Door de droogteperiode in de zomer van 2018 konden enkele Nederlandse drinkwaterbedrijven tijdens de piekuren bijna niet meer de gevraagde hoeveelheid water leveren. Verschillende drinkwaterbedrijven riepen toen op om vooral tijdens die piekuren het gebruik te verminderen. Er gaan in Nederland vaker warme, droge zomers voorkomen. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft daarom vanuit ervaringen in het buitenland de mogelijkheden voor een systeem van drinkwaterbeperkingen in Nederland onderzocht.

In de toekomst zou het nodig kunnen zijn om naast een vrijwillige oproep ook beperkingen op te leggen aan het gebruik van drinkwater. Dit zijn noodmaatregelen wanneer alle andere maatregelen niet of onvoldoende toereikend zijn. Het voorgestelde escalatiesysteem bestaat uit vier fases met toenemende beperkingen.

In de normale situatie (fase 1) zijn er geen beperkingen. In de ‘waakzaamheidsfase’ (fase 2) worden burgers en bedrijven opgeroepen om drinkwater te besparen. Dit geldt dan vooral tijdens de piekuren in de ochtend en de avond. Vanaf de alarmtoestand (fase 3) zijn bepaalde handelingen niet meer toegestaan. Voorbeelden zijn drinkwater gebruiken om tuinen te besproeien en privézwembaden te vullen. In een crisissituatie (fase 4) mag drinkwater alleen worden gebruikt voor consumptie, gezondheidsdoelen en hygiëne.

In extreme gevallen kan een drinkwatertekort ontstaan door een combinatie van een grote vraag naar drinkwater en een beperkt aanbod. De vraag naar drinkwater is in warme en droge zomers veel groter dan normaal. Als dit samenvalt met een verontreiniging van de bron van het drinkwater, is het mogelijk dat drinkwaterbedrijven tijdelijk niet de gevraagde hoeveelheid drinkwater kunnen produceren. Water kan bijvoorbeeld verontreinigd raken na een ongeval met chemische stoffen op een rivier, waardoor het niet meer bruikbaar is voor de drinkwaterproductie.