Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMGLandelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit) is opgezet om de grondwaterkwaliteit van het ondiep en middeldiep grondwater in Nederland te monitoren en beschrijven (Van Duijvenbooden et al., 1985). Hiertoe zijn op circa 350 meetpunten verspreid over heel Nederland vaste grondwaterputten geplaatst. Op ieder meetpunt kan het grondwater van dieptes van circa 10, 15 en 25 meter beneden het maaiveld worden opgepompt ter bemonstering.

Doel van het LMGLandelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit

De doelstelling van het LMG is het beschrijven en verklaren van de waargenomen toestand en/of trends in het grondwater in relatie tot milieudruk en beleidsmaatregelen. De informatie wordt gebruikt voor het beheer en het beleid omtrent grondwater.

Relatie met andere programma's

Sinds 1989 zijn er ook Provinciale Meetprogramma’s Grondwaterkwaliteit (PMG) ingericht. De inrichting en de bemonstering komen overeen met die van het LMG. Provinciale meetprogramma’s bestaan vaak uit een combinatie van provinciale putten en LMG-putten en zijn een verdichting van het LMG.

Naast het LMG is er in 2006 nog een nationaal monitoringsprogramma grondwaterkwaliteit ingericht op 10 en 25 meter diepte beneden het maaiveld: het monitoringsprogramma voor de Kaderrichtlijn Water (KRWKaderrichtlijn Water). Het KRW Monitoringsprogramma Grondwaterkwaliteit (KMG) maakt voor een deel gebruik van de putten van het LMG. Ruim de helft (55%) van de LMG putten wordt bemonsterd voor het KMG.

Afstemming met provincies

In het platform meetnetbeheerders bodem en grondwaterkwaliteit vindt afstemming plaats tussen het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (bronhouder LMG) en de provincies (bronhouder PMGs) over hoe we de monitoring van de grondwaterkwaliteitsgegevens goed en eenduidig moeten doen. Dit is te lezen in het Handboek Monitoring Grondwaterkwaliteit KRW provincies en RIVM.

Gebruik resultaten

Het LMG wordt voor verschillende toepassingen gebruikt. Deze toepassingen bestaan uit wettelijke verplichtingen en beleids- en onderzoeksvragen:

  • Nitraatrichtlijnrapportage
  • KRW rapportages
  • Evaluatie Meststoffenwet
  • Toetsdieptestudies voor nitraat in grondwater
  • Referentiemeetnet voor bepalen van achtergrondconcentraties in grondwater
  • Referentiemeetnet voor het ontwikkelen van methodieken:
    • Methodiek voor trendbepaling in grondwater
    • Methodiek voor controle en beoordeling van grondwaterkwaliteitsgegevens
  • Dataleverantie aan de European Environmental Agency
  • Rapportage van grondwaterkwaliteitsgegevens op het Compendium voor de leefomgeving
  • Vergelijking met landelijk beeld
  • Validatie modelinstrumentarium
  • Toekomstige vragen
    • Nieuwe stoffen
    • Volgen van nieuwe ontwikkelingen van het gebruik van de ondergrond (koude-warmteopslag, CO2carbon dioxide-opslag, schaliegas winning, opslag kernafval
    • Zoutwaterintrusie
    • Monitoring in stedelijk gebied
    • Interactie grondwater en ecosystemen
    • Monitoring ‘prevent and limit’
    • Industriewater voor menselijke consumptie
    • Effecten van klimaatverandering

Opdrachtgever en uitvoerenden

Het LMG wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&WMinisterie van Infrastructuur & Waterstaat). Het RIVM is verantwoordelijk voor de meetstrategie, datacontrole en validatie, de interpretatie van de data en de rapportage. Vanaf 2003 is TNO verantwoordelijk voor het veldwerk en de labanalyses.

Historie

Het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit (LMG) is ingericht tussen 1979 en 1984 door het toenmalige Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID) (Van Duijvenbooden et al., 1985). In 1990 werd het RID onderdeel van het RIVM, waarmee het beheer en de uitvoering van het LMG in handen kwam van het RIVM. Het LMG wordt tot op heden  beheerd door het RIVM.

Vanaf 2003 is de uitvoering van het veldwerk en de labanalyses overgedragen aan TNO. TNO heeft het veldwerk van 2003 tot 2012 laten uitvoeren door Grontmij  en vanaf 2012 tot op heden door het RIVM . De labanalyses zijn vanaf 2003 tot 2012 uitgevoerd door Deltares en vanaf 2012 door TNO.

Het beheer van de infrastructuur, de meetstrategie, de controle en beoordeling van de gegevens en de interpretatie en rapportage is altijd in handen geweest van het RIVM.