Om het effect van de maatregelen tegen de verspreiding van het nieuwe coronavirus te volgen, is gekeken naar het moment dat gemelde COVID-19 patiënten ziek werden. Dit is bekeken bij patiënten die uiteindelijk in het ziekenhuis opgenomen moesten worden. Door de tijd die tussen besmetting, de eerste ziekteverschijnselen en de ziekenhuisopname zit, is een effect van de maatregelen op het aantal ziekenhuisopnames pas minimaal één week na het ingaan van de maatregelen zichtbaar.

Op donderdag 12 maart werden de eerste landelijke maatregelen afgekondigd om de COVID-19 epidemie te bestrijden. Thuisblijven bij milde klachten, evenementen werden afgelast en zoveel mogelijk thuiswerken. Vanaf 15 maart gingen scholen, horeca en sportclubs dicht.

Het hoogste aantal gemelde COVID-19 patiënten werd ziek in de week van 16 tot en met 22 maart (week 12). In grafiek 1 en 2 is vanaf week 13, zowel landelijk als in alle provincies een daling te zien in het aantal gemelde COVID-19 ziekenhuisopnames per 100.000 inwoners. Dit wijst erop dat de landelijke maatregelen effectief geweest zijn om de COVID-19 epidemie in te dammen.

De piek van de epidemie viel in alle provincies in dezelfde week (week 12). Dat is opvallend omdat er grote verschillen in aantallen in het ziekenhuis opgenomen patiënten per provincie waren.

Aantal gemelde in het ziekenhuis opgenomen COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners, naar week van de eerste ziektedag

Grafiek 1. Aantal gemelde in het ziekenhuis opgenomen COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners, naar week van de eerste ziektedag

Aantal gemelde in het ziekenhuis opgenomen COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per provincie, naar week van de eerste ziektedag

 

Grafiek 2. Aantal gemelde in het ziekenhuis opgenomen COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per provincie, naar week van de eerste ziektedag