Developments in emissions and concentrations of ammonia in the Netherlands between 2005 and 2016

Developments in emissions and concentrations of ammonia in the Netherlands between 2005 and 2016

Go to abstract

Samenvatting

Ammoniak heeft effecten op het milieu en de volksgezondheid. Daarom meet het RIVM de concentraties van ammoniak in de lucht. Daarnaast stelt het RIVM vast hoeveel ammoniak elk jaar in Nederland door de industrie, de landbouw, het verkeer en dergelijke wordt uitgestoten (emissie). Voor de meeste luchtvervuilende stoffen zijn de ontwikkelingen van de concentraties in de lucht en de emissies met elkaar in lijn.

Sinds 2005 worden echter hogere ammoniakconcentraties in de lucht gemeten, maar zijn de vastgestelde emissies lager. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat driekwart van dit verschil kan worden verklaard door veranderingen in de atmosferische en chemische processen.

Door beleidsmaatregelen is de chemische samenstelling van de lucht veranderd. Er worden steeds minder zwavel- en stikstofdioxiden uitgestoten, waardoor de lucht schoner wordt. Deze gassen kunnen met ammoniak fijnstof vormen. Als er minder gassen in de lucht zijn wordt er minder fijnstof gevormd. Er blijft dan meer ammoniak in de lucht aanwezig. Dit verklaart de hogere concentratie van ammoniak in de lucht voor ongeveer 40 procent.

Een ander gevolg van de schonere lucht is dat er minder verzurende stoffen in de lucht aanwezig zijn. Hierdoor worden de bodem en de vegetatie minder zuur, met als gevolg dat er minder ammoniak kan neerslaan. Dit verklaart ongeveer 20 procent van de hogere concentratie van ammoniak. De weersomstandigheden, in combinatie met een aantal andere factoren, verklaren ook nog eens 15 procent.

De Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) heeft in een recent advies aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een aantal factoren aangegeven waardoor de emissies tussen 2005 en 2016 mogelijk minder zijn gedaald dan tot nu toe werd aangenomen. Een voorbeeld hiervan is de verminderde werking van combi-luchtwassers. Het RIVM heeft uitgerekend dat met deze factoren het resterende deel van het verschil te verklaren valt.

Abstract

Ammonia has a deleterious effect on the environment and public health which is why the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) regularly measures the concentrations of ammonia in the air. RIVM also determines how much ammonia is emitted in the Netherlands each year by industry, agriculture, traffic, and other sources. For most air pollutants, the development of concentrations in the air and the rates of emission correspond.

Since 2005, however, higher ammonia concentrations have been measured in the air, despite registered emissions decreasing. Research completed by RIVM shows that three-quarters of this difference can be explained by changes in atmospheric and chemical processes.

The chemical composition of the air has changed in response to policy measures. Less sulphur and nitrogen oxide is being emitted, which makes the air cleaner. But these gases can form particulate matter with ammonia and, if less particulate matter is formed, more ammonia remains in the air. This explains about 40 percent of the increased concentration of ammonia in the air.

Another consequence of the cleaner air is that it now contains fewer acidifying substances. This makes the soil and the vegetation less acidic, with the result that less ammonia can be deposited. This explains about 20 percent of the difference; weather conditions, combined with a number of other factors, explain another 15 percent.

In a recent recommendation to the Minister of Agriculture, Nature and Food Quality (LNV), the Scientific Committee of the Manure Act (CDM) put forward a number of factors that might have caused emissions to decrease between 2005 and 2016 at a lower rate than previously assumed. One example of these is the reduced effect of combi-air scrubbers. RIVM has calculated that the remaining part of the difference can be explained by these factors.

Publisher

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Overig

Grootte
1414 KB