Go to abstract

Samenvatting

In oppervlaktewater is de aanwezigheid van actieve
stoffen van gewasbeschermingsmiddelen in concentraties boven acceptabele
drinkwaterniveaus vastgesteld. Daarom zijn de Nederlandse registratie-
autoriteiten door de rechter gedwongen deze situatie nadrukkelijk in de
toelatingsbeslissing te betrekken.
Om de drinkwatervoorziening te beschermen is een instrument ontwikkeld om de
concentraties van gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater te schatten
na de toepassing op verhardingen. Tot nu toe bestond een dergelijke
methodiek nog niet in het Nederlandse beoordelingsinstrumentarium voor de
toelating van gewasbeschermingsmiddelen op basis van de EU-Richtlijn
91/414/EC.
Het voorstel beschreven in dit rapport behelst een beslisboom met een
getrapte benadering. De basis vormt de veronderstelling dat er een relatie
bestaat tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen op verhardingen
en de gevonden concentratie in ontvangende oppervlaktewateren. De methodiek
kan worden gebruikt om te beoordelen of drinkwater bereid uit dit
oppervlaktewater een te hoge concentratie residuen van deze middelen bevat.
De ervaringen met een bestaande actieve stof, glyfosaat, zijn gebruikt om te
anticiperen op evaluaties voor nieuwe stoffen.
Om uiteindelijk te komen tot een goede schatting van de waterconcentratie
van een actieve stof zijn verscheidene veronderstellingen gedaan voor onder
andere: - de toepassingstechniek van het middel geschiedt volgens
vastgesteld protocol; - de dosering op verhardingen is correct; - de
totale oppervlakte in Nederland waarop de stof wordt toegepast wordt
gebaseerd op gegevens in Nederland; - het ontvangende stroomgebied voor een
bepaald drinkwateronttrekkingspunt voor de drinkwatervoorziening wordt
gebaseerd op gemeentelijke gegevens in Nederland. Deze veronderstellingen
zijn gecontroleerd aan de hand van de resultaten verkregen met de
voorbeeldstof glyfosaat.
In de komende tijd moet ervaring worden opgebouwd met de nieuwe methodologie
door het system toe te passen op nieuwe stoffen die in Nederland gebruikt
kunnen worden op verhardingen. Een van de aanbevolen potentiele
verbeteringen is om het gebruik van specifieke eigenschappen van een
bepaalde stof, zoals adsorptie en afbraakgegevens, in de beoordeling te
betrekken. Ook wordt aanbevolen een EU-methodiek te ontwikkelen,
vergelijkbaar met dit Nederlandse voorstel.
Het RIVM heeft het rapport in 2010 gepubliceerd. Vanaf begin 2016 is in een Addendum ook de rekentool gepubliceerd. Het Ctgb past deze rekentool toe.

Abstract

The presence of active substances of Plant Protection
Products (PPP) in surfaces water has been shown to occur above acceptable
drinking water limits. Therefore, the Dutch registration authorities were
urged by the judge to take this situation into account in making decisions
on the authorisation of PPPs.
To protect the production of drinking water, an evaluation instrument has
been developed to estimate the concentration of PPPs in surface water after
application on hard surfaces. Up to now such a methodology was lacking in
the evaluation system for the Dutch authorisation process of active
substances based on the EU-Directive 91/414/EC.
The proposal described in this report contains a decision making scheme with
a tiered approach. The basis is the assumption that a relation exists
between the application of PPPs on hard surfaces and the established
concentration in receiving surface waters to prevent residues of active
substances in drinking water. The method may be used to evaluate whether
drinking water prepared from surface water contains too high residue
concentrations of these active substances.
To, finally, come to a good estimate of the Predicted Environmental
Concentration (PEC) of an active substance in surface water several
assumptions have to be made, for instance : - the application method used
takes place according to a predefined protocol; - the dose applied on hard
surfaces is correct; - the total area in the Netherlands to which the
substance is applied is based on data available in the Netherlands; and -
the catchment areas of the water courses to the intake points of the water
works can be based on county data in the Netherlands. These assumptions
have been checked against the results of the case of glyphosate.
Now experience has to be gained with this new methodology in applying the
system to new substances that could be used in the Netherlands on hard
surfaces. Recommended potential improvements are to take into consideration
in the evaluation the use of specific characteristics of the substance, like
sorp-tion and degradation. It is also recommended to develop an EU-wide
equivalent of the method compa-rable with this Dutch
proposal.
RIVM has published this report in 2010. In 2016 RIVM has also published the calculation method in an Addendum. The Dutch
Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides uses this Addendum.

Overig

Grootte
0MB