De mens is de belangrijkste bron van ESBLExtended spectrum beta-lactamases-antibioticaresistentie, stellen onderzoekers van het ESBLAT-onderzoeksconsortium, waar het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu deel van uitmaakt. Resistentie komt regelmatig voor bij mensen, dieren of voeding. Maar wat de belangrijkste besmettingsbron voor de mens is, was tot nu toe onbekend.

Volgens een rekenmodel is de mens-op-mens overdracht verantwoordelijk voor meer dan 60% van alle besmettingen met ESBL. De bijdrage van voedsel werd geschat op ongeveer 19%, contact met huisdieren op 8%, niet-beroepsmatig contact met vee op 4% en zwemmen in oppervlaktewater en contact met wilde vogels op 3%. Dit betekent dat overdracht van ESBL’s voornamelijk gebeurt tussen mensen onderling en dat mensen ESBL’s in mindere mate krijgen via de dieren, dierlijk voedsel en het milieu. Deze resultaten geven aan dat ESBL problematiek een One Health karakter heeft. De resultaten laten zien dat door de continue blootstelling vanuit de verschillende bronnen (mens, dier, voedsel en milieu) het voorkomen van ESBL’s in de bevolking in stand wordt gehouden. Dit zijn de belangrijkste conclusies van wetenschappelijk onderzoek dat recent gepubliceerd is in het tijdschrift The Lancet Planetary Health.

ESBL-producerende bacteriën

ESBL staat voor Extended Spectrum Beta Lactamase. ESBL is een enzym, geproduceerd door bepaalde bacteriën, dat ervoor zorgt dat de bacteriën ongevoelig (=resistent) worden voor de werking van bepaalde soorten antibiotica (met name penicillines en cefalosporines).

De bacteriën die ESBL’s kunnen produceren zijn vaak gewone darmbacteriën (bijvoorbeeld Escherichia coli). Ongeveer 5% van de Nederlandse bevolking draagt ESBL-producerende bacteriën bij zich. Deze bacteriën zijn onschadelijk zolang ze zich in de darm bevinden van gezonde personen. Ze kunnen soms infecties veroorzaken, zoals een lastig behandelbare blaasontsteking. Infecties met deze bacteriën vormen vooral voor kwetsbare mensen en patiënten in het ziekenhuis een probleem.

Onderzoek

Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van gegevens uit eerdere studies over het voorkomen van ESBL’s en over de verschillende soorten ESBL’s in verschillende bronnen. Deze bronnen waren patiënten, gezonde mensen in de algemene bevolking, mensen met beroepsmatig contact met dieren, reizigers, huisdieren, vee, wilde vogels, voedsel en oppervlaktewater. Met een computerrekenmodel is de mate van bijdrage van deze bronnen aan de besmettingen bij de mens geschat.

In het ESBLAT-consortium werken onderzoekers van het RIVM, de Universiteit Utrecht, UMCUniversitair Medisch Centrum Utrecht, Gezondheidsdienst voor Dieren en Wageningen Bioveterinary Research. Het onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door het 1Health4Food publiek-privaat onderzoeksprogramma en het Europese subsidie programma voor onderzoek en innovatie in Europa Horizon-2020 via de One Health European Joint Programme.