Dieren in de veehouderij kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen waar mensen ziek van kunnen worden. Ziekten die mensen van dieren kunnen krijgen, noemen we zoönosen. Elk land in de Europese Unie moet onderzoeken hoe vaak zulke ziekteverwerkers voorkomen bij mensen en dieren en hoe vaak ze in dierlijke producten zitten. In Nederland ligt die verantwoordelijkheid bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA).
Het onderzoek bij dieren voeren het RIVM en de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) samen uit. Elke keer bij een andere diersoort. Eerder zijn veehouderijen met onder andere varkens, vleesrunderen, pluimvee en melkvee onderzocht. Bedrijven met melkgeiten of melkschapen zijn in 2016 bezocht en deze diersoort wordt dit jaar voor de tweede keer onderzocht.