Er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat de sterfterisico’s nabij de luchthaven Schiphol afwijken van die van nabijgelegen gebieden of elders in Nederland. Dat blijkt uit een eerste verkennend onderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu naar de gezondheidsrisico’s van ultrafijnstof rond Schiphol door de luchtvaart. Aanvullend onderzoek is nodig om beter inzicht te krijgen in de mate waarin ultrafijnstof bijdraagt aan gezondheidseffecten.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De opdracht was om op korte termijn inzicht te geven in het risico om vroegtijdig te overlijden in de woongebieden rondom Schiphol. Daarnaast wilde het ministerie advies over de haalbaarheid en opzet van een eventueel vervolgonderzoek.

Sterftecijfers vergeleken

Voor deze eerste verkenning zijn sterftecijfers van het CBSCentraal Bureau voor de Statistiek gebruikt van 2004 tot en met 2010, zowel voor algemene sterfte als sterfte aan specifieke aandoeningen aan de luchtwegen, het hart- en vaatstelsel en longkanker. De postcodegebieden rond Schiphol zijn zowel met elkaar vergeleken als met andere delen van Nederland. Ook is gekeken of er een patroon kon worden gevonden in sterftecijfers in relatie tot de afstand tot de luchthaven, of tot gebieden met verschillende concentraties ultrafijnstof. Hierbij zijn zowel hogere als lagere sterftecijfers gevonden en er was geen duidelijke clustering te zien van een hoger sterfterisico rond Schiphol. 

Geen verhoging sterftecijfers

Uit eerder onderzoek van TNO en het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu uit 2015 blijkt dat de concentratie ultrafijnstof tot op 15 kmkilometer van de luchthaven door het vliegverkeer wordt verhoogd. Er zijn redenen om aan te nemen dat deze ultrafijnstofdeeltjes gezondheidseffecten kunnen veroorzaken. Eventuele kleine verhogingen in sterftecijfers zijn met de gebruikte onderzoekstechnieken moeilijk terug te zien.

Aanvullend onderzoek naar gezondheidseffecten

Aanvullend onderzoek is nodig om beter inzicht te krijgen in de mate waarin ultrafijnstof bijdraagt aan gezondheidseffecten. Dit kan worden bereikt door een integraal onderzoeksprogramma op te zetten. Daarin moet niet alleen naar sterfte worden gekeken, maar ook naar verschillende andere gezondheidsaspecten, zoals aandoeningen van de luchtwegen en het hart- en vaatsysteem, medicijngebruik en geboortegewicht. Dit kan voor een deel met terugwerkende kracht op basis van beschikbare gezondheidsgegevens. Het is ook raadzaam om een aantal jaren de concentraties ultrafijnstof in de directe omgeving van Schiphol te meten, omdat de concentraties uit de eerdere onderzoeken nog onzekerheid kennen. Het voorgestelde vervolgonderzoek kan hier meer duidelijkheid over verschaffen.