E-health developments during the COVID-19 pandemic

E-health developments during the COVID-19 pandemic

Go to abstract

Samenvatting

Door de uitbraak van het coronavirus SARS-CoV-2 is uit nood veel zorg ‘op afstand’ geleverd met behulp van e-health. Voorbeelden zijn beeldbellen, een online schriftelijk consult en op afstand gezondheidswaarden meten, zoals bloeddruk of bloedsuiker. Het RIVM onderzocht de ontwikkelingen van het gebruik van e-health tijdens de coronapandemie in Nederland.

Hieruit blijkt dat e-health veel meer is gebruikt dan voor de pandemie. Het was vaak de enige manier om afspraken en behandelingen door te laten gaan. Ook werd het gebruik makkelijker gemaakt. De overheid heeft bijvoorbeeld de financiering en de voorwaarden om het te mogen gebruiken, verruimd. Hierdoor konden zorgverleners en patiënten meer ervaring opdoen met e-health en leren wanneer het wel en niet geschikt is.

Van alle soorten e-health is beeldbellen het meest ingezet. E-health is vooral gebruikt als er veel mensen besmet waren met het virus. Het is ook gebruikt om coronapatiënten te behandelen. Zij maten bijvoorbeeld thuis zelf hun gezondheidswaarden op die zorgverleners op afstand konden volgen.

Zowel zorgverleners als patiënten hebben tijdens de pandemie voordelen van e-health ontdekt die ze voor die tijd nog niet kenden. Daardoor zijn ze beiden positiever gaan denken over e-health. Het maakte het zorgverleners bijvoorbeeld makkelijker om naasten van een patiënt bij het gesprek te betrekken. Patiënten scheelde het reistijd omdat zij niet naar de zorgverlener toe hoefden. Minder geschikt is e-health bijvoorbeeld voor afspraken waarbij bepaald lichamelijk onderzoek nodig was.

Zowel zorgverleners als patiënten willen in de toekomst e-health het liefst combineren met bezoeken aan de zorgverlener. Het is nog niet duidelijk in welke situaties ná de pandemie e-health voordelen heeft. Om hier nog meer over te kunnen leren, moet het makkelijk zijn om e-health na de pandemie te blijven gebruiken en ermee te experimenteren.

Voor dit onderzoek keek het RIVM naar de literatuur uit Nederland en het buitenland. Ook gebruikte het RIVM gegevens uit de E-healthmonitor.

Abstract

The outbreak of the SARS-CoV-2 coronavirus made it necessary for a lot of healthcare to be provided ‘remotely’ using e-health. Examples of e-health include video consultations, online written consultations and remote patient monitoring, such as blood pressure or blood glucose measurements. The National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) studied the developments in the use of e-health during the coronavirus pandemic in the Netherlands.

The results showed an increase in the use of e-health compared to before the pandemic. The use of e-health was facilitated. For instance, the government increased funding and expanded the terms of use. This enabled healthcare providers and patients to gain more experience with e-health and to learn when it is and is not suitable.

Video consultations were the most commonly used type of e-health. It was primarily used when infection rates of the coronavirus peaked. E-health was also used to treat COVID-19 patients. For example, patients would take their measurements at home with healthcare providers being able to monitor these remotely.

Both healthcare providers and patients have discovered benefits of e-health during the pandemic which they had previously not been aware of. For example, it was easier for healthcare providers to involve a patient’s loved ones in the consultation through e-health. Furthermore, patients saved on travel time. These experiences led to a more positive attitude on e-health. However, e-health was not quite so well-suited to some types of healthcare, such as appointments requiring physical examination.

Both healthcare providers and patients would prefer a combination of e-health and face-to-face visits in the future. It remains to be seen in which situation e-health will be beneficial once the pandemic is over. To be able to gain more insight into this, continued use of and experimentation with e-health will be needed.

For the purposes of this research, RIVM studied the literature from the Netherlands and abroad. RIVM also analysed data from the ‘E-healthmonitor’.

Uitgever

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Overig

Grootte
1070 kb