PFAS’en in rookgas van afvalverbrandingsinstallatie

PFAS’en in rookgas van afvalverbrandingsinstallatie

Go to abstract

Samenvatting

Nederland wil in 2050 zo min mogelijk afval produceren en producten en materialen zo veel mogelijk hergebruiken. Deze producten en materialen moeten dan wel veilig zijn en geen schadelijke stoffen bevatten. Sommige afvalverbrandingsinstallaties winnen bijvoorbeeld koolstofdioxide uit hun rookgassen. Dat kan gebruikt worden om gewassen in kassen beter te laten groeien. Het RIVM heeft in een literatuurstudie verkend of, en zo ja in welke mate, PFAS’en in gewonnen koolstofdioxide kunnen zitten. Dit is een eerste stap voor een risicobeoordeling. In dit onderzoek is niet gekeken of de aanwezigheid van PFAS’en een risico vormt voor de gezondheid van mensen of het milieu. Omdat er veel soorten PFAS’en bestaan, heeft het RIVM eerst de definitie van deze stofgroep beschreven. Daarna is onderzocht of deze stoffen in de rookgassen van afvalverbrandingsinstallaties kunnen voorkomen. Dat bleek het geval te zijn. Uit literatuuronderzoek blijkt dat de meeste PFAS’en tijdens het verbrandingsproces grotendeels worden afgebroken. Door reiniging van het rookgas worden nog aanwezige PFAS’en er grotendeels uit verwijderd. De PFAS’en die nog overblijven worden naar verwachting tijdens de winning van de koolstofdioxide verwijderd. Enkele publicaties over metingen in de schoorsteen van een afvalverbrandingsinstallatie sluiten niet uit dat er toch nog PFAS’en in de rookgassen kunnen zitten. Ook blijkt uit de literatuurstudie dat een bepaalde groep PFAS’en tijdens de verbranding wordt gevormd en in het gereinigde rookgas zou kunnen voorkomen. Het gaat om sterke broeikasgassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde. Voor zover ons bekend zijn er geen metingen gedaan naar PFAS’en in gewonnen koolstofdioxide en maar enkele in gereinigde rookgassen. Gezien de toepassing vindt het RIVM het wenselijk dat zowel in koolstofdioxide als gereinigde rookgas wordt gemeten of er PFAS’en in zitten. Dan kunnen de risico’s van de verspreiding van PFAS’en beter in beeld komen. Het zou technisch mogelijk moeten zijn om PFAS’en in de rookgassen en de gewonnen koolstofdioxide te meten. Het RIVM beveelt aan om hiervoor een geschikte meetmethode te ontwikkelen die als standaard kan worden gebruikt.

Abstract

By 2050, the Netherlands wants to produce as little waste as possible and to recycle products and materials as much as possible. However, these products and materials must be safe and free of hazardous substances. Some waste incinerators for instance recover carbon dioxide from their flue gases. Carbon dioxide can be used to promote the growth of crops in greenhouses.

RIVM has carried out a literature study to investigate whether and, if so, to what degree this carbon dioxide can contain PFASs. This is a first step of a risk assessment process. This study did not consider whether the presence of PFASs presents a risk for the human health or the environment.

As many types of PFASs exist, RIVM first described a definition of this group of substances. The next step was to examine whether these substances can be present in the flue gases of waste incinerators. In fact, that appeared to be the case.

Based on a literature review, RIVM expects that most of the PFASs will largely degrade during the incineration process and then be removed when the flue gases are cleaned. The remaining PFASs are expected to be removed during the recovery of the carbon dioxide. Some publications about measurements in the chimney of a waste incineration plant do not exclude the possibility that there may still be PFASs in the flue gases. At the same time it appears that a particular group of PFASs is formed during the incineration process and can be present in the cleaned flue gases. This involves strong greenhouse gases that contribute to global warming.

To our knowledge, no measurements have been made for PFASs in recovered carbon dioxide and only a few in cleaned flue gases. In view of the application, RIVM considers it desirable that both carbon dioxide and cleaned flue gas are measured for PFASs. Then the risks of the transmission of PFASs can be better understood.

It should be technically feasible to measure PFASs in the flue gases and the recovered carbon dioxide. RIVM recommends developing an effective measurement method for that purpose that can be used as a benchmark.

Uitgever

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Overig

Grootte
2748 kb