Antibioticaresistentie wordt langzaam aan een probleem. De gevolgen zijn nu vooral in Zuidoost Azië en Zuid-Europa te zien maar nog nauwelijks in Nederland. Dat moet natuurlijk vooral zo blijven. Het is dan ook het doel van het programma Antibioticaresistentie  om het aantal mensen dat ziek wordt of sterft als gevolg van resistente bacteriën zo laag te houden.

 Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu voert een groot aantal projecten uit binnen dit programma, dat in 2015 door het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is ingesteld. Mariken van der Lubben en Arnold van Mourik vertellen hier meer over.

Niet meer ieder voor zich

“Lange tijd was het in Nederland alleen een probleem van ziekenhuizen en losten zij een uitbraak van een resistente bacterie zelf op,” aldus programmamanager Mariken van der Lubben. “Maar bij de toenemende dreiging is het natuurlijk handiger dat niet meer ieder voor zich handelt. De kern van het programma is daarom een geïntegreerde aanpak om resistente bacteriën beter te kunnen opsporen en te voorkomen dat ze zich verspreiden. Die integrale aanpak is belangrijk omdat de bacteriën zich net zo goed via dieren, het milieu en voedsel verspreiden."

Arnold van Maurik en Mariken van der Lubben: "We gaan ervoor zorgen dat de data sneller beschikbaar komen"

Surveillance

De vraag is hoe je dit realiseert. Mariken: “Wat doe je bijvoorbeeld als een resistente bacterie in een ziekenhuis wordt aangetroffen? Welke maatregelen zijn dan zinvol? En wie is verantwoordelijk?” Het RIVM beschikt al vele jaren over gegevens van ziekenhuizen waarmee landelijke ontwikkelingen kunnen worden weergegeven (surveillance). Aan de hand van deze data is te zien welke bacteriën waar voorkomen, of ze in aantallen toe- of afnemen en of er nieuwe bij komen. Dit werk is voor het programma geïntensiveerd. Een belangrijk ‘wapen’ tegen antibioticaresistentie is namelijk dat de bacteriën met deze informatie tijdig en adequaat worden bestreden. “We gaan ervoor zorgen dat de data sneller beschikbaar komen zodat we sneller tot actie kunnen overgaan,” legt Arnold van Maurik, de financiële man van het programma, uit. Daar zijn nu nog veel vertaalslagen voor nodig. Verder gaan we, uiteraard in samenwerking met partijen uit het veld, het ministerie van VWS adviseren over afspraken hoe te handelen bij een uitbraak.

Bewuster voorschrijven

Daarnaast kan het voorschrijfbeleid van huisartsen en artsen in verpleeg- en ziekenhuizen worden verbeterd. Nederland is zuinig met voorschrijven, maar sommige artsen geven vaker antibiotica dan anderen. “We willen graag weten waar dat aan ligt en het zou mooi zijn als we hun werkwijze uniformer kunnen maken,” aldus Mariken. Vooral in verpleeghuizen is kennis over effectief voorschrijven nog niet altijd optimaal ontwikkeld: wanneer is antibiotica echt de oplossing en wanneer heeft het geen zin? “We zijn daarvoor een soort digitaal stroomschema aan het ontwikkelen,” vertelt ze.

Internationaal

Verder is internationale samenwerking van belang; bacteriën houden zich immers niet aan landsgrenzen. Inmiddels zijn meerdere projecten opgezet waarin landen samenwerken om de opsporing van resistente bacteriën op te zetten of te verbeteren. Voorbeelden zijn het EARS-net (Europees) en CAESAR (Azië). Momenteel wordt daar in Armenië aan gewerkt en zijn er plannen om het ook in Uzbekistan en Modavië te doen. “Wij helpen daarbij met kennis en geld,” aldus Arnold. Zo proberen we nationaal én internationaal grip te krijgen op dit probleem.