In een brief  aan de Tweede Kamer (24 juni 2015) is aangekondigd dat onjuist gebruik van antibiotica met 50 procent moet worden teruggedrongen. Binnenkort starten per sector (huisarts, ziekenhuis, verpleeghuis) enkele pilots om te kijken waar verbeteringen mogelijk zijn. Bij alle pilots wordt gekeken naar de behandeling van luchtweg- en urineweginfecties met antibiotica. De hoogleraren Jan Prins en Cees Hertogh lichten het toe.

Huisartsen

Jan Prins is hoogleraar inwendige geneeskunde, in het bijzonder de behandeling van infectieziekten, bij het AMCAcademic Medical Center. Hij legt uit dat bij huisartsen, de zogeheten eerste lijn, bekend is hoeveel antibiotica gemiddeld per aandoening worden voorgeschreven. De huisarts weet bij welke klachten hij of zij antibiotica mag voorschrijven. Hier bestaan landelijke richtlijnen voor.

Cees Hertogh (l) en Jan Prins: "we gaan steekproefsgewijs uitzoeken welk middel wanneer wordt voorgeschreven in verpleeghuizen.”

Norm stellen

Om de hoeveelheid voorgeschreven antibiotica te verminderen worden in het komend jaar in ongeveer 40 huisartsenpraktijken data verzameld uit het elektronisch voorschrijfsysteem. Op deze manier kan het gebruik worden gekoppeld aan de indicatie en kan iets worden gezegd over de kwaliteit van de voorschriften. Prins: “De bedoeling van de pilot is dat je een soort norm stelt voor wat je gemiddeld in een huisartsenpraktijk aan totaalgebruik kunt verwachten en hoe je uitschieters kunt herkennen.” Vervolgens gaan we kijken hoe we huisartsen die veel voorschrijven kunnen helpen om dat te verbeteren.

Ziekenhuizen

Ook in de tweede lijn, de ziekenhuizen, is het totaalgebruik precies bekend. In deze sector is het niet mogelijk om goed gebruik gelijk te stellen aan voorschrijven volgens de richtlijn. Er zijn namelijk veel gerechtvaardigde uitzonderingen op de richtlijnen mogelijk. Prins: “Dat maakt het ingewikkeld, en dus tijdrovend, om goed te kunnen bepalen of artsen de juiste middelen voorschrijven.” Om toch een beeld te krijgen, onderzoeken we in de pilot voor luchtweg- en urineweginfecties wat er precies voorgeschreven is en of daar ongewone patronen in te vinden zijn.”

Verpleeghuizen

In tegenstelling tot de eerste en tweede lijn is het in verpleeghuizen slechts in beperkte mate bekend welk middel bij welke indicatie wordt voorgeschreven. Cees Hertogh, hoogleraar ouderengeneeskunde en ethiek van de zorg aan het VUVrije Universiteit Medisch Centrum: “De benodigde data zijn minder gemakkelijk te verkrijgen omdat de digitalisering van het zorgdossier hier nog achterloopt.” In tegenstelling tot ziekenhuizenhuizen is het in verpleeghuizen ook niet verplicht om elektronisch voor te schrijven. Wel is er een flinke inhaalslag gaande, aldus Hertogh.

Zes behandeldiensten

Bij kwetsbare ouderen wordt vanuit het principe better safe than sorry vaker een breed spectrum antibioticum voorgeschreven. Ook is de drempel om voor te schrijven vrij laag. Hertogh: “Om dit te verbeteren gaan we steekproefsgewijs uitzoeken welk middel wanneer wordt voorgeschreven.” Daartoe starten we binnenkort met een pilot waarbij we in zes behandeldiensten gaan monitoren wat zij voorschrijven bij luchtweg- en urineweginfecties en op grond van welke symptomen. In tweede instantie geven we de artsen een terugkoppeling over hun voorschrijfbeleid en hoe zich dat verhoudt tot het voorschrijfbeleid  van andere deelnemers aan de pilot. Daarna gaan we met hen in gesprek hoe we het voorschrijfbeleid kunnen verbeteren. “Ik ben heel benieuwd wat de pilot oplevert.”

De pilots zijn gestart in april 2017.