Go to abstract

Samenvatting

Het aantal mensen dat zich bij een Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) heeft laten testen op een seksueel overdraagbare aandoening (soa) is, na een daling in 2015, in 2016 weer toegenomen. Het percentage bij wie een soa werd vastgesteld is ook gestegen, tot 18,4 procent in 2016. Naar schatting is het aantal soa-consulten bij huisartsen licht gedaald. Chlamydia blijft de meest voorkomende soa onder heteroseksuelen. Onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) werd vaker gonorroe dan chlamydia gevonden.

De CSG's bieden hoog-risicogroepen de mogelijkheid om zich gratis te laten testen op soa's. In totaal zijn er in 2016 143.139 consulten geregistreerd bij de CSG's, een stijging van 5 procent ten opzichte van 2015. Het percentage gevonden soa's varieerde tussen de GGD-en; van 12,8 tot 20,9. De meeste soa's zijn gevonden bij mensen met hiv, gevolgd door mensen die waren gewaarschuwd voor een soa.

Chlamydia
In 2016 had 14,5 procent van de CSG-bezoekers een chlamydia-infectie (20.698 diagnoses; een toename van 11 procent ten opzichte van het jaar ervoor). Deze stijging is mogelijk deels te verklaren doordat GGD-en sinds 2015 eerder voorrang verlenen aan personen met hoog risico op soa. De grootste toename was te zien bij heteroseksuele mannen (van 16,1 in 2015 naar 18,0 procent in 2016). Bij vrouwen nam het percentage vastgestelde chlamydia toe van 14,2 naar 15,4. Onder MSM ligt dit percentage al jaren rond 10 procent.

Gonorroe
Het aantal gonorroe-diagnoses bij de CSG is het afgelopen jaar met 13 procent toegenomen tot 6.092 infecties. Het percentage positieven onder heteroseksuele mannen (1,7 procent) en vrouwen (1,4 procent) bleef stabiel ten opzichte van voorgaande jaren. Onder MSM is het percentage toegenomen van 10,7 procent in 2015 naar 11,3 procent in 2016. Bij CSG-bezoekers is nog steeds geen gonorroe resistent gevonden tegen het 'eerstekeus' antibioticum ceftriaxon. Het aantal gonorroe-infecties gediagnosticeerd door huisartsen in 2015 nam licht af onder vrouwen, maar steeg onder mannen met 20 procent ten opzichte van 2014.

Syfilis
In 2016 is het aantal diagnoses van syfilis met 30 procent gestegen ten opzichte van 2015, tot 1.223 infecties. Deze stijging komt voornamelijk door een toename in het aantal diagnoses onder MSM, zowel met als zonder hiv. Van alle syfilis-infecties werd 95 procent bij MSM vastgesteld. Het percentage positieve diagnoses onder heteroseksuele mannen en vrouwen blijft zeer laag; respectievelijk 0,19 en 0,07 procent van alle consulten waarin getest werd op syfilis.

Hiv
In 2016 zijn 285 nieuwe diagnoses van hiv gesteld bij de CSG, vrijwel evenveel als in 2015 (288). Drieënnegentig procent daarvan werd bij MSM vastgesteld. Het percentage hiv-diagnoses bij MSM is gedaald van 2,8 procent in 2007 tot 0,8 procent in 2016. Het aantal hiv-patiënten dat voor het eerst 'in zorg' was bij de Nederlandse hiv-behandelcentra daalde opnieuw, van 1.033 gevallen in 2015 tot 976 in 2016. Van hen hadden 666 personen de diagnose in 2016 gekregen.

Abstract

In 2016, the number of people who were tested at a Dutch STI clinic for a sexually transmitted infection (STI) increased, after a decrease in 2015. The percentage of people diagnosed with an STI has also increased, to 18.4 percent in 2016. It is estimated that the number of STI consultations at the general practitioner has decreased slightly. Chlamydia remains the most common STI in heterosexuals. Gonorrhoea is more common than chlamydia in men who have sex with men (MSM).

STI clinics offer high-risk groups the opportunity for free STI testing. In 2016, a total of 143,139 consultations were registered at the STI clinics, an increase of 5 percent compared to 2015. The percentage of detected STIs varied per municipal health centre (GGD), ranging from 12.8 to 20.9 percent. Most STIs were detected in people infected with HIV, followed by people who had been notified for an STI.

Chlamydia
In 2016, 14.5 percent of STI clinic attendees were infected with chlamydia (20,698 diagnoses; an increase of 11 percent compared to the previous year). This increase can be explained in part because, since 2015, STI clinics more strictly prioritise people with a high risk of STI. The biggest increase was seen in heterosexual men (from 16.1 in 2015 to 18.0 percent in 2016). In women, the percentage of chlamydia diagnoses increased from 14.2 to 15.4. In MSM, the percentage has been stable around 10 percent for years.

Gonorrhoea
The number of gonorrhoea diagnoses at the STI clinics has risen in the past year with 13 percent, to 6,092 infections. The percentage of positive tests in heterosexual men (1.7 percent) and women (1.4 percent) remained stable, compared to previous years. In MSM, the percentage has increased from 10.7 percent in 2015 to 11.3 percent in 2016. The STI clinics have not yet found cases of gonorrhoea resistant to the first option antibiotic, Ceftriaxone. The number of gonorrhoea infections diagnosed by general practitioners in 2015 saw a slight decline among women, but an increase among men of 20 percent compared to 2014.

Syphilis
In 2016, the number of syphilis diagnoses increased by 30 percent compared to 2015, totalling 1,223 infections. This increase is mainly caused by an increase in the number of diagnoses in MSM, both those with and without HIV. Out of all syphilis infections, 95 percent was diagnosed in MSM. The percentage of positive diagnoses in heterosexual men and women remains very low; 0.19 and 0.07 percent of all consultations that tested for syphilis, respectively.

HIV
In 2016, 285 new HIV diagnoses were detected at the STI clinics, approximately the same number as in 2015 (288); 93 percent was detected in MSM. The percentage of HIV diagnoses in MSM decreased, from 2.8 percent in 2007 to 0.8 percent in 2016. The number of HIV patients that had their 'first care' encounter at a Dutch HIV treatment centre decreased again, from 1,033 cases in 2015 to 976 in 2016. Out of these people, 666 received their diagnosis in 2016.

Overig

Grootte
2.86MB