Go to abstract

Samenvatting

Deze rapportage gaat over een onderzoek dat tussen 2014 en 2018 in opdracht van de minister van Defensie is uitgevoerd naar gezondheidsrisico's door blootstelling van Defensiepersoneel aan chroom 6. De blootstelling aan deze gevaarlijke stof heeft plaatsgevonden op vijf NAVO-materieellocaties die in de periode 1984-2006 in Nederland in gebruik waren. Op deze zogenoemde POMS-locaties (POMS: Prepositioned Organizational Materiel Storage) verrichtten medewerkers van Defensie onderhoudswerkzaamheden aan NAVO-materieel. Het chroom-6 bevond zich vooral in de grondverf van het materieel, dat vrij kon komen bij onderhoudswerkzaamheden hieraan.

Blootstelling aan chroom-6 op de POMS-locaties en gezondheidseffecten
De mate waarin Defensiepersoneel op de vijf POMSlocaties in contact kwam met chroom-6 verschilde per functie. Medewerkers in de technische onderhoudsfuncties werden het meest blootgesteld aan chroom-6. Dit gebeurde vooral bij bewerkingen aan materieel dat met chroom-6-houdende verf was behandeld, zoals bij schuren, maar ook bij het aanbrengen van chroom- 6-houdende verf op het materieel.

De gezondheidseffecten die als gevolg van blootstelling aan chroom-6 kunnen optreden, zijn divers. Bij het Defensiepersoneel dat werkzaam was in technische onderhoudsfuncties was er sprake van blootstelling aan chroom-6 die de volgende ziekten kan hebben veroorzaakt: longkanker, neus- en neusbijholtekanker, maagkanker, chroom-6-gerelateerde allergisch contacteczeem, allergische astma en allergische rhinitis, chronische longziekten en perforatie van het neustussenschot door chroomzweren. Doordat de meeste van deze ziekten ook andere oorzaken kunnen hebben, kan in veel gevallen niet met zekerheid worden vastgesteld dat deze ziekten bij oud-werknemers het gevolg zijn van blootstelling aan chroom-6 op de POMS-locaties. Voor andere gezondheidsklachten die door (oud-)medewerkers zijn gemeld, zoals gebitsproblemen, is geen of onvoldoende wetenschappelijk bewijs gevonden voor een mogelijk verband met blootstelling aan chroom-6.

Het chroom-6 waaraan Defensiepersoneel in de periode 1984-2006 heeft blootgestaan, kan nu niet meer worden aangetoond in het lichaam. Chroom-6 wordt namelijk in het lichaam omgezet in chroom-3 en vervolgens uitgescheiden.

Verantwoordelijkheden, arbeidsomstandigheden en zorgplicht
Defensie had in zijn rol van werkgever de verantwoordelijkheid om zowel medewerkers als bedrijfsartsen in te lichten over de risico's van blootstelling aan chroom-6- houdende verf. De meeste POMS-medewerkers hebben aangegeven niet op de hoogte te zijn geweest van de gezondheidsrisico's van chroom-6. Ook nagenoeg geen van de bedrijfsartsen bij Defensie met wie in dit onderzoek is gesproken, wist in de periode dat de POMS-locaties operationeel waren dat de werknemers mogelijk blootgesteld waren aan chroom-6. Het preventie- en zorgbeleid van Defensie voldeed niet aan de daarvoor geldende regels, zeker niet in de eerste jaren. Het ontbrak aan: (1) tijdige aandacht voor collectieve beheersmaatregelen, zoals voldoende ventilatie en afscherming van werkruimtes; (2) voldoende kwaliteit en beschikbaarheid van persoonlijke beschermingsmiddelen; (3) effectief toezicht op de naleving van de gebruiksvoorschriften daarvan; (4)een registratie van het gebruik van gevaarlijke stoffen, waaronder chroom 6; (5) een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek voor medewerkers die gezondheidsrisico's liepen in hun werk.

Is Defensie aansprakelijk voor gezondheidsschade bij (oud-)werknemers?
Als een (oud-)werknemer gezondheidsproblemen heeft die door een arts zijn vastgesteld en die met een zekere mate van waarschijnlijkheid kunnen worden toegeschreven aan chroom-6, is de werkgever daarvoor aansprakelijk als (a) aan te tonen valt dat de werknemer aan chroom-6 is blootgesteld tijdens zijn of haar werk, en (b) de beschermende maatregelen op de werkvloer niet in overeenstemming waren met de voorschriften of wat anderszins kon worden geƫist. Degene die schade heeft geleden wordt in die gevallen bewijsrechtelijk geholpen door de omkeringsregel, waardoor het meeste bewijs zal moeten worden geleverd door de persoon of instantie die iemand heeft laten werken met chroom-6. Voor gezondheidsschade veroorzaakt door het werken met chroom-6 na 1 februari 1995 is niet van belang of er voldoende maatregelen waren getroffen. De instantie die liet werken met chroom-6 is dan altijd aansprakelijk voor de schadelijke gevolgen daarvan. Het uiteindelijke oordeel wordt geveld door een rechter.

Tot slot
Aan het eind van deze rapportage wordt een aantal onderzoeksaanbevelingen gedaan gericht aan het ministerie van Defensie. Enkele van deze aanbevelingen hebben betrekking op de interne communicatie en het arbobeleid van Defensie. Andere aanbevelingen zijn gericht op verbetering van de registratie en monitoring van Defensiepersoneel. In deze rapportage worden de bevindingen uit het onderzoek naar chroom-6 op hoofdlijnen beschreven. In de tien uitgebreide deelrapporten is meer gedetailleerde informatie te vinden over het onderzoek.

Abstract

This report is about a study of the health risks resulting from the exposure of Ministry of Defence personnel to chromium-6 carried out at the request of the Minister of Defence between 2014 and 2018. Exposure to this hazardous substance took place at five NATO equipment storage sites that were operational in the Netherlands in the period 1984-2006. At these Prepositioned Organizational Materiel Storage (POMS) sites, employees of the Ministry of Defence carried out maintenance activities on NATO equipment. The chief source of chromium-6 was the primer coating used to protect the equipment, and maintenance activities could cause the release of this substance.

Exposure to chromium-6 at the POMS sites and health effects
The extent to which Ministry of Defence personnel at the five POMS sites came into contact with chromium-6 differed according to their positions. Employees in technical maintenance positions were the most exposed to chromium-6. This mainly took place during activities, such as sanding, carried out on equipment that had been treated with paint containing chromium-6 but also when coating equipment with paint containing chromium-6.

Diverse health effects can arise as a result of exposure to chromium-6. Ministry of Defence personnel working in technical maintenance positions were exposed to chromium-6 that could have caused the following diseases: lung cancer, nasal and paranasal sinus cancer, gastric cancer, chromium-6-related allergic contact eczema, allergic asthma and allergic rhinitis, chronic lung diseases and perforation of the nasal septum due to chromium ulcers. Because most of these diseases can also arise due to other causes, in many cases it cannot be determined with certainty that these diseases in former employees are the result of exposure to chromium-6 at the POMS sites. Insufficient or no scientific evidence has been found to support a possible connection between exposure to chromium-6 and other health problems reported by former employees, such as problems with their teeth.

The chromium-6 to which Ministry of Defence personnel were exposed in the period 1984-2006 can no longer be detected in their bodies. The fact is that chromium-6 is converted to chromium-3 in the body and subsequently excreted.

Responsibilities, working conditions and duty of care
In its capacity as an employer, the Ministry of Defence had the responsibility of notifying both employees and occupational physicians of the risks of exposure to paint containing chromium-6. Most POMS employees have indicated that they were not aware of the health risks relating to chromium-6. Furthermore, hardly any of the occupational physicians at the Ministry of Defence spoken to in the context of this study knew that there was a possibility that employees were being exposed to chromium-6 in the period that the POMS sites were operational.
The Ministry of Defence's prevention and care policy did not meet the applicable rules, particularly in the early years. There was a lack of: (1) prompt attention for collective control measures, such as adequate ventilation and the screening off of work rooms; (2) adequate availability and quality of personal protective equipment; (3) effective supervision of compliance with the instructions for use; (4) registration of the use of hazardous substances, including chromium-6; (5) a periodic occupational health medical examination for employees who were exposed to health risks in the course of their work.

Is the Ministry of Defence liable for damage to the health of former employees?
If a former employee has health problems that have been diagnosed by a doctor and that can, with a certain degree of probability, be attributed to chromium-6, the employer is liable for them if (a) it can be demonstrated that the employee was exposed to chromium-6 during his or her work, and (b) the protective measures in the workplace did not comply with the regulations or what could otherwise be required. In these cases, the individual suffering the damage will, from the point of view of evidence, be aided by the rule of reversal, which means that most of the evidence will have to be furnished by the person or authority who allowed him or her to work with chromium-6. For damage to health caused by working with chromium-6 after 1 February 1995, it is irrelevant whether adequate measures were taken or not. In these cases, the authority that allowed employees to work with chromium-6 is always liable for the resulting harmful consequences. The courts will deliver the ultimate judgement.

Conclusion
At the end of this report, a number of recommendations arising from the study have been made to the Ministry of Defence. Some of these recommendations concern the internal communications and the health and safety policy of the Ministry of Defence. Others focus on improving the registration and monitoring of Ministry of Defence personnel. This report outlines the findings from the study on chromium-6. The ten comprehensive partial reports provide more detailed information on the study.

Overig

Grootte
386KB