The amniotic membrane : An exploratory study

The amniotic membrane : An exploratory study

Go to abstract

Samenvatting

Het RIVM heeft een verkenning uitgevoerd naar nieuwe ontwikkelingen en mogelijke risico's rondom het gebruik van het zogeheten amnionmembraan, zowel in Nederland als daarbuiten. Het membraan wordt al decennia als transplantaat gebruikt in de oogheelkunde om beschadigd hoornvlies te laten herstellen. Het amnionmembraan is een zeer dun vlies dat uit een placenta wordt gehaald. In Nederland wordt het in beperkte mate gebruikt.

Vooral in de internationale literatuur zijn nieuwe ontwikkelingen rondom het amnionmembraan beschreven. Zo wordt onderzocht of beschadigde weefsels kunnen herstellen door stamcellen uit gezond vergelijkbaar weefsel te halen en op amnionmembraan te laten groeien. Het membraan kan daarna met stamcellen in het beschadigde weefsel worden geplaatst. Een andere ontwikkeling die wordt onderzocht is of stamcellen uit het amnionmembraan kunnen worden gebruikt om beschadigingen in verschillende weefsels te herstellen, zoals in spieren. In Nederland wordt het amnionmembraan voornamelijk ingezet om schade aan het hoornvlies van het oog te bedekken.

In de literatuur zijn een beperkt aantal risico's bij het gebruik van het amnionmembraan beschreven, zoals pijn. Voor zover bekend zijn er in Nederland geen complicaties gemeld bij behandelingen met het amnionmembraan.

Abstract

The National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) has carried out an exploratory study into new developments and possible risks associated with the use of the so-called amniotic membrane, both in the Netherlands and elsewhere. For decades, the membrane has been used in ophthalmology as a graft to allow damaged corneas to heal. The amniotic membrane is a very thin membrane that is taken from the placenta. Its use is limited in the Netherlands.

New developments concerning the amniotic membrane have mainly been described in the international literature. Research has been carried out into repairing damaged tissues by using stem cells obtained from comparable healthy tissue and growing them on amniotic membrane. The membrane with stem cells can then be placed on the damaged tissue. Another development currently being researched is the possibility of using stem cells from the amniotic membrane to repair damage to other tissues, such as muscles. In the Netherlands, amniotic membrane is mainly used to cover damage to the cornea of the eye.

The literature reports only a limited number of risks, such as pain, associated with the use of amniotic membrane. As far as is known, in the Netherlands no complications have been reported concerning treatment with amniotic membrane.

Publisher

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Overig

Grootte
338KB