Antibiotic-resistant bacteria in abattoir wastewater

Antibiotic-resistant bacteria in abattoir wastewater

Go to abstract

Samenvatting

In afvalwater van twee slachterijen, een varkensslachterij en een runderslachterij, zijn geen bijzonder resistente CPE (carbapenemase-producerende Enterobacteriaceae) aangetroffen. Dit betekent dat CPE in Nederland niet bij varkens of rundvee voorkomen, of maar heel weinig. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM.

Het RIVM onderzocht het afvalwater van de twee slachterijen tussen 10 april en 23 juli 2019 (varkens) en van 28 oktober 2019 tot 22 januari 2020 (rundvee). In totaal zijn op 45 dagen monsters van het afvalwater genomen en onderzocht. Op die dagen zijn in totaal 400.000 tot 500.000 varkens en ruim 7000 runderen geslacht. De genomen monsters zijn daarmee representatief voor een groot aantal dieren.

Via afvalwater kunnen dergelijke aantallen dieren met relatief weinig moeite worden onderzocht op antibioticaresistente bacteriën. Deze aantallen zijn veel groter dan het aantal dat elk jaar standaard wordt onderzocht op deze bacteriën tijdens de nationale monitoring van antibioticaresistentie bij landbouwhuidieren. Bij deze landelijke monitoring wordt elk dier apart gemeten.

In de afvalwatermonsters zijn wel ESBL-producerende E. coli-bacteriën gevonden, en vaker dan in de landelijke monitoring. Deze resultaten bevestigen het idee dat een methode preciezer (gevoeliger) wordt naarmate meer dieren worden gescreend.

Vanwege de nauwkeurigheid en vrij kleine inspanning is meten in afvalwater een efficiënte manier om te onderzoeken of landbouwhuisdieren zeldzame vormen van antibioticaresistente bacteriën, zoals CPE, bij zich dragen. De methode moet de komende jaren nog wel worden verfijnd.

Abstract

A study carried out by the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) has shown that no carbapenemase-producing Enterobacteriaceae (CPE, resistant bacteria of critical priority) were present in wastewater from a pig abattoir and a cattle abattoir. This means that CPE occur infrequently, if at all, in pigs and cattle in the Netherlands.

The RIVM tested the wastewater from the two abattoirs between 10 April and 23 July 2019 (pigs) and between 28 October 2019 and 22 January 2020 (cattle). Samples of the wastewater were taken and tested on 45 days, in all. A total of 400,000 to 500,000 pigs and more than 7,000 cattle were slaughtered on these days. The samples taken were therefore representative of large numbers of animals. Such numbers of animals can be tested for antibiotic-resistant bacteria relatively easily via wastewater. These numbers are much greater than the numbers tested for these bacteria every year during the national monitoring of antibiotic resistance of farm animals, in which each animal is tested separately.

Extended-Spectrum Beta-Lactamase (ESBL)-producing E. coli bacteria have, however, been found in the wastewater samples, and more often than in the national monitoring of farm animals. These results confirm the idea that a method becomes more sensitive the greater the number of animals screened.

Because of its sensitivity and the relatively minimal effort required, measuring the bacteria in wastewater is an efficient way to test whether farm animals are infected with rare types of antibiotic-resistant bacteria, such as CPE. The method will, however, have to be developed further in the coming years.

Publisher

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Overig

Grootte
714 kb