Selectie en rangschikking van chemische stoffen en consumentenproducten op basis van een consumentenproducten database : Voor gebruik in de NVWA risicoanalyse keten consumentenproducten

Selectie en rangschikking van chemische stoffen en consumentenproducten op basis van een consumentenproducten database : Voor gebruik in de NVWA risicoanalyse keten consumentenproducten

Go to abstract

Samenvatting

Dit rapport beschrijft de resultaten van een analyse van chemische stoffen in producten die Nederlandse consumenten gebruiken. De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) gebruikt de uitkomsten om te bepalen óf en welke risico's er zijn in de keten consumentenproducten.

De analyse is gebaseerd op zoekopdrachten in de ISA database. Deze database is opgesteld om verschillende leveranciers (vooral bouwmarkten) te helpen. Hierin is gezocht naar de aanwezigheid van chemische stoffen in consumentenproducten. Het gaat daarbij vooral om doe-het-zelf producten, schoonmaakmiddelen, lijmen en cosmetica. Daarnaast is geselecteerd op stoffen met een gevaarsclassificatie of met mogelijk hormoonverstorende eigenschappen. In de database komen meer dan 18.000 consumentenproducten voor die minimaal één gevaarlijke of mogelijke gevaarlijke stof bevatten. Van de onderzochte (mogelijk) gevaarlijke stoffen komen er 274 voor in consumentenproducten. Deze stoffen en producten zijn gescoord en gerangschikt op basis van gevaarseigenschappen en blootstelling.

De groep met de hoogste totale score is 'verf', gevolgd door 'bouwmaterialen' en 'cosmetica'. In verf en bouwmaterialen zitten een relatief groot aantal (mogelijk) gevaarlijke stoffen. Dit zijn productgroepen met veel verschillende producten. De stof met de hoogste totale score is ethanol, vooral omdat dit in veel producten zit. De meest schadelijke stoffen in consumentenproducten zijn bepaalde pesticiden en metalen die kankerverwekkend en schadelijk voor de voortplanting zijn, zoals thiacloprid, diuron, een organotinverbinding en lood chromaat.

Naast de stoffen zijn ook de producten geclassificeerd door de fabrikant. Er is een groot verschil tussen de classificatie van stoffen en de producten. Een product met een mogelijk kankerverwekkende stof erin hoeft niet als kankerverwekkend geclassificeerd te worden als de concentratie van deze stof heel laag is. Ook bij stoffen is de classificatie soms afhankelijk van de aan- of afwezigheid van specifieke vervuilingen. Bijvoorbeeld het gehalte benzeen in petroleumderivaten bepaalt of deze al dan niet als kankerverwekkend geclassificeerd moeten worden.

Abstract

This report describes the results of an analysis of chemical substances in products used by Dutch consumers. The Netherlands Food and Consumer Product Safety Authority (NVWA) will use the results to determine the risks in the supply-chain of consumer products.

The analysis is based on queries in the ISA database. This database has been built as a tool for retailers (in particular do-it-yourself stores). The queries investigated the use of chemical substances in consumer products. These products are mainly do-it-yourself products, but also cleaning agents, adhesives, and cosmetics. Included in the queries were substances with a hazard classification or potential endocrine disrupting properties. The database contains over 18.000 consumer products that contain at least one hazardous substance. In total 274 hazardous substances were found that are used in consumer products. These substances and products have been scored and ranked on hazard and exposure.

The product group with the highest total product score is 'paint', followed by 'construction materials' and 'cosmetics'. Paint and construction materials contain a relatively high number of hazardous substances. These are product groups with many different products. The substance with the highest total score was ethanol, mainly due to its widespread use. The substances with the highest hazard scores are pesticides and metal compounds, which are carcinogenic and reprotoxic, such as thiacloprid, diuron, an organotin compound, and lead chromate.

In addition to the substances, also products are classified by their manufacturers. There is a difference between the classification of the substances and classification of the products. A product with a carcinogenic substance does not have to be classified as carcinogenic if the concentration of the classified substance is sufficiently low. In addition, the classification of some substances depends on the presence or absence of specific impurities. For example, the level of benzene in petroleum compounds determines whether they should be classified as carcinogenic.

Publisher

Instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM

Overig

Grootte
554 kb