Go to abstract

Samenvatting

In Nederland is het hepatitis E virus (HEV) aangetoond in dieren (varkens, wilde zwijnen, herten), voedsel (varkenslever, oesters, mosselen) en oppervlaktewater. Het is mogelijk dat de verspreiding van HEV uit deze bronnen naar mensen gerelateerd is aan contacten tussen mensen en dieren, aan de consumptie van voedsel of drinkwater, of door in oppervlaktewater te recreeren. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM naar de bronnen en verspreidingsroutes van het HEV-type dat in Nederland voorkomt. Deze gegevens zullen worden gebruikt voor blootstellingsschattingen, die kunnen helpen om gericht interventiemaatregelen te nemen om eventuele risico's voor de volksgezondheid te verlagen.
HEV-infecties kunnen ontstekingen aan de lever veroorzaken, vooral bij mensen met een verminderd afweersysteem. Bij deze risicogroepen kan dit tot chronische leverinfecties leiden of zelfs tot de dood. Bij gezonde mensen lijken HEV-infecties evenwel onopgemerkt te blijven vanwege het milde verloop.
In Nederland worden HEV-infecties doorgaans opgelopen zonder dat de precieze bron kan worden vastgesteld, onder andere vanwege de lange incubatieperiode. Door de bijdrage van de mogelijke bronnen en bijbehorende verspreidingsroutes aan HEV-infecties bij mensen te schatten, kunnen maatregelen worden opgesteld die verspreiding van het virus naar mensen tegengaan.
Uit het onderzoek blijkt dat de HEV-variant die bij de mens hepatitis E veroorzaakt wereldwijd vaak bij varkens en wilde zwijnen voorkomt. Het RIVM heeft vervolgens eventuele bronnen van HEV in Nederland onderzocht. Het blijkt dat niet alleen wilde zwijnen en varkens, maar ook herten, oesters, mosselen en oppervlaktewater dat wordt gebruikt voor recreatie en drinkwaterproductie HEV kunnen bevatten.

Abstract

Hepatitis E virus (HEV) was shown to be present in the Netherlands in animals (pigs, wild boar and red deer), food (pig liver, oysters and mussels) and surface water. Locally acquired hepatitis E may therefore be contact-, food- or water-related.
Hepatitis E virus infections are acquired in the Netherlands, but epidemiological studies have failed to identify the sources of those infections thus far. Amongst others because of the incubation period that is too long for tracing studies.
In the Netherlands, most HEV infections remain unnoticed, because of the general mild symptoms of infected individuals. However, in the vulnerable population like the immunocompromised and people suffering from pre-existing diseases, severe hepatitis due to HEV is more common. Individuals in these risk groups may become chronically infected by the virus or may die because of hepatitis. By assessing the contribution of the different potential sources and transmission routes to the exposure of humans to HEV, the more and less important ones may be identified. Intervention measures may be formulated to contain the spread of HEV to humans by restraining the most important transmission routes.
This report describes the sources of HEV that have been detected worldwide. This demonstrated that the HEV-variant that causes hepatitis E in humans is commonly detected in pigs and wild boar. The RIVM studied potential sources of HEV in the Netherlands. Identified sources of HEV were, besides domestic pig and wild boar, also red deer, oysters, mussels, surface water and source water used for drinking water production. Therefore, transmission of HEV may not only be contact- or food related, but may also be water related. These data will be used in a risk assessment model to estimate the exposure of humans to HEV.

Overig

Grootte
514KB