Go to abstract

Samenvatting

In 2009 heeft VWS, via het Centrum voor Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM een subsidie beschikbaar gesteld, voor de periode 2009-2011, om te investeren in initiatieven op het gebied van voorlichting over seksuele gezondheid onder allochtonen. De projectsubsidie is uitgezet via GGD'en waarbij de financiële middelen gelijkmatig zijn verdeeld over de acht bestaande soa/Sense-regio's. Om inzicht te verkrijgen in de effectiviteit van de wijze waarop de projectsubsidie is ingericht en werd uitgevoerd heeft ResCon in opdracht van het CIb een procesevaluatie uitgevoerd.

Voor het onderzoek zijn semigestructureerde interviews gehouden met het RIVM-CIb, enkele betrokken landelijke instellingen, alle acht subsidiecoördinatoren en vier lokale GGD-coördinatoren, en in elke soa/Sense-regio één lokale organisatie waarmee is samengewerkt.

De manier van subsidieverstrekking heeft in potentie tot effectieve projecten geleid, waarmee een relatief grote groep allochtonen is bereikt. De insteek waarbij GGD'en samenwerking moesten zoeken met lokale organisaties lijkt vruchtbaar te zijn geweest voor het bereiken van de doelgroep en voor het vergroten van de kennis over de doelgroep bij de GGD'en.

Uit het onderzoek blijkt bovendien dat er in alle soa/Sense-regio's een basis is gelegd voor de toekomstige aanpak van de seksuele gezondheid van allochtonen. Bepaalde projecten vinden doorgang na het beëindigen van de projectsubsidie, zij het in sterk afgeslankte vorm, binnen Sense hulpverlening aan jongeren. GGD-medewerkers zijn zich bewuster geworden van de problematiek die speelt bij de doelgroep(en) en er zijn contacten met lokale organisaties gerealiseerd. Wel is vervolgfinanciering nodig om de blijvende problematiek op het gebied van seksuele gezondheid bij allochtonen aan te pakken.

Meer voorbereidingstijd voor aanvang van de subsidie had ervoor kunnen zorgen dat GGD'en beter onderbouwde aanvragen hadden kunnen indienen en dat het RIVM-CIb zijn coördinerende rol beter had kunnen invullen. Een grotere betrokkenheid van de landelijke thema-instituten hadden de effecten van de subsidie kunnen vergroten.

Abstract

In 2009 the Ministry of Public Health (VWS) provided a subsidy for the period of two and a half years in order to improve sexual health among ethnic minorities in the Netherlands. The subsidy was coordinated by the Centre for Infectious Disease Control (CIb) and distributed equally among eight existing regions providing sexcounseling and STI-clinics. In these regions the Public Health Services (PHSs) were responsible for the projects. The RIVM-CIb has requested ResCon to conduct a process evaluation in order to assess the effectiveness of the establishment and implementation of the subsidy.

For this study semi-structured interviews were carried out with the coordinator from RIVM-CIb, stakeholders from national health-related institutions, all eight subsidy coordinators and four regional PHD coordinators, and in each region one local organisation.

The study shows that the subsidy has resulted in potentially effective projects reaching a relatively large group of ethnic minorities. The approach, in which PHSs were obliged to cooperate with local organisations, seemed to be a productive way of reaching the target group and increasing the knowledge of the target group within the PHSs. Moreover, the knowledge of local organisations contributed to a better adjustment of projects to the needs of ethnic minority groups.

In all regions a basis has formed for future projects on sexual health directed at ethnic minorities as illustrated by several youth projects that continued even when the subsidy ended. Also, contacts with local organizations have been realized in these regions. Depending on the nature of the projects and the financial means projects are often continued at the end of the subsidy period.

More time to prepare for the start of the subsidy period would have enabled the PHS's to submit higher quality proposal and RIVM-CIb to fulfil a stronger coordinating role. Additionally, more support from non-governmental institutions could have enhanced benefits of the projects.

Overig

Grootte
1.39MB