat binnen 250 meter van maisteelt mensen vaker overlijden aan luchtwegaandoeningen (met name COPDchronic obstructive pulmonary disease). Ook sterven meer mensen aan leukemie in de buurt van roulatieteelt van (specifiek) granen, bieten en aardappelen. Maar hoewel deze aandoeningen significant vaker voorkomen, is op dit moment geen verband aangetoond met het gebruik van landbouwbestrijdingsmiddelen.

Vervolgonderzoek: ook leefstijl meenemen

Om erachter te komen of  chemische bestrijdingsmiddelen extra gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken, is meer onderzoek nodig. Door ook de leefstijl mee te nemen, wordt duidelijker welke rol deze middelen spelen. Veel gezondheidsproblemen kunnen namelijk ook andere oorzaken hebben, zoals roken of de werkomgeving op luchtwegaandoeningen.

De Gezondheidsraad heeft het kabinet deze zomer geadviseerd over vervolgonderzoek.