Go to abstract

Samenvatting

De acute aquatische risico-indicator voor bestrijdingsmiddelen kan beschouwd worden als een indicator voor de toxische druk van bestrijdingsmiddelen op het aquatische milieu. De indicator is gebaseerd op alle bestrijdingsmiddelen die in Nederland gebruikt worden of werden sinds 1984. Voor elk bestrijdingsmiddel werd de quotient van de voorspelde concentratie (PEC) in het oppervlakte water en de toxiciteit voor een bepaalde groep van waterorganismen, vermenigvuldigd met het relatieve oppervlakte waarop de stof werd toegepast (ten opzichte van al het met bestrijdings-middelen behandelt agrarisch areaal). De indicator is berekend voor elk jaar sinds het in werking treden van het MJPG. De druk op algen en daphniaĆ¾s is verminderd met 40% en voor vissen met 15%. Minder dan twintig bestrijdingsmiddelen zijn verantwoordelijk voor ongeveer 85% van de hoogte van de indicator. De bestrijdingsmiddelen die met meer dan 10% bijdragen aan de indicator waarde zijn fentin-acetaat en monolinuron bij de algen, fentin-acetaat, ethyl-parathion en fosalone bij de daphniaĆ¾s en captan en lambda-cyhalothrin bij de vissen. De grootste winst voor het aquatische milieu kan bereikt worden door deze bestrijdingsmiddelen niet meer te gebruiken, zelfs wanneer we ervan uit gaan dat andere bestrijdingsmiddelen dan meer gebruikt worden. De vervangende bestrijdingsmiddelen dienen dan wel een lagere PEC/TOX verhouding te hebben.

Abstract

The Acute Aquatic Risk Indicator for Pesticides can be considered as an indicator for the effects of pesticides on the aquatic ecosystem or on particular groups of species (e.g. algae, daphnids or fish). This indicator is based on all the pesticides that are used in the Netherlands or were used since 1984. For every compound the quotient of the predicted environmental concentration and the toxicity for a certain group of organisms is multiplied by the relative area treated with a compound. The indicator value is calculated for every year since the introduction of the Multi Year Crop Protection Plan in the Netherlands. The risk for algae and daphnids has declined by 40% and for fish by 15%. Less than 20 pesticides accounted for approximately 85% of the height of the indicator. The pesticides that contributed in 1996 more than 10% to the indicator value for algae are fentin-acetate and monolinuron, for daphnids fentin-acetate, parathion (ethyl) and phosalone and for fish captan and lambda-cyhalothrin. The greatest benefit for the aquatic ecosystem can be obtained by abondoning the use of these pesticides, even in case other pesticides are used, provided that their PEC/TOX quotients are lower.

Overig

Grootte
1002KB