Inventory of Dutch Substances of Very High Concern in pesticides

Inventory of Dutch Substances of Very High Concern in pesticides

Go to abstract

Samenvatting

In Nederland geldt regelgeving om de uitstoot naar lucht en lozingen in water van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS Zeer Zorgwekkende Stoffen (Zeer Zorgwekkende Stoffen )) door bedrijven te minimaliseren. Dit zijn stoffen waarover zorgen bestaan, bijvoorbeeld omdat ze kankerverwekkend zijn of zich opstapelen in de voedselketen. Er is een lijst van deze stoffen gemaakt. Voor bestrijdingsmiddelen gelden Europese regels. Deze middelen mogen alleen worden gebruikt als ze veilig zijn voor mens, dier en milieu. Ook het toelatingsbeleid voor bestrijdingsmiddelen bevat regels voor zorgwekkende stoffen. Sommige van deze stoffen zijn verboden in bestrijdingsmiddelen en andere moeten waar mogelijk worden vervangen.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW Infrastructuur en Waterstaat (Infrastructuur en Waterstaat)) wil dat er zo min mogelijk ZZS in het milieu terechtkomen, dus is benieuwd naar de ZZS in het milieu die van bestrijdingsmiddelen kunnen afkomen. Het ministerie wil daarom weten welke ZZS in bestrijdingsmiddelen zitten, en in hoeveel verschillende middelen. Ook wil het ministerie weten waarin de regels voor zorgwekkende stoffen in bestrijdingsmiddelen verschillen van de regels voor de uitstoot en lozingen van ZZS door bedrijven. Het ministerie wil namelijk zo min mogelijk verschillen in regels voor zorgwekkende stoffen. Het RIVM heeft deze vragen beantwoord.

In ongeveer 20 procent van de bestrijdingsmiddelen in Nederland zitten ZZS. In ongeveer 10 procent zitten stoffen die ervan worden verdacht ZZS te zijn, en in ongeveer 5 procent per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS Per- en polyfluoralkylstoffen (Per- en polyfluoralkylstoffen )). Het toelatingsbeleid voor bestrijdingsmiddelen accepteert alleen aanvaardbare risico’s voor mens, dier en milieu. Dat geldt ook voor de bestrijdingsmiddelen die deze stoffen bevatten. Het RIVM wijst er wel op dat het huidige Nederlandse ZZS-beleid bedoeld is om ZZS uit het milieu te weren.

Het ZZS-beleid heeft voor een deel dezelfde zorgwekkende stoffen in beeld als het toelatingsbeleid voor bestrijdingsmiddelen. Maar er zijn ook verschillen. Zo is de definitie van een zorgwekkende stof in een bestrijdingsmiddel net iets anders dan de definitie van een ZZS. Hierdoor is een zorgwekkende stof in het ZZS-beleid soms geen zorgwekkende stof in een bestrijdingsmiddel, en andersom.

Het RIVM geeft mogelijkheden om de verschillen tussen de twee soorten regels te verkleinen. Bijvoorbeeld door de verschillende definities van wat een zorgwekkende stof is op elkaar af te stemmen. Het RIVM beveelt aan ook te onderzoeken in welke hoeveelheden de verschillende bestrijdingsmiddelen met ZZS worden gebruikt.

Abstract

In the Netherlands, regulations apply to minimise emissions by companies into the air and discharges into water of Dutch Substances of Very High Concern (ZZS). These are substances about which there are concerns, for example because they are carcinogenic or accumulate in the food chain. A list of these substances has been compiled. With regard to pesticides, European rules apply. These products may only be used if they are safe for humans, animals and the environment. The authorisation policy for pesticides also contains rules for substances of concern. Some of these substances are banned in pesticides, while others should be replaced whenever possible.

Given that the Ministry of Infrastructure and Water Management wants as few ZZS as possible to end up in the environment, it is curious about the ZZS in the environment that potentially originate from pesticides. The ministry would therefore like to know which ZZS are used in pesticides, and in how many different products. The ministry would also like to know how the rules for substances of concern in pesticides differ from the rules for the emission and discharge of ZZS by companies. This is because the ministry wants to keep differences in rules for substances of concern to a minimum. RIVM has provided answers to these questions.

About 20 percent of pesticides in the Netherlands contain ZZS. About 10 percent contain substances suspected of being ZZS, and about 5 percent contain per- and polyfluoroalkyl substances (PFAS). The authorisation policy for pesticides only accepts acceptable risks for humans, animals and the environment. This also applies to pesticides containing these substances. RIVM pointed out that the aim of the current Dutch ZZS policy is to keep ZZS out of the environment.
The ZZS policy partially covers the same substances of concern as the authorisation policy for pesticides, but there are some differences. For example, the definition of a substance of concern in a pesticide is slightly different from the definition of a ZZS. As a result, a substance of concern in the ZZS policy is sometimes not a substance of concern in a pesticide, and vice versa.

RIVM gave a number options for reducing the differences between the two types of rules, such as harmonising the different definitions of what constitutes a substance of concern. In addition, RIVM recommended investigating the quantities in which the various pesticides that contain ZZS are used.

Uitgever

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu