Go to abstract

Samenvatting

Zoönosen zijn infecties die van dieren op mensen kunnen worden overgedragen. De zoönosen die voor Nederland van belang zijn, worden elk jaar op een rij gezet in de Staat van Zoönosen. Hierin wordt onder andere bekeken in welke mate meldingsplichtige zoönosen voorkomen bij mensen en dieren.

Trends
In 2016 zijn er voor de meeste zoönosen geen opmerkelijke veranderingen waargenomen. Het grootste aandeel van de zoönotische infecties vormden ook in 2016 de bacteriële infecties die via voedsel overgedragen worden: Campylobacter, Listeria monocytogenes, Salmonella en STEC. Wel is het aantal gevallen van leptospirose nog steeds hoog te noemen, hoewel het lager was dan in 2015. Ook was het aantal patiënten met een hantavirus-infectie in 2016 opvallend hoog, en werd in 2016 voor het eerst een infectie aangetoond met een voor Nederland nieuw type hantavirus, namelijk het Seoul hantavirus.

Uitgelicht
Bij honden in Nederland is in 2016 voor het eerst brucellose vastgesteld, veroorzaakt door de bacteriën B. suis en B. canis. Ook beschrijft de Staat de recente ontwikkelingen omtrent meticilline resistente Staphyloccus aureus (MRSA), en dan vooral de vee-gerelateerde MRSA. Opvallend is dat deze voor bepaalde antibiotica resistente bacteriën sinds kort ook voorkomen bij mensen die geen contact hebben gehad met landbouwhuisdieren.

Knaagdieren & Zoönosen
Knaagdieren, wilde en huisdieren, kunnen diverse zoönosen bij zich dragen, zoals leptospirose, hantavirus en Lyme. Deze kunnen op uiteenlopende manieren op de mens worden overgedragen. Ratten bijvoorbeeld plassen de leptospira-bacteriën uit in het water waar mensen in gaan zwemmen. Teken halen Lyme bacteriën uit muizen en bijten daarna mensen. En muizen plassen het hantavirus uit in de schuur, waar iemand het kan oplopen als hij de schuur gaat vegen.

Abstract

Zoonotic diseases are infections that can be transmitted from animals to people. Zoonotic diseases that are relevant to the Netherlands are listed every year in the State of Zoonotic Diseases. This publication includes an examination of the degree to which notifiable diseases among people and animals have occurred.

Trends
No noteworthy changes were observed in 2016 with regard to most zoonotic diseases. The largest proportion of zoonotic infections were again made up of bacterial infections that are transmitted via foodstuffs: Campylobacter, Listeria monocytogenes, Salmonella and STEC. However, the number of cases of leptospirosis is still high, although at lower levels than was the case in 2015. The number of patients with a hantavirus infection in 2016 was also notably high, and an infection appeared for the first time in 2016 involving a type of hantavirus not previously seen in the Netherlands, the Seoul hantavirus.

Highlights
For the first time, brucellosis was observed among dogs in the Netherlands in 2016, caused by the B. suis and B. canis bacteria. The State of Zoonotic Diseases also describes the recent developments concerning meticillin-resistant Staphyloccus aureus (MRSA), and in particular the livestock-associated MRSA. It is worth noting that this bacterium, which is resistant to certain antibiotics, has recently been observed among people who have not been in contact with agricultural animals.

Rodents and zoonotic diseases
Rodents, wild animals and pets, can carry various zoonotic diseases, such as leptospirosis, hantavirus and Lyme. There are various ways in which they can be transmitted to people. Rats, for example, excrete Leptospira bacteria in their urine into water in which people swim. Ticks pick up Lyme bacteria from mice and then bite people. Mice, meanwhile, pass the hantavirus when they urinate in barns, where a person can acquire it when they come to sweep the barn.

Overig

Grootte
2.18MB