Go to abstract

Samenvatting

Over het algemeen is voedsel in Nederland veilig. De veiligheid kan echter worden bedreigd door microbiologische besmetting en schadelijke chemische stoffen. Het RIVM heeft de huidige stand van zaken beschreven over de voedselveiligheid in Nederland en de maatregelen die nodig zijn om het hoge niveau te handhaven.

Voedselinfecties zijn niet volledig te vermijden. Dat komt doordat levensmiddelen op diverse momenten in de productieketen, van grondstof tot en met bereiding, besmet kunnen raken met ziekteverwekkers. Voedselinfecties worden meestal veroorzaakt door bacteriën (zoals Salmonella en Campylobacter), virussen (zoals het norovirus) en parasieten (zoals Toxoplasma). Deze ziekteverwekkers kunnen worden gevonden in rauwe (of niet goed verhitte) dierlijke en plantaardige producten. Maar ook mensen die betrokken zijn bij de productie van ons voedsel kunnen door onvoldoende hygiëne een besmetting veroorzaken.

Jaarlijks worden ongeveer 700.000 mensen ziek door een voedselinfectie; dit is gelijk aan 1 op de 24 personen. De belangrijkste veroorzakers zijn het norovirus (dat vooral op vis en schelpdieren wordt gevonden), Campylobacter (op kip) en Salmonella (in ei). De meeste infecties beperken zich tot relatief milde, kortdurende maag- darmklachten. Ze kunnen soms ook chronische gezondheidsklachten veroorzaken, zoals gewrichtsontsteking en het prikkelbare darm syndroom.

De blootstelling van de consument aan chemische stoffen die de overheid voor het voedselproductieproces toestaat, zoals additieven ('E- nummers') en gewasbeschermingsmiddelen, is zo laag dat er geen risico voor de volksgezondheid is. Voor sommige stoffen die als verontreiniging in ons voedsel voorkomen (vanuit het milieu, door verwerking of bereiding) geldt dat de inname van een deel van de consumenten hoger is dan wat als veilig wordt geadviseerd. Het gaat hier voor kinderen en volwassenen om drie schimmelgifstoffen (mycotoxinen) en acrylamide, en voor 2-6 jarigen ook om de zware metalen cadmium en lood. Het gaat hierbij niet om de gemiddelde inname, maar om volwassenen en kinderen met een hoge inname. Als de blootstelling aan deze stoffen langdurig te hoog is kunnen ze schadelijk zijn voor de gezondheid.

Producenten van voedingsmiddelen zijn via diverse nationale en Europese wetten verplicht preventieve maatregelen te nemen om te voorkomen of te beperken dat ziekteverwekkers of chemische stoffen in hun producten zitten. Voor ziekteverwekkers in grondstoffen en eindproducten zijn criteria opgesteld. Voor chemische stoffen gelden productnormen. Op de naleving van deze criteria en productnormen wordt in Nederland door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toegezien.

Dit rapport is een achtergrondstudie voor de rapportage 'Wat ligt op ons bord? Gezond, veilig en duurzaam eten in Nederland' van het RIVM die op 24 januari 2017 is verschenen. Hierin worden de aspecten van gezond, veilig en ecologisch duurzaam voedsel geïntegreerd weergegeven.

Abstract

In general, food in the Netherlands is safe. The safety of food can be threatened by contamination with micro-organisms and chemical substances. In this report, RIVM has described the current state of affairs regarding food safety in the Netherlands and the measures that are necessary to maintain the high level of food safety.

Foodborne infections cannot be completely avoided. Food can be contaminated with pathogens at various stages in the food production chain, from raw material up to and including preparation of food. Foodborne diseases in the Netherlands are usually caused by bacteria (like Salmonella and Campylobacter), viruses (like Norovirus) and parasites (like Toxoplasma). These pathogens can be found in raw (or not sufficiently heated) animal and plant products. But also people involved in the production of food can cause microbial contamination of our food by inadequate hygiene.

Annually, on average, 700,000 cases of foodborne disease were estimated to occur in the Netherlands; this amounts to 1 for every 24 inhabitants. The most important pathogens are Norovirus (mainly found on fish and shellfish), Campylobacter (on chicken) and Salmonella (in eggs). Most illnesses are limited to relatively mild, shortlasting gastrointestinal complaints. Sometimes they can also cause chronic health complaints like reactive arthritis and irritable bowel syndrome.

The dietary exposure of Dutch consumers to chemical substances allowed by regulating authorities to be used in food production, like additives (the well-known E-numbers) and plant protection products, is low and does not pose a health risk. The dietary exposure to some chemical substances that occur in our food through contamination (from the environment, through processing and preparation) exceeds established health-based guidance values. This is the case for three mycotoxins and acrylamide for both children and adults, and for cadmium and lead (heavy metals) for children aged 2-6 years. This exceedance of the health-based guidance value occurs by consumers with a high level of exposure and not with an average exposure. When the exposure to these substances remains too high for a long-standing period, it may be harmful to human health.

Food producers are obliged, through various national and European laws, to take measures in order to prevent or limit the occurrence of pathogens and chemical substances in their food products. For pathogens in raw materials and end products microbiological criteria have been set. For chemical substances product limits are applied. The compliance to these criteria and product limits is controlled by the Netherlands Food and Consumer Product Safety Authority.

This report is a background study for the report, "What is on our plate? Safe, healthy, and sustainable diets in the Netherlands" which was published on the 24th of January 2017. In this report, healthy, safety and sustainability aspects of food are integrated.

Overig

Grootte
5.61MB