Go to abstract

Samenvatting

Dit onderzoek toont aan dat de vitamine D status met name in Surinamers en de ijzerstatus van vrouwen in de vruchtbare leeftijd in het algemeen ontoereikend zijn. Daarnaast is aandacht nodig voor de matige vitamine D-status (< 50 nmol/L) bij autochtone Nederlanders, matige vitamine B12-status in de totale bevolking en matige zinkstatus bij Creools Surinaamse vrouwen.
Onderzoek naar de voorziening van voedingsstoffen in het lichaam (voedingsstatusonderzoek) geeft inzicht in mogelijke problemen die er zijn met de voedingsstoffenvoorziening en kan aanleiding zijn om bepaalde bevolkingsgroepen gericht te adviseren hoe de voedingsstoffenvoorziening verbeterd kan worden. Over het algemeen is er weinig bekend over de voedingsstatus van Nederlanders met een niet-westerse achtergrond. Op basis van de beperkt beschikbare gegevens wordt verondersteld dat eventuele knelpunten in de voedingsstoffenvoorziening kunnen verschillen tussen autochtone Nederlanders en Nederlanders met een niet-westerse achtergrond, waardoor deze laatste groep specifieke aandacht verdient. In het huidige onderzoek is de voedingsstatus onderzocht van 35-60 jarige deelnemers aan de SUNSET-studie (SUrinamers in Nederland: Studie naar gezondheid en ETniciteit). Deze studie is uitgevoerd tussen 2001 en 2003 bij een steekproef uit de Surinaamse en autochtoon Nederlandse bevolking van Amsterdam. Aan de hand van verschillende parameters is van deze groepen de vitamine D, ijzer, vitamine B12, magnesium en zink status vastgesteld en beoordeeld.
Vergeleken met de door de Gezondheidsraad opgestelde richtlijn voor een toereikende vitamine D status (>30nmol/L, en voor vrouwen >50 jaar >50nmol/L), komt een gebrek aan vitamine D voor bij ongeveer 40% van de Surinamers. Bij Surinaamse vrouwen ouder dan 50 jaar ligt dit percentage zelfs op 80% (tegenover 40% van de Nederlandse vrouwen ouder dan 50 jaar). Van de autochtoon Nederlandse bevolking heeft circa 40% een matige (<50 nmol/L) vitamine D status. De resultaten van het onderzoek laten verder geen verschil zien tussen autochtone Nederlanders en Surinamers wat betreft de voedingsstoffenvoorziening van ijzer, vitamine B12 en magnesium. IJzergebrek is een punt van aandacht voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd in het algemeen. Matige vitamine B12-status komt voor bij een tiende van de onderzochte populatie. Deze groep heeft een verhoogd risico op het ontwikkelen van vitamine B12-deficiƫntie. De prevalentie van lage zinkstatus in deze populatie geeft geen problemen aan met de zinkstatus. Wel komt een lage zinkstatus relatief vaker voor onder Creools Surinaamse vrouwen. De magnesiumstatus is voldoende in beide bevolkingsgroepen.

Abstract

This study demonstrates that the vitamin D status of Surinamese in particular and the iron status of women of childbearing age in general are inadequate. Furthermore, attention is needed for moderate vitamin D status (< 50 nmol/L) of ethnic Dutch, moderate vitamin B12-status of the whole population and moderate zinc status of women from African Surinamese descent.
Research into the nutrient supply in the body (nutritional status assessment) provides insight into potential problems that may occur regarding the nutritional status and may give rise to targeted advice on how to improve the nutritional status to specific subgroups of the population. In general, little is known about the nutritional status of non-western immigrant populations in the Netherlands. Based on the scare information available, it is assumed that potential problems in nutritional status may differ between the ethnic Dutch population and non-western immigrant populations, which is why the latter group deserves special attention.
In the current study nutritional status was assessed in 35 to 60 year old participants of the SUNSET-study (SUrinamese in the Netherlands: Study of health and EThnicity). This study took place between 2001 and 2003 and was based on a sample of the Surinamese and ethnic Dutch population in Amsterdam. Nutritional status was assessed and evaluated by measurement of biochemical markers for vitamin D, iron, vitamin B12, zinc and magnesium.
Compared to the guidelines for adequate vitamin D status issued by the Dutch Health Council (>30 nmol/L, and for women >50 years >50 nmol/L), approximately 40% of the Surinamese has an inadequate vitamin D status. Among Surinamese women over 50 years of age, the percentage is even higher and lies around 80% (versus 40% of ethnic Dutch women over 50 years). Vitamin D status is moderate (< 50 nmol/L) in approximately 40% of the ethnic Dutch. The results of this study show that there are no differences between ethnic Dutch and Surinamese regarding the nutritional status of iron, vitamin B12 and magnesium. Iron deficiency is a point of concern for women of childbearing age in general. 10% of the population in this study has a moderate vitamin B12 status. This group has an increased risk of developing vitamin B12 deficiency. The prevalence of low zinc status in this population does not indicate problems with zinc status. However, a relatively low zinc status is more prevalent among African Surinamese women. Magnesium status is adequate in both population groups.

Overig

Grootte
1.83MB