Blauwdruk voor veilige en duurzame kringlopen in een circulaire economie

Blauwdruk voor veilige en duurzame kringlopen in een circulaire economie

Go to abstract

Samenvatting

Het RIVM heeft de basis gelegd voor een raamwerk om te beoordelen of grondstoffen uit afval veilig én duurzaam kunnen worden gebruikt. Met deze integrale benadering wordt de risicobeoordeling van stoffen naast de voordelen van hergebruik voor het milieu geplaatst, bijvoorbeeld hoeveel uitstoot van CO2 wordt bespaard. Door dit allebei inzichtelijk te maken wordt duidelijk wat nodig is om de risico's voor het milieu voldoende te beperken en wat die inspanning oplevert aan duurzaamheid. Op basis van deze informatie kunnen zowel de industrie als beleidsmakers een afweging maken over het gebruik van teruggewonnen grondstoffen. Andere waarden, zoals economische kosten en sociale acceptatie, zijn nog buiten beschouwing gebleven.

Het raamwerk voegt wettelijk vastgestelde regels, bestaande risicogrenzen en nieuwe methoden samen tot één samenhangend, getrapt systeem. Het ondersteunt zo het uitgangspunt van de Nederlandse overheid om efficiënt om te gaan met grondstoffen en het milieu minder te belasten. De veiligheid voor mens en milieu is een randvoorwaarde voor de overgang naar de circulaire economie, waarin zo veel mogelijk materialen uit afvalstromen opnieuw worden gebruikt.

Materiaal dat wordt gerecycled, kan risico's voor het milieu met zich meebrengen wanneer het bijvoorbeeld zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), geneesmiddelresten, bestrijdingsmiddelen of ziekteverwekkers bevat. Wetgeving en beleidskaders voorkomen de risico's gedeeltelijk. De huidige regelgeving is echter nog onvoldoende ingericht op het gebruik van gerecycled materiaal. Zo kan de regelgeving het gebruik van stoffen in nieuwe producten verbieden, zoals brandvertragers, terwijl ze in afvalstromen zitten van producten die zijn gemaakt toen het verbod nog niet gold. Daarnaast kan regelgeving ontbreken, bijvoorbeeld voor geneesmiddelresten. Het raamwerk is met drie casussen getest: fosfaat terugwinnen uit afvalwater, piepschuim recyclen en het gebruik van rubbergranulaat uit oude autobanden.

Het RIVM wil met de industrie en de overheid in gesprek over de praktische toepasbaarheid van het raamwerk en de verdere uitwerking ervan. Door het raamwerk uit te breiden met andere veiligheids-en duurzaamheidsthema's, wordt het breder toepasbaar.

Abstract

RIVM has laid the foundations of a framework to assess whether raw materials from waste can be used safely and sustainably. In this integral approach, the risk assessment of a substance is compared with the benefits of its reuse for the environment, e.g. how much CO2 emissions are reduced. By making both explicit, it becomes clear what is needed to adequately limit the risks to man and the environment and what that effort will contribute towards sustainable development. On the basis of this information, both industry and policy makers can make an assessment of the use of recovered raw materials. Other values, such as economic costs and social acceptance, have not yet been taken into account.

The framework integrates legally established rules, existing risk limits and new methods into one coherent, tiered system. In this way, it supports the Dutch government's basic principle of dealing efficiently with raw materials and reducing the burden on the environment. Safety for man and the environment is a precondition for the transition to the circular economy; an economy which maximizes the reuse of materials from waste streams wherever possible. Material that is recycled may present risks to the environment if it contains substances of very high concern (ZZS), drug residues, pesticides or pathogens. Legislation and policy frameworks protect against some of the risks but are not comprehensive enough to prevent the risks currently presented by recycled material. For example, while the regulations prohibit the use of substances in new products, such as fire retardants, there is no legislation available for products which were made before the prohibition was enforced. In addition, regulations may be missing, such as those for controlling drug residues. The framework has been tested with three cases: recovering phosphate from waste water, recycling polystyrene foam and using rubber granulate from old car tires. RIVM would like to discuss the practical application of the framework, and its further development, with the government and industry. By expanding the framework with other safety and sustainability themes, it will become more widely applicable.

Publisher

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM,

Overig

Grootte
3438