Pharmaceutical residues and water quality: an update

Pharmaceutical residues and water quality: an update

Go to abstract

Samenvatting

Medicijnresten komen na gebruik door de patiƫnt via het riool in het oppervlaktewater terecht. Volgens het RIVM zijn de medicijnresten een risico voor dieren en planten die in het oppervlaktewater leven. Regelmatig gaan concentraties van verschillende soorten medicijnresten over risicogrenzen heen: van pijnstillers en antibiotica tot bloeddrukverlagers, antidepressiva en anti-epileptica.

Dit blijkt uit nieuw onderzoek van het RIVM en Deltares naar medicijnresten in oppervlaktewater. In 2017 en 2018 hebben concentraties van 19 verschillende stoffen een of meerdere keren de risicogrens overschreden. Waarschijnlijk gebeurt dit vaker. Veel medicijnresten hebben namelijk een heel lage risicogrens. Waterbeheerders zijn niet altijd in staat stoffen op dit lage niveau aan te tonen.

Jaarlijks bereikt minstens 190 ton medicijnresten het oppervlaktewater. Dat is meer dan het RIVM in 2016 schatte (minstens 140 ton). Dat komt omdat er nauwkeurigere gegevens zijn gebruikt over de mate waarin medicijnen in de mens worden afgebroken en de rioolwaterzuivering ze uit het afvalwater haalt. De werkelijke hoeveelheid medicijnresten die in het oppervlaktewater belandt is nog groter, omdat de huidige schatting voornamelijk gaat over receptgeneesmiddelen uit de openbare apotheek. Het gebruik van geneesmiddelen uit de vrije verkoop en de specialistische zorg is niet bekend. Er is ook geen rekening gehouden met afbraakproducten die in het water weer de vorm van de oorspronkelijke werkzame stof kunnen krijgen. Deze terugvorming zorgt mogelijk voor nog eens 50 tot 500 ton extra medicijnresten per jaar.

De huidige analyse laat zien dat medicijnresten een risico vormen voor het watermilieu. Onderzoek naar nog meer stoffen kan het beeld genuanceerder maken, maar verandert de conclusie voor de stofgroep als geheel niet. Deze informatie kan beleidsmakers helpen om te beslissen of en waar maatregelen nodig zijn.

Dit onderzoek is een vervolg op een eerdere studie uit 2016, waarin meetgegevens uit 2014 zijn gebruikt. Het RIVM en Deltares hebben nu nieuwe meetgegevens van waterbeheerders uit 2017 en 2018 gebruikt. Het onderzoek bevestigt de conclusies uit 2016.

Abstract

Residues of pharmaceuticals end up in the sewage system after their use, and from there are emitted to surface water. According to RIVM these residues are a risk to animals and plants that live in surface water. Regularly, concentrations of different types of pharmaceuticals exceed risk limits: pain killers and antibiotics as well as blood pressure regulators, antidepressants, and anti-epileptic substances.

RIVM and Deltares have shown this in their new research. In 2017 and 2018, concentrations of 19 different pharmaceuticals exceeded risk limits one or more times. Probably this happens more often. For many pharmaceuticals risk limits are very low. Water managers are not always able to analyze the substances at these low levels.

Yearly, at least 190 tonnes of pharmaceutical residues reach Dutch surface waters. That is more than RIVM estimated in 2016 (at least 140 tonnes), because more precise information is used about the degree at which medicines are metabolised in the human body and the amount which is removed in sewage treatment plants. The real amount of medicinal residues that enters surface waters is larger, because the current estimate concerns primarily medicines that were distributed on prescription only. The use of medicines which are sold over the counter or which are used in specialist care (like hospitals) is unknown. The amount also does not take degradation products into account. Some of these may form back into the original active substance in water. This may add another 50 to 500 tonnes per year.

The current study shows that pharmaceuticals pose a risk to the water system. Researching more individual substances may refine the picture, but will not change the conclusions for the group as a whole. The information provided here may help policy makers to decide whether and where measures should be taken.

This study is a continuation of earlier work, published in 2016, where monitoring data from 2014 were used. RIVM and Deltares now used more recent monitoring data from 2017 and 2018. The results support the conclusions drawn in 2016.

Publisher

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Overig

Grootte
1832 kb